12 december 2014

Leestips voor de decembermaand – Adri Altink

Of het de beste boeken zijn die ik in 2014 las, weet ik niet; het waren in elk geval verrassende.

Allereerst Een makelaar in Pruisen van Nicole Montagne. De schrijfster is grafica en daarom is het niet verwonderlijk dat de meeste van haar essays in deze bundel te maken hebben met kunst. Vooral het kijken naar kunst. Het meest kritische stuk in de bundel is dat over de manier waarop Joost Zwagerman naar foto’s van Leibovitz kijkt. Montagne schrijft ook nog eens bijzonder helder en mooi.

 

De duimsprongEen ontdekking voor mij was ook De duimsprong van Miek Zwamborn. Ook zij is kunstenares en schrijfster. In deze roman volgt ze het leven van de Zwitserse geoloog Albert Heim, ingebed in de zoektocht naar een bevriende klimmer die is vermist. Het verhaal is een boeiende mix van fictie en werkelijkheid, even gelaagd als de aardbodem voor de geoloog.

 

 

DanubiaEen bijzondere historicus is Simon Winder. Hij beschrijft in Danubia de geschiedenis van de Europese landen en streken die ooit deel hebben uitgemaakt van het Habsburgse Rijk, van het eind van de Middeleeuwen tot 1918. Dat doet hij op een humoristische manier aan de hand van eigenzinnige keuzes: hij vertelt alleen wat hem interesseert. In het boek passeert een bonte stoet van vorsten, die duidelijk maakt dat het een mirakel is dat het Rijk, zowel politiek als qua inteelt, zo lang kon blijven bestaan. Allervermakelijkste geschiedschrijving.

Adri Altink

Recent

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

20 maart 2017

De zee in Tilburg

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 maart 2007

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden. Niet bevroedend dat hij elke dag door een bewonderend oog werd vastgepind op de weg die hem van de kazerne naar het bureel voerde stapte soldaat Brû, die in het algemeen nergens aan dacht, maar als hij dat toch deed dan het liefst aan de slag bij Jena, stapte soldaat Brû voort met de onbevangenheid van een niet-bewuste. Met zijn niet bewust grijsblauwe ogen en zijn niet bewust elegant omwikkelde beenkappen droeg soldaat Brû heel naïef al het nodige met zich mee om in de smaak te vallen bij een jongejuffrouw die niet helemaal jong meer was en ook niet helemaal juffrouw. Het ontging hem.

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden.

Lees meer