20 september 2016

Lampje aan en lees

Door Stefan Ruiters

Simon Vestdijk was de eerste schrijver waarvoor ik als bleue scholier bewondering kreeg. Ik weet niet meer hoe oud ik precies was, denk een jaar of zestien, 4 vwo, openbare scholengemeenschap De Huizermaat, A.D., 1988. Het jaar dat de eigenschap van het bewonderen ontstond. Voor Bono van U2, Michael Hutchence van INXS. Marco van Basten was er al langer als held, want de eerste jaren van mijn leven bestond uit voetballen.

Peter Buwalda ging, zo schreef hij afgelopen weekend in de Volkskrant, naar het huis van Simon Vestdijk (1898-1971). De Meester in Doorn, waar hij logeerde. Even denkt hij er zelfs over het huis te kopen. Vestdijks beroemde weduwe Mieke is vanwege dementie naar een verzorgingstehuis gebracht en het huis staat nu te koop. Na Buwalda’s ingeving denk je gelijk: Oei, is dat wel verstandig? De (literaire) erfenis waarmee het huis is beladen, drukt onmiddellijk op je schouders, zo lijkt me. En inderdaad, Buwalda stelt zichzelf gelijk de vraag: hoe onbevangen kun je hier schrijven terwijl je weet dat Vestdijk hier stormen van schrijvende productiviteit alswel van machtige depressiviteit doorstond? Het gebergte: niet voor niets gaven Hugo Brandt Corstius en Maarten ’t Hart hun bundeling van leesrapporten van de 52 romans van Vestdijk deze titel mee (Nijgh & Van Ditmar/ De Bezige Bij, 1996).

Terug tot Ina Damman, in 1946 uitgegeven, zal ik ook rond 1987 of 1988 hebben gelezen voor mijn leeslijst. Het is, net als bij Tongkat (1999) van Peter Verhelst, een leeservaring die je de rest van je leven met je mee zult dragen. Het thema van de onbereikbare liefde, je hormonen moeten wel ver verstopt zitten, wil je niet als puberende jongen geraakt worden door de weifelende veroveringsdrang van Anton Wachter, smachtend naar al is het maar een vrolijke blik of een lief woordje van de introverte Ina Damman.

Een paar jaar geleden kocht ik een stuk of wat eerste en tweede drukken van Vestdijks romans (zie afbeelding), allemaal nog met origineel stofomslag, en sporen van de tijd: verkleuring, slijtageplekken, namen van vorige eigenaars op het schutblad geschreven. Ik heb ze nog niet allemaal gelezen. Wel, gelijk na aanschaf, las ik van alle boeken de eerste paar zinnen. Die moeten raak zijn, zo weten we van Hermans, anders stop je gelijk met lezen. En daar wist Vestdijk wel raad mee. Op de eerste pagina word je gelijk Vestdijks wereld in gezogen. Volzinnen zijn het, vol van zin, meestal meer dan twee of drie regels, bijna Deutsch lang, maar ook weer meanderend Nederlands. Blijkbaar te vol, te lang en te vloeibaar, dat men heden ten dage zijn boeken blijkbaar maar moeilijk kan verteren, want het oeuvre van Vestdijk raakt uit de gratie. Volledig onterecht. Vestdijk was een meester in het vrijwel direct scherp neerzetten van personages en entourage. Ga er even voor zitten, in de avond, als het donker is, tv uit, mobiel weg, lampje aan en lees.

 

 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

28 mei 2007

´Het eerste bezoek was een klucht. Niet zomaar banaal lachen en dijen kletsen. Nee, het was, hoe meer ik erover nadenk, de verfijnde onderbroekenlol van een oude professor die te midden van kunst en antiek plotseling tegen me zei: ´Laat uw broek maar even zakken.´´

´Het eerste bezoek was een klucht. Niet zomaar banaal lachen en dijen kletsen. Nee, het was, hoe meer ik erover nadenk, de verfijnde onderbroekenlol van een oude professor die te midden van kunst en antiek plotseling tegen me zei: ´Laat uw broek maar even zakken.´´

Wie had ooit gedacht dat deze aanlokkende openingsalinea door ons eigen Peter Brusse werd opgeschreven? Brusse, bij het grote publiek voornamelijk bekend als voormalig buitenlands correspondent voor de Volkskrant en het NOS Journaal in Londen maakt met het vlindernet zijn debuut als romanschrijver.

Lees meer