28 januari 2017

Leesclub 3

Door Inge Meijer

Hoe eenvoudiger de uitstraling, hoe doordachter het vaak in elkaar steekt. Denk aan een fietswiel waarvan elk onderdeel precies op de juiste plaats zit maar de lengte van elke spaak wiskundig berekend is. Je staat er gewoon niet bij stil als je een fiets alleen maar gebruikt om je te verplaatsen. Zo zijn ook boeken middelen om je te verplaatsen in tijd, ruimte en persoon.

We hadden met acht vrouwen Het hout van Jeroen Brouwers gelezen. We maakten een rondje. Wat vonden we ervan: ‘Afschuwelijk verhaal. Zo bedompt dat leven in een klooster, en dan die zware, schurende kleding! Ik kreeg het er benauwd van.’ Nou, nee, zei de volgende, Ik vond het prima hoor, (alsof ze voor hetere vuren had gestaan). Nee hoor, ik had er geen moeite mee’, waarbij ze haar hoofd schudde. ‘Ik wist niet dat het er zo aan toe ging. Dat zal toch niet overal zo zijn geweest’ zei iemand lichtelijk geschokt, waarop we allen zeiden: ‘Nee hoor, er zullen heus wel katholieke gemeenschappen zijn geweest waar dit niet voorkwam.’ ‘Ik vond het nogal een eenvoudig verhaal, klonk het opeens gevat, alsof er een bedrieger ontmaskerd werd. ‘Ik dacht dat dit een groot literair schrijver was, maar ik vind het een verhaaltje van niks.’ Waarna verontschuldigend, ‘Nou ja, ik ken hem verder niet hoor.’

9200000014654136De verbijstering woekerde voort. Niet te geloven hoe die Eldert, docent Duits en verteller in Het hout, onder de plak was komen te zitten van het kloosterleven onder leiding van een reusachtig man, die ook nog eens dik, overal behaard, met knijpoogjes en omhoogstaande neusgaten waar je zo in keek, beschreven werd. Deze man moest als een varken gezien worden, en dan ook nog Duits, werd er geroepen. ‘Jaja, zei ik, overdrijving is een goed schrijver niet vreemd en heeft zijn noodzaak.’ En Eldert mocht dan wel aardig voor die jongens zijn maar hij deed er niks aan, was de mening. Hij was medeplichtig aan de terreur waaronder de jongens van die katholieke kostschool leden. Onverdraaglijk dat hij niet ingrijpt of er vandoor gaat (het maakte zo’n indruk dat er in tegenwoordige tijd werd gesproken). Was het niet in elke onderdrukte samenleving zo dat er altijd waren die de regels en protocollen stipt naleefden en er waren – om degenen die leden onder die regels – te ondersteunen en bemoedigen?

En die vrouw, die Patricia uit het dorp, is dat niet raar dat zij, in het Limburg van de jaren vijftig in broek gekleed is? Dat was toen toch helemaal niet zo. En dat hij het regime binnen die school met de Nazi’s vergelijkt, vindt ik wel erg ver gaan hoor.’ Tot, na de zoveelste opmerking hoe overdreven dit alles was, de genialiteit van de schrijver doordrong. Zagen we opeens hoe wiskundig berekenend Brouwers de verhaallijntjes, als de spaken in een wiel, in elkaar had gezet. De nazi’s als equivalent om te laten zien hoe de mens vernederd wordt. Hoe er soms groot ingezet moet worden om klein leed te begrijpen.

 

 

 

Recent

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

20 maart 2017

De zee in Tilburg

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 maart 2007

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden. Niet bevroedend dat hij elke dag door een bewonderend oog werd vastgepind op de weg die hem van de kazerne naar het bureel voerde stapte soldaat Brû, die in het algemeen nergens aan dacht, maar als hij dat toch deed dan het liefst aan de slag bij Jena, stapte soldaat Brû voort met de onbevangenheid van een niet-bewuste. Met zijn niet bewust grijsblauwe ogen en zijn niet bewust elegant omwikkelde beenkappen droeg soldaat Brû heel naïef al het nodige met zich mee om in de smaak te vallen bij een jongejuffrouw die niet helemaal jong meer was en ook niet helemaal juffrouw. Het ontging hem.

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden.

Lees meer