16 september 2015

Kinderjaren in Berlijn – Walter Benjamin

Een huiveringwekkend, aangrijpend sprookje

Recensie door Huub Bartman

Bijtijds leerde ik me te vermommen in woorden, die eigenlijk wolken waren’.

Naar Parijs gevlucht voor de Nazi’s had Walter Benjamin er tussen 1932 en 1938 behoefte aan zijn kinderjaren in Berlijn te boekstaven, niet zozeer, zoals hijzelf zegt, om autobiografische redenen als wel om filosofische. Hij begreep dat het afscheid van zijn geboortestad Berlijn wel eens definitief zou kunnen zijn en besloot in ruim dertig korte schetsen literair vorm te geven aan deze herinneringen. Hij probeert ‘de beelden te pakken te krijgen waarin de ervaring van de metropool haar neerslag vindt in een kind uit de burgerlijke klasse’, beelden vervat in titels als ‘Loggia’s’, ‘De Telefoon’, ‘Tiergarten’ en ‘Verstopplaatsen’. Hij wil laten zien ‘hoezeer degene van wie hier sprake is (hijzelf), later de geborgenheid miste die zijn kinderjaren eigen was geweest’.

Hoewel hij een te sterke biografische invalshoek tracht te vermijden door nergens beschrijvingen te geven van de fysionomieën van zijn gezinsleden en vrienden, ontkomt hij toch niet aan duidelijk autobiografische notities van een somtijds schrijnend karakter zoals in het verhaal ‘Overlijdensbericht’. Daarin vertelt hij hoe zijn vader hem op een keer – hij was een jaar of vijf – welterusten kwam wensen en hem, vrij gedetailleerd, vertelde van het overlijden van een neef, met wie hij weinig ophad. De kleine Walter luisterde nauwelijks, maar prentte zich wel zijn kamer in. Hij besluit: ‘Mijn vader was binnengekomen om niet alleen te zijn. Maar hij zocht mijn kamer op en niet mij. De twee konden geen derde gebruiken.’  Hierin zie je ook een van de stilistische instrumenten die Walter Benjamin hanteert om in zijn verhalen aansluiting te zoeken bij het magische wereldbeeld van het kind, nl. het als individu opvoeren van voorwerpen en verschijnselen uit de omgeving van het kind, in dit geval dus de kamer. Dit levert een soms huiveringwekkend indringend beeld op, bijvoorbeeld in het verhaal ‘Ongelukken en misdaden’. Daarin schrijft hij: ‘Ook het kanaal, waarin het water zo donker en langzaam stroomde, als stond het op vertrouwelijke voet met alle treurnis, hield me telkens aan het lijntje. Tevergeefs was elk van zijn vele bruggen door middel van een reddingsboei verloofd met de dood.’  Dit zegt veel over de stemming van Walter Benjamin in Parijs.

Zelf zegt hij zijn herinneringen te zien als een sprookje en daarin heeft hij eigenlijk wel gelijk, maar dan wel een sprookje van Grimm of, beter nog, van Winsor McCay in zijn psychoanalytische strip Little Nemo in Slumberland. Het psychoanalytische karakter van De kinderjaren sluit natuurlijk nauw aan bij de tijdgeest, waarin de denkbeelden van Freud en Jung, maar voor wat betreft Walter Benjamin, vooral Lacan een grote populariteit genoten.

In het eerste verhaal, de ‘Loggia’s’, geeft hij eigenlijk zijn credo af: ‘Zoals een moeder die het pasgeboren kind aan haar borst legt zonder het te wekken, gaat het leven lange tijd om met de nog tere herinneringen aan de kinderjaren. Niets sterkte die van mij inniger dan de blik op binnenplaatsen met hun donkere loggia’s. Een daarvan [..] was voor mij de wieg waarin de stad de nieuwe burger legde. Het kwam voor dat de kariatiden die de loggia van de volgende verdieping droegen, hun plaats voor een moment verlaten hadden om aan deze wieg een lied te zingen dat weinig bevatte van wat mij later te wachten stond, …’, om even later droefgeestig te vervolgen: ‘Dat komt ook door de troost die van hun onbewoonbaarheid uitgaat voor iemand die zelf niet echt tot wonen komt.’ Het is ook een filosofisch sprookje: ‘De tijd verouderde in deze schaduwrijke ruimtes die op de binnenplaats uitkeken. En juist daarom was de morgen, als ik er in onze loggia op stuitte, al zo lang morgen dat hij meer op zichzelf leek dan waar dan ook. Nooit kon ik hier op hem wachten; altijd wachtte hij al op mij. Hij was er allang, alsof hij al over zijn hoogtepunt was, toen ik hem daar eindelijk opsnorde.’  En een melancholisch sprookje als de kleine Walter in de winter met een boek in zijn hand bij het raam staat te kijken naar de sneeuwjachten buiten: ‘De verre landen die me in die verhalen bezochten (Uit: Jongensboeken), speelden vertrouwelijk als vlokken om elkaar heen. En aangezien de verte als het sneeuwt niet meer naar de wijde wereld leidt, maar naar het binnenste, lagen Babylon en Bagdad, Akko en Alaska, Tromsö en Transvaal in mijn binnenste. De aangename lucht van de dikke pil, waarvan ze doordrongen waren, bracht ze door middel van bloedvergieten en gevaren zo onweerstaanbaar in de gunst van mijn hart, dat het de beduimelde boeken voor eeuwig trouw bleef.’ Maar ook een nachtmerrie vol horrorbeelden zoals in ‘De maan’: ‘Dan viel ik in slaap. Het maanlicht trok zich langzaam terug uit mijn kamer. En vaak lag die al in het donker als ik een tweede of derde keer wakker werd. De hand moest als eerste moed vatten om over de grafrand van de slaap te duiken, waar hij beschutting had gevonden voor de droom. Als dan het nachtlichtje hem en mij al flakkerend had gerustgesteld, bleek dat van de wereld niets meer restte dan een enkele verstokte vraag. Die luidde: waarom is er iets op de wereld, waarom is de wereld er? Tot mijn verbazing moest ik constateren dat de wereld niets bevatte wat me noodzaakte haar te denken. Haar niet-zijn zou me volstrekt niet problematischer hebben geleken dan haar zijn, dat het niet-zijn een knipoogje leek te geven.’

Vertaler Hans Driessen heeft met deze geheel nieuwe uitgave van De kinderjaren, op basis van het in 1981 in Parijs teruggevonden typoscript van de ‘Ausgabe aus letzter Hand’ (= een soort laatste wilsverklaring), een prestatie van formaat geleverd. De kinderjaren van Walter Benjamin behoren juist door de ‘sprookjesachtige’ benadering tot de meest huiveringwekkende, aangrijpende en altijd trefzekere ‘Kinderjaren’ in zijn soort. De goed gekozen foto’s uit het Berlijn van weleer, vormen een passende aanvulling op de tekst.

Kinderjaren in Berlijn rond 1900

Auteur: Walter Benjamin
Vertaald door: Hans Driessen
Verschenen bij: Uitgeverij Vantilt
Aantal pagina’s: 112
Prijs: € 17,50

Kinderjaren in Berlijn
Walter Benjamin
Vertaling door: Hans Driessen
Verschenen bij: Uitgeverij Vantilt
ISBN: 9789460042119
112 pagina's
Prijs: € 17,50

Meer van Huub Bartman:

10 januari 2017

Een echt Renaissance-mens

Over 'Rusteloos en overal' van Michiel van Kempen
14 december 2016

Indrukwekkend historisch document

Over 'Zo zag de waarheid er op donderdag uit' van Victor Klemperer

Recent

23 maart 2017

Mooie ontledingen van Alberts werk die aansluiten op zijn levensverhaal

Over 'Leven op de rand. Biografie A. Alberts' van Graa Boomsma
23 maart 2017

Erotiek en censuur in De Parelduiker

Over 'De parelduiker 2017/1 - Verboden' van Eindredactie: Hein Aalders
22 maart 2017

Klank en ritme geven sturing aan de gedichten

Over 'Haar vliegstro' van Peggy Verzett
21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

Over 'De terranauten' van T. Coraghessan Boyle
20 maart 2017

De zee in Tilburg

Over 'Goudvissen en beton' van Maartje Wortel

Verwant

16 september 2015

Recensie door: Machiel Jansen

Over 'Recensie: Misdaden ' van Walter Benjamin
16 september 2015

Compilatie van eerder gepubliceerd werk

Over 'Heldenlevens' van Walter Benjamin
16 september 2015

Recensie door: Machiel Jansen

Over 'Von Schirach doet verlangen naar meer' van Walter Benjamin