Tegendraadse schrijfster


Het is altijd verrassend wat er in een boek verborgen kan zitten en dan bedoel ik niet tekstueel inhoudelijk maar aan briefjes, aantekeningen, een foto of de bon van aankoop. Zo dwarrelde er laatst uit een deeltje van de serie Literair Moment Josepha Mendels, een losse (dubbele) bladzijde (blz 77 t/m 80) afkomstig uit een klein formaat boekje. Van zo’n soort boekje herinner ik me niets, ook het stukje herken ik niet. Het is getiteld Een zachte septemberochtend door Josepha Mendels, ondertekend met een (gedrukte) handtekening van haar zelf. Ze beschrijft op de haar ludieke wijze en hier en daar een tikje zwaar aangezet, wat er gebeurde nadat bekend was geworden dat zij in 1986 de (eerste) Anna Bijnsprijs kreeg toegekend. Haar romans en verhalen werden herdrukt, als eerste haar debuutroman Rolien en Ralien (1947).

Ze woonde in Parijs maar was ten tijde van de bekendmaking in Nederland op bezoek bij haar zoon die voor de tweede keer vader was geworden. ‘Ik wilde terug naar Parijs maar toen ik mezelf de hele dag tegenkwam op affiches naast stapels van mijn boeken in de vitrines van de boekhandels, bleef ik toch.’ Een boekhandelaar vertelde haar trots: ‘Alles uitverkocht. (…) Hij vroeg nog waarom ik zo stom geweest was om zonder verzet in de vergetelheid te verdwijnen.’ Waarop haar antwoord was: ‘Ik loop geen uitgever achterna.’

Ik moest denken aan Deventer en Josepha Mendels. Van 1916 tot 1920 woonde ze daar om, zoals ze zelf zei: ‘Het leren te leren’. Haar romans leken bestemd voor alle vrouwen voor wie het huwelijk een benauwend instituut was. Voor de vrouwen die in hun leven gevangen zaten, creëerde zij een vluchtweg, liet ze van huis weglopen, niet om een nieuwe liefde maar om zichzelf.
Ze was vierentachtig toen ze als schrijfster erkend werd en door vele literaire salons werd uitgenodigd. Ook in Deventer maakte ze haar opwachting samen met haar vriendin en huisgenoot Berthe Edersheim. Na vijfenzestig jaar zag ze Deventer terug dat volgens haar weinig veranderd was. Ze was er op uitnodiging van Literair café Bouwkunde. Op vrijdag 29 mei 1987, weet ik uit mijn dagboek, waarin ik tot mijn spijt enkel schreef: ‘Naar literair café Josepha Mendels geweest.’

Toch herinner ik me nog hoe Josepha Mendels het podium beklom en Berthe zich op de voorste rij op een stoel zette vanwaar ze  gedurende het interview de hiaten in Josepha’s geheugen aanvulde. Mendels vertelde dat er nooit zoveel belangstelling was geweest voor haar boeken. Dat ze ooit zelf de laatste eerste drukken van haar debuut bij De Slegte opkocht omdat ze ‘zo’n medelijden met ze had’.
Die vrijdag was ze met de pont naar de overkant van de IJssel gevaren, waar de stadsfotograaf haar portretteerde met het stadsgezicht van Deventer op de achtergrond. Deze foto kwam op het voorplat van het deeltje Literair Moment Josepha Mendels terecht.
Dat Rolien en Ralien door Schwob die, ‘De beste onbekende boeken uit de wereldliteratuur’ onder de aandacht brengt, werd terug gehaald, is een eerbetoon aan een schrijfster die alleen om haar tegendraadsheid al een prijs verdiende.

 


Inge Meijer is een pseudoniem en wil dat wel zo houden. Zij schrijft over boeken als steunpilaren van het leven en over de ontdekkingen die zij doet in de marges van de literatuur.

Meer van Inge Meijer: