24 januari 2017

Kunst aan de keukentafel

Door Stefan Ruiters

Vorige week zondagochtend liep ik met mijn 9-jarige dochter het Rijksmuseum in om de tentoonstelling van Hercules Segers (1589/1590-1633/1640) te gaan bekijken. Bleek het net te zijn afgelopen! Ach, er is nog genoeg te zien, zei mijn dochter. En dat is ook zo. Toch moest ik even mijn teleurstelling verbijten, om daarna hand in hand met dochterlief naar de Nachtwacht door te lopen. ‘Die wil ik nog een keer zien hoor, pap.’ En de andere Rembrandts en Van Goghs. Snel voordat de Chinezen komen, zeiden we tegen elkaar. Ik had me wel erg op Segers verheugd, al een paar maanden eigenlijk. Tja, dan had ik dus eerder moeten gaan. Gebeurt wel vaker helaas. Om het passieve enthousiasme om te zetten in een actie, ergens daar tussenin strand ik vaak.

Zo liep ik ook de expositie van Jan  Weissenbruch (1822-1880) in het Teylers Museum te Haarlem mis. Kwam ik achter toen een collega vertelde dat ze nog net de laatste dag ervan hadden kunnen meepikken. En ze hadden ook nog het laatste gebonden exemplaar van de tentoonstellingscatalogus kunnen aanschaffen aldaar. Wat fijn is het dan om als antiquaar dan een paar dagen later alsnog de catalogus met schilderijen en aquarellen van deze Vermeer van de 19de eeuw tijdens een inkoop aan te treffen. Wel in paperback, maar toch, fijn. En, jeuh, in de stapels boeken ook een catalogus van Het Rembrandthuis over Hercules Segers, de schepper van de minimale landschappen en zijn invloed op andere kunstenaars. Het boek staat vol kunstwerken die geënt zijn op de vroege meester en zelfs met regelrechte verwijzingen  naar de beroemde rotslandschappen, de hangende bomen met sliertige takken die de etsen en schilderijen bevolken. In de kunst van Segers zijn weinig mensen te bekennen. Alsof Segers op een andere planeet dan de onze vertoefde.

Ook Rembrandt was een vroege fan van Segers’ monochrome werk. Hij kocht een aantal werken van Segers, die ook nog een IMG_0585vriend werd. Ik moest denken aan de prachtige, weemoedige novelle over het leven van Segers: De bergreis van Theun de Vries (Querido, 1998). Waar je bij Weissenbruch baadt in het licht van een mooie zomerse dag vol menselijke activiteit aan de rivierbedding, zo word je bij Segers een vaal, vuil, leeg berglandschap in gezogen. Twee kunstenaars, twee gemoedstoestanden. Prettig om tussen die twee heen en weer te pendelen met een paar bewegingen van handen en ogen, zittend aan de keukentafel thuis, met een op zijn huiswerk zwoegende zoon naast me. Dat is weer het mooie aan boeken: de wereld gevangen tussen twee kaften. Er staat nog een expositie op de verlanglijst: Tinguely in het Stedelijk Museum Amsterdam. Daar ga ik zeker naar toe!

 

 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

30 april 2007

Nederland gaat al jaren gebukt onder een stroom van literatuur over inktzwart geloof. Destijds waren het schrijvers als Maarten ’t Hart en Maarten Biesheuvel, die afrekenden met hun gereformeerde verleden. Van meer recente datum is het succes van Jan Siebelink. Peter Delpeut (1956) is cineast en schrijver, hij observeert als geen ander. Nu heeft hij een historische roman geschreven, die zich afspeelt aan het einde van de 19e eeuw in een moerasdelta ergens in het oosten van Nederland. Het geloof heeft in deze streek een greep op de samenleving en aanvankelijk deint Pastoor Peters braaf mee op de rimpelloze waterstroom van deze benauwde gemeenschap. Wie denkt dat Delpeut zich schaart onder de reli-krakers komt echter bedrogen uit. Hij schrijft vele malen mooier dan de dulle Siebelink. De prachtige natuurbeschrijvingen of andere observaties van Delpeut weerspiegelingen op virtuoze manier de zieleroerselen van de hoofdpersoon. Dat is een stijlfiguur, die vakmanschap vereist en Delpeut beheerst zijn metier, terwijl we hier nota bene met een romandebuut te maken hebben. (..)’Hij keek rond in zijn kerk. Door de gebrandschilderde ramen glipte nog juist het laatste licht van de dag binnen. Van buiten leek de kerk een lomp gebouw. De huizen van het dorp waren er eenvoudig te dicht bovenop gebouwd. De verhoudingen waren zoek.’(..)

Nederland gaat al jaren gebukt onder een stroom van literatuur over inktzwart geloof. Destijds waren het schrijvers als Maarten ’t Hart en Maarten Biesheuvel, die afrekenden met hun gereformeerde verleden. Van meer recente datum is het succes van Jan Siebelink. Peter Delpeut (1956) is cineast en schrijver, hij observeert als geen ander. Nu heeft hij een historische roman geschreven, die zich afspeelt aan het einde van de 19e eeuw in een moerasdelta ergens in het oosten van Nederland.

Lees meer