Door Inge Meijer

Ik profiteer van schrijvers, van hun uitspraken en verhalen. Als iemand tegen me aan staat te praten en niet verwacht dat ik ook wat zeg, kan ik het niet laten een citaat te parafraseren of uit andermans werk te putten. Zo verbleef ik eens op een feestje in Londen waar oudste Zoon me mee naar toe had genomen. Langs drie smalle trappen kwamen we  op de bovenverdieping van een bouwvallig huis. In de kleine woonkamer werd gedanst. In het wat rustiger portaal tussen badkamer en woonkamer raakte ik in gesprek met een Griekse, naar overgewicht neigende jongeman die op het punt stond zijn relatie te verbreken.

Zijn vriendin was een schoonheid, maar dat leek hem niet te deren. ‘Everything will all past’, was iets waarmee hij, blijkbaar nogal melancholisch aangelegd, zijn meningen lardeerde. Heimwee had hij. Naar de blauwe zee, zijn moeder, naar de manier van leven die zo eenvoudig was ‘You know’, dat hij er niets over kon vertellen. Al was hij vijf jaar geleden om diezelfde dingen naar Londen, ‘The place to be’, gekomen.
Met benevelde woorden, die verhalen een filosofische diepgang geven die door de toehoorder uiterst serieus genomen dient te worden, probeerde hij zijn levensverhaal in een mythe te gieten. Waarop ik, sprakeloos, mijn favoriete citaat van Jeroen Brouwers in nogal knullig Engels voor hem parafraseerde; ‘Everything has to do with everything’. Door de muziek konden we elkaar niet helemaal verstaan maar er was wel degelijk sprake van a positive vibe tussen ons.

In de woonkamer zette Phil Collins net jengelend en schurend ‘I can feel it coming in the air tonight’, in toen  de Griekse jongeman me serieus in de ogen keek en zei, ‘You are such a good listener’. Hij schonk zich nog een whisky in en ik knikte. En knikte nog eens. Aangemoedigd nam ook ik een whisky, vergetend dat ik dat nooit drink. Het werkte bevrijdend en ik zei, ‘You know, there was a little boy’ die voor het eerst naar de kapper ging.

Het was een Chinese kapper die zijn hoofd met zachte, doch dwingende hand beroerde. Het jongetje voelde de haarlokken langs zijn hals en nek naar beneden vallen, hoorde het knipknip van de schaar. Van waar hij zat had hij hij uitzicht op de zee. Toen de Chinese kapper na het knippen het tere nekje van het jongetje schoonblies met zijn zachte adem en hem een spiegel voorhield, wist het jongetje niet wie hij zag. Wel zag hij dat de kapper zijn krullen bijeen veegde en ze in een luikje in de vloer liet vallen waar een stroom water het mee naar zee nam. ‘Ergens in de zee zakt mijn haar naar de bodem’, dacht het jongetje. At the bottom of the sea, vertelde ik, ligt een tapijt van haren van miljarden mensen, waarin, als je erover zou lopen ‘your footprint’ achterblijft.
De Griekse jongeman knikte, knikte nog eens en zei, ‘Man is the measure of all things’ wat een eeuwenoud Grieks gezegde is. En ik voelde me een klaploper van de literatuur, al bedoelde ik het goed.

 

Het stukje over de Chinese kapper en het jongetje is ontleend aan De zondvloed / Jeroen Brouwers.
Het laatste citaat is van de Griekse filosoof Protagoras (c. 490 – c. 420 v. Chr.).


Inge Meijer is een pseudoniem en wil dat nog wel zo houden. Zij schrijft over boeken als steunpilaren van het leven en over de ontdekkingen die zij doet in de marges van de literatuur.

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 december 2007

Verhalenwedstrijd levert fraai uitgeven bundel op
Recensie door Karel Wasch

Uitgeverij De Vleermuis uit Roermond organiseert jaarlijks een tweetal wedstrijden (poëzie en verhalen). De wedstrijd voor verhalen leverde dit jaar het fraai uitgegeven boek Zenit op. Daarin 44 verhaaltjes (aantal woorden was beperkt) van uiteenlopende snit en kwaliteit. Aan de wedstrijd deden in totaal 187 mensen met een verhaalinzending mee.

Lees meer