Ik geloof in de kracht van de gedachte. Beweerde Einstein niet dat elke gedachte tot leven komt en werkelijkheid wordt? Ik werd er dan ook akelig van na een week het miesmuizerige nieuws over de leesstand in ons land te hebben aangehoord. Krant en radio verkondigden in vele varianten dat Nederland ontleesd raakt. En nog wel in rap tempo. Dat komt door de jongeren, die steeds minder vaak een boek ter hand nemen. En dat komt weer doordat ze aldoor een smartphone in de hand hebben. In een stukje in dagblad ‘Trouw’ was zelfs sprake van een ‘leesdieet’. Waarbij de Nederlandstalige literatuur het meest was afgeroomd, een zogeheten mager product was geworden.

Een medewerker van een boekenwinkel liet desgevraagd in dat stukje weten weten dat we in een wereld leven met teveel afleiding en dat een boek lezen een bewuste keuze is geworden. En dat die keuze niet meer gemaakt wordt. Deze boekenman illustreerde ons schamele leesgedrag met een koekje van eigen deeg. Hij bekende dat hij zelf ook steeds vaker met zijn ‘smartphone bezig was’, (het klonk alsof het iets onbetamelijks was, zoals steeds obsessiever in je neus peuteren of ander heimelijk gedrag). Tot hij opeens besefte dat hij de goden verzocht door als boekverkoper het gedrukte papier links te laten liggen. ‘Sindsdien zet ik elke woensdagavond mijn telefoon uit en ga ik lezen.’  Wat een fantastische boekenman, die zich een avond per week opoffert voor een groter doel: het boek. Al voorziet hij wel dat het te laat is, gezien zijn: ‘Ik hou mijn hart vast: voor de jongeren, en uiteindelijk ook voor de boekwinkel.’

Ik raakte hierdoor in een vreselijke dip en piepte tegen Mijn lief dat we zonder het lezen van boeken zouden eindigen in een geesteloze wereld. ‘En waar moeten al die schrijvers heen’, riep ik uit in een groot gevoel van meelevendheid. ‘Als er niet meer gelezen wordt, wat moeten die dan?’ Al die uren, dagen, jaren dat er aan een boek gewerkt werd; en geen hond die het lezen zal. Die in onbruik geraakte boeken die in boekenkasten, bibliotheken en in bananendozen op zolders zullen verblijven tot de eeuwigheid hen verstoft heeft… Mijn lief zei dat ik ook altijd alles zo overdreef. Dat het zo’n vaart niet zo lopen.

Toen las ik de column van Christiaan Weijts (NRC 19-01-’18). Ook hem had het ‘rampnieuws’ over ontlezing bereikt. Juist op de dag van de storm was hij met de trein op weg naar een school waar hij het wilde hebben over verbeeldingskracht en hoe dat een kind aanzet tot leren. Dat verbeeldingskracht verdwijnt waar verplicht wordt te lezen. Weijts pleit voor ‘Lesuren in vrije verbeelding’. Waarbij scholieren één uur per week in een wifi-loos lokaal samenkomen waar je mag ‘ lezen, luisteren en kijken wat je maar wilt, als je er maar in opgaat.’ Wat moet dat heerlijk zijn, freewheelen door tijd en ruimte, bladerend door een boek, dat je misschien wel gaat lezen. Zo maar omdat niemand het zegt.
Maar Weijts kwam nooit aan. Door die storm strandde hij met vele anderen in een pannenkoekenhuis. Daar zag hij zowaar dat er wel vijftien jongeren een boek zaten te lezen. En hij wenste zich meer gestrande dagen in de toekomst.

 


Inge Meijer is een pseudoniem. Zij schrijft over boeken als steunpilaren van het leven en over de ontdekkingen die zij doet in de marges van de literatuur.