21 juni 2016

Kees Fens

Door Stefan Ruiters

Kees Fens woonde bij ons antiquariaat om de hoek. Wij – mijn compagnon en ik – begonnen in 2001 een antiquariaat in de Hartenstraat, een van de negen straatjes in het centrum van Amsterdam. Menig bekende Nederlander en veel bekende en minder bekende schrijvers hebben we in onze winkel over de vloer gehad. Johan Cruijff, Rem Koolhaas, Connie Palmen – waarvan we ook boeken kochten – en Gerrit Komrij om er een paar te noemen. Martin Bril was een van de graag geziene klanten. Mijn compagnon ging om de zoveel jaar bij Bril langs om boeken uit zijn collectie mee te nemen, veel literatuur, biografieën en muziekboeken. Ik stond een keer met Bril voor de etalage te praten en naar buiten te kijken en ineens schoot hij de straat op en riep nogal luidruchtig: ‘Kees, Kees, wacht even.’

Met grote passen stapte hij op een man af in een lange creme-kleurige overjas en dito gekleurde hoed op. Daar liep Kees Fens  door de Hartenstraat op weg naar zijn huis op de hoek van de Keizersgracht. Hij begroette de druktemaker hartelijk. Samen liepen ze verder. Dat moet rond 2006 zijn geweest. Kort daarna was ik bij Fens om boeken te kopen, die opgestapeld stonden langs de kasten met poëziebundels en andere parels. Tot aan zijn dood kocht en las hij alle poëzie die uitkwam in Nederland, van debutant tot gevierde dichter. Wat een hongerige geest had hij, tot vlak voor zijn dood in 2008. De boeken die ik meekreeg had hij vaak enige tijd daarvoor gerecenseerd voor de Volkskrant, niet alle boeken kon hij meer in zijn kasten kwijt. Als ik kwam moest ik meestal eerst even met hem zitten en dan bespraken we de actualiteit – vaak voetbal – en het verbaasde me steeds weer dat ik – dertiger damals – met deze erudiete man een evenwaardig gesprek kon voeren.

Fens nam je als gesprekspartner serieus. En dat zal vast niet zijn gekomen doordat ik zulke scherpe en intelligente opmerkingen maakte, maar eerder door zijn eigen open houding naar jou, als mens toe. Ik begin er bijna filosofisch-christelijk over te spreken, maar zo ging het wel. Naastenliefde, om in religieuze temen te blijven, moet hoog bij hem in het vaandel hebben gestaan. Fens toonde me dat je met onbevooroordeeld zijn en open naar alles wat er om je heen gebeurt, je tot op hoge leeftijd soepel van gedachten kunt zijn. En daarmee ook blijft deelnemen aan het leven. Zo kan ik me herinneren dat Fens eens in een tv-programma zat met Bas Heijne als presentator. Rudy Kousbroek en Henk Hofland zaten ook aan tafel en ze hadden het over het woord ‘leuk’. Kousbroek en Hofland zaten letterlijk en figuurlijk als oude mannen onafgebroken af te geven op dat woord dat zou staan voor de vervlakking in de samenleving. Het cultuurpessimistische gepruttel was niet van de lucht. Maar Kees Fens vond dat allemaal wel meevallen en liet een veel minder somber geluid horen. Hij was eerder een kritische relativist dan een somberman. Het voedde mijn sympathie voor hem. Als ik aan Kees Fens denk, dan weet ik weer hoe in het leven te staan. Wat een leuke man was dat.

 

 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

28 mei 2007

´Het eerste bezoek was een klucht. Niet zomaar banaal lachen en dijen kletsen. Nee, het was, hoe meer ik erover nadenk, de verfijnde onderbroekenlol van een oude professor die te midden van kunst en antiek plotseling tegen me zei: ´Laat uw broek maar even zakken.´´

´Het eerste bezoek was een klucht. Niet zomaar banaal lachen en dijen kletsen. Nee, het was, hoe meer ik erover nadenk, de verfijnde onderbroekenlol van een oude professor die te midden van kunst en antiek plotseling tegen me zei: ´Laat uw broek maar even zakken.´´

Wie had ooit gedacht dat deze aanlokkende openingsalinea door ons eigen Peter Brusse werd opgeschreven? Brusse, bij het grote publiek voornamelijk bekend als voormalig buitenlands correspondent voor de Volkskrant en het NOS Journaal in Londen maakt met het vlindernet zijn debuut als romanschrijver.

Lees meer