14 juli 2015

Voor wie de morgen nooit meer aanloeit

Door Inge Meijer

Ook als schrijvers zich niet meer onder de levenden bevinden, willen ze op onverwachte momenten nog wel eens opduiken. Hermans, die meer typemachines bezat dan hij boeken heeft geschreven, leeft voort in zijn typemachines die in de stad Gent in België een onderkomen vonden. Om de typemachines te kunnen onderhouden worden ze ter adoptie aangeboden, als waren het verweesde, in de steek gelaten kinderen die gevoed en onderwezen dienen te worden. Door er een te adopteren zou het zomaar kunnen dat je er beter door gaat schrijven, een beetje nihilistischer misschien, maar toch.

In het weekend van 4 juli werd er een stille tocht gehouden ter nagedachtenis aan omgekomen Arubaan, door politie geweld. In het verslag van de tocht werd uit de mond van ene Mark Marugg opgetekend dat het een waardige optocht zou gaan worden, dat hij geen relschoppers tussen de aanwezigen zag. Toen schreef de verslaggever: ‘Marugg, achterneef van schrijver Tip, zou later gelijk krijgen.’

Tip Marugg (1923-2006) is een schrijver van tenminste drie boeken. Hij leefde op de Caribische eilanden waar ook Mitch Henriquez vandaan kwam. De schrijver is al jaren dood. Mitch Henriquez pas enkele weken. Tip had geen weet van Mitch, toch kreeg hij een rol toebedeeld in de stille tocht ter nagedachtenis aan hem. Tip Marugg, die bij leven nog nooit in Nederland was geweest, was daar opeens aanwezig. Marugg was een kluizenaar die niets van roem wilde weten. Maar hij drong zich overduidelijk opeens aan de verslaggever op en hij moest hem er wel als oudoom en schrijver bijhalen tijdens die stille tocht. Het leek alsof het hele gebeuren, die stille tocht, door het noemen van zijn naam een bovenwindse waarde kreeg. Het lostrok van het alledaagse. Ook de woorden Justice For Mitch die in witte letters op zwarte T-shirts gedrukt stonden, kregen meer inhoud. Wat natuurlijk onzin is, maar toch: literatuur verbinden aan een dramatisch gegeven maakt het tot, tja toch wel tot literatuur. Mitch zou zo in één van de het leven tartende romans van Tip Marugg kunnen plaats nemen.

Alsof het de gewoonste zaak van de wereld was en Tip Marugg een alom bekend literair figuur was. Dat het de schrijver was die in 1988 met zijn boek De morgen loeit weer aan, genomineerd werd voor de AKO literatuurprijs. Een schrijver die, toen hij beroemd dreigde te worden, overwoog een bord in zijn tuin te zetten met: ‘Ik ben niet thuis’. Een schrijver die de drank het liefst had en zijn hondje Fonda noemde, naar Jane Fonda.

Tip Marugg werd als oudoom van Mark Marugg,die meeliep in de stille tocht, meegenomen van station Moerdijk naar het Zuiderpark. Naar de plek waar het allemaal gebeurd was. Maar wie zou hem nu eigenlijk nog kennen, buiten het handjevol insiders van de Caribische literatuur. Wel stoer eigenlijk van die verslaggever. Laat de mensen zich maar afvragen wie Tip is. En wie Mitch is. Beiden met elkaar verbonden door een achterneef van Marugg. Tip en Mitch voor wie de morgen nooit meer aanloeit.

 

 

Recent

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

20 maart 2017

De zee in Tilburg

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 maart 2007

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden. Niet bevroedend dat hij elke dag door een bewonderend oog werd vastgepind op de weg die hem van de kazerne naar het bureel voerde stapte soldaat Brû, die in het algemeen nergens aan dacht, maar als hij dat toch deed dan het liefst aan de slag bij Jena, stapte soldaat Brû voort met de onbevangenheid van een niet-bewuste. Met zijn niet bewust grijsblauwe ogen en zijn niet bewust elegant omwikkelde beenkappen droeg soldaat Brû heel naïef al het nodige met zich mee om in de smaak te vallen bij een jongejuffrouw die niet helemaal jong meer was en ook niet helemaal juffrouw. Het ontging hem.

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden.

Lees meer