10 juli 2008

Interview Walter Kraut

Vanaf maandag 24 januari 2005 vond op het forum een online-interview plaats met debutant Walter Kraut. Kraut ’s roman Blauwe ogen verscheen begin januari 2005 bij Prometheus. Kraut recenseerde de afgelopen jaren debuten voor dagblad Trouw, hij woont en werk in London. De flaptekst van het boek:

‘Blauwe ogen is een roman over een kortstondige liefde met langdurige gevolgen. Kun je de werkelijkheid buitensluiten en een leven leiden dat slechts gebaseerd is op herinneringen? Blauwe ogen is een meeslepende roman, geschreven in een melancholische, poëtische stijl.

Sinds Ivo zichzelf vijftien jaar geleden opsloot in zijn huis doet hij niets anders dan herinneringen ophalen aan de tijd dat hij nog buiten kwam, toen hij als zwerver op straat leefde met de zestienjarige Em. Nu, na al die jaren, staat er ineens een meisje voor de deur dat zijn rust verstoort. Ze verleidt Ivo tot het vertellen van zijn levensverhaal, en langzaam komt de lezer erachter welke gebeurtenissen hebben geleid tot Ivo’s besluit de buitenwereld voortaan te mijden.

Het onverwachte bezoek brengt Ivo in verwarring. Wie is dit meisje eigenlijk, en waarom is ze zo geïnteresseerd in zijn levensgeschiedenis? Verleden en heden zijn in Blauwe ogen steeds moeilijker van elkaar te onderscheiden, zeker als de geschiedenis zich begint te herhalen en er een gevaarlijk spel ontstaat waarin geen van beiden nog langer zichzelf is. ‘

Menno Hartman sprak met Walter Kraut over moderne Nederlandse literatuur, debuteren en over Blauwe ogen.

Beste Walter, welkom op het Forum van Literair Nederland. Dank voor je bereidheid vragen te beantwoorden op dit forum over je boek en je schrijverschap. Ik heb veel vragen maar beteugel mijn nieuwsgierigheid vooralsnog tot een eerste. Als leden zelf vragen willen stellen kan dat altijd tussendoor. Als zo’n vraag behandeld is, zal ik in sommige gevallen wel weer doorgaan op de weg die we zijn ingeslagen.

-Je boek is uit, Arie Storm, recensent en schrijver, hield een feestrede die op je website te lezen is. In de afgelopen jaren recenseerde je verscheidene debuten voor dagblad Trouw, waaronder een boek van Storm. Je bent nu als recensent overgestapt naar de positie van romanschrijver. Wat vind je dat een debuut voor eigenschappen moet hebben, en geldt dat ook voor een debuut van een recensent van debuten?

‘Ik stel geen algemene eisen aan literatuur, niet als lezer en ook niet als schrijver. Tom van Deel (criticus bij Trouw) vertelde me ooit dat hij pas toen hij voor het eerst zijn recensies bundelde, en ze dus allemaal nog eens kritisch doorlas, een idee kreeg van wat hij blijkbaar van literatuur verwachtte. Het kan zijn dat als ik al mijn recensies nog eens doorlees ? wat ik nooit doe ? er een beeld ontstaat van mijn opvattingen over literatuur. Ik geef elk boek een eerlijke kans  en mijn smaak is geloof ik redelijk breed. Ik vind Herman Brusselmans goed maar bijvoorbeeld ook Ian McEwan, schrijvers die niet méér van elkaar kunnen verschillen. 
Het schrijven van een roman of het beoordelen ervan zijn twee verschillende dingen. Ik kan alleen maar hopen dat het recenseren van andermans boeken me heeft geleerd kritisch te zijn, ook naar mijn eigen boek. Ik ben natuurlijk erg benieuwd naar wat de critici van mijn boek vinden. Míjn recensie van Blauwe ogen zou natuurlijk uitermate lovend zijn, met gemak het beste debuut van dit decennium… ‘

In je roman verblijft Ivo, de hoofdpersoon 15 jaar in zijn huis om de herinnering aan een grote liefde, Em, te bewaren, te conserveren bijna. De roman opent met een scène waarin Ivo in de badkamer zich omringt heeft met plaatjes van vrouwen. Hij spreekt ze toe en koestert ze. Speciaal voor de gelegenheid van de verjaardag van Em houdt Ivo een toespraak:

‘ Ik ben vijftien jaar niet buiten geweest’ , vervolgde hij, ‘omdat ik niet wilde dat nieuwe gebeurtenissen mijn herinneringen aan jou zouden overspoelen. Want waarom zou ik nieuwe herinneringen aanmaken, als de mooiste de tederste en…’ ? hier liet hij een kleine stilte vallen ? ‘helaas ook de meest tragische al zijn vastgelegd.’

Wat bracht je aan het schrijven over een onderwerp als ‘de herinnering’?

”De herinnering’ heeft me als onderwerp altijd geïnteresseerd. Herinneringen kunnen je in de weg zitten, maar ze kunnen ook een troost zijn. Voor Ivo geldt het allebei. In het begin van het boek zie je dat bepaalde gebeurtenissen zich steeds in zijn hoofd herhalen; het zijn onwelkome herinneringen, een soort stoorzenders die hij maar blijft ontvangen. Soms zou het fijn zijn als je bepaalde gebeurtenissen uit je leven kunt wissen. Wat gebéurt is, kun je niet ongedaan maken, maar misschien kun je in elk geval de herinnering eraan verwijderen of op zijn minst vervormen. Ivo gaat selectief om met zijn geheugen. Hij wil al het mooie uit zijn leven conserveren en al het vervelende vergeten. In zekere zin willen we dat natuurlijk allemaal, maar Ivo voert het gedachte-experiment ook echt uit. Ook gaat het over de vraag of een leven in je hoofd, gebaseerd op herinneringen, misschien niet waardevoller is dan een leven in de werkelijkheid ? zie daarvoor ook de laatste zin van jouw citaat.’

Het vervormen van een herinnering, waar je het over hebt, dat doet Ivo bijvoorbeeld door een aantal jeugdtrauma’s een nieuwe plaats in zijn leven te geven. In 1985 is hij een soort beroepszwerver, misschien in een poging de mogelijke moord op de zwerver Tough Tony met een nieuwe werkelijkheid te verdringen. In diezelfde periode wordt hij verliefd op Em, die een bijzondere gelijkenis vertoond met Mia, de liefde uit zijn jeugd waar hij nogal bruut uit werd weggetrokken.

Mia zelf zegt het in een andere scène met een foto als volgt:

‘Hij herinnerde zich helder het moment waarop hij de foto had gemaakt. “Het ziet er allemaal zo anders uit,” had hij tegen Mia gezegd, terwijl hij door de camera keek. “Alsof het niet echt is. Het is een beetje alsof ik droom.” “Dus als je een foto maakt, is dat een foto van een droom?” had ze gevraagd.

Hier voer je dit gegeven door tot het conflict tussen beeld en werkelijkheid. Aan de ene kant droom en werkelijkheid en dat begint met duplicatie van werkelijkheid; heel eenvoudig door het maken van een foto, maar ook meer in het leven ingepast door verliefd te worden op iemand die op iemand anders lijkt. Dat zijn zeer literaire thema’s. Heb je de indruk dat dit proces ook buiten boeken een belangrijke plaats inneemt?

‘Interessante vraag. Bepaalde thema’s lenen zich inderdaad goed voor literatuur; ik ben zeker niet de eerste die een boek schrijft over de verhouding tussen feit en fictie/ werkelijkheid en droom… Maar het is niet alléén een literair thema, ik denk dat we elke dag met de vraag ‘wat is waar/ echt’ worden geconfronteerd. 
Herinneringen zijn namelijk altíjd gekleurd. Dat heeft te maken met hoe we dingen waarnemen (we hebben nou eenmaal geen fotografisch geheugen), maar ook met hoe je ze interpretéért. 
Aan alles wat je ziet, geef je betekenis. Een onbekend meisje in een kroeg kijkt je aan, en jij denkt: ik heb sjans. Dit hoeft natuurlijk helemaal niet zo te zijn. In de eerste plaats kíjkt ze je misschien helemaal niet aan, in dat geval klopt de waarneming feitelijk al helemaal niet, maar ook als ze je wel heeft aangekeken, dan nog is het goed mogelijk dat je die blik verkeerd interpreteert. 
Ook achteraf kun je betekenis toekennen aan situaties. Dat is wat Ivo doet. Hij zegt dat hij zich uit liefde voor Em heeft opgesloten, maar zo eenduidig is het volgens mij niet. Hij maakt zijn verliefdheid groter en dramatischer dan hij was, omdat de werkelijke motieven voor zijn opsluiting te confronterend zijn. 
We zijn dus constant bezig met het interpreteren en herschikken van de werkelijkheid. Ik denk dat mensen zich, bewust of onbewust, graag voor de gek houden.’
Ha die Walter,
Als een handreiking aan de lezer laat je Ivo zijn omgang met de herinnering samenvatten door het citeren van enkele regels uit een gedicht van William Wordsworth. Ik schrijf het even uit;
“Daffodils” (1804)
I WANDER’D lonely as a cloud
That floats on high o’er vales and hills,
When all at once I saw a crowd,
A host, of golden daffodils;
Beside the lake, beneath the trees,
Fluttering and dancing in the breeze.
Continuous as the stars that shine
And twinkle on the Milky Way,
They stretch’d in never-ending line
Along the margin of a bay:
Ten thousand saw I at a glance,
Tossing their heads in sprightly dance.

The waves beside them danced; but theyIn het verhaal verschijnt na Em een derde meisje ten tonele, Anna. Zij lijkt op haar beurt weer op Em. Voor haar citeert hij het gedicht. Zij vraagt naar hoe de verder ging.

Out-did the sparkling waves in glee:
A poet could not but be gay,

In such a jocund company:
I gazed — and gazed — but little thought
What wealth the show to me had brought:

For oft, when on my couch I lie

In vacant or in pensive mood,
They flash upon that inward eye

Which is the bliss of solitude;
And then my heart with pleasure fills,
And dances with the daffodils.

Het citeren van een gedicht in een roman kan de lezer natuurlijk verleiden tot een interpretatie op de korte baan: dat waar dit gedicht over gaat is mutatis mutandis van toepassing op het boek. En natuurlijk is het gedicht weloverwogen gekozen. Toch is de waarneming van Wordsworth in zekere zin ongecompliceerd, te vroeg in de tijd bijvoorbeeld om zeer bezig te zijn met literaire noodzakelijkheid van van meer moderne tendenzen; hij problematiseert zijn herinnering nauwelijks.

In de scènes die volgen wordt de laatste nacht met Em op een wijze beschreven die ‘that inward eye’ wel degelijk problematiseert, er zijn droombeelden, er is een achtervolging, alcohol is in het spel.

Is Ivo een ironische Wordsworth, een moderne, of is het de almachtige schrijver die rookgordijnen trekt?

En omdat ons ritme van vraag en antwoord als we oppassen niet toelaat dat we tot smeuïger -of gewoon aardser- zaken komen voeg ik een twee kleine vraagje toe: hoe ziet je promotieschema er ongeveer uit, en van welke criticus zou je een bespreking -hoe die ook uitvalt- zeer waarderen?

‘Ivo draagt het voor aan Anna om haar uit te leggen hoe zijn relatie met Em er nu precies uitziet; wat voelt hij vijftien jaar na haar verdwijning voor haar? Hij besluit met de woorden: ‘Em is een veld met narcissen waarvan ik de schoonheid steeds beter leer begrijpen’. 

Nu we toch aan het citeren zijn, neem ik het stuk daarvoor ook maar even over: 

‘Vroeger op school moest ik gedichten uit mijn hoofd leren.Ik ken ze bijna allemaal nog, woord voor woord, maar op de een of andere manier zijn het andere gedichten geworden. Dat is raar hè, dezelfde woorden die door de jaren heen iets anders gaan betekenen? Of niet zozeer iets anders, maar méér. Ze rijpen als het ware in je hoofd. Dat is precies wat er met Em gebeurt. Hetzelfde meisje, dezelfde herinneringen, en toch blijft ze me verrassen. Ze wordt almaar mooier.’  

Dit sluit aan op je vorige vraag. Herinneringen zijn niet statisch, ze kunnen door de jaren heen een andere vorm aannemen. 

Door het gedicht van Wordsworth op deze plek te citeren, krijgt het inderdaad een ironische, tweede betekenis. De herinnering aan Em (of Wordworths herinnering aan het veld met narcissen) wordt na verloop van tijd misschien scherper, mooier en betekenisvoller, maar tegelijkertijd leugenachtiger en hierdoor troebeler. Houdt Ivo zichzelf niet verschrikkelijk voor de gek door zijn herinnering aan Em te vergelijken met het eenvoudige beeld van die narcissen?

Dit hoeft hij natuurlijk niet zelf te beseffen. Ivo wil zichzelf maar wat graag vergelijken met de grote romanticus Wordsworth (ook niet vies van een borrel, geloof ik), maar zijn werkelijkheid zit toch iets banaler in elkaar ? het is een mooi staaltje van wishful thinking. 

Rookgordijnen trek ik niet, niet bewust in elk geval, maar het is natuurlijk leuk als er iets te interpreteren overblijft. 

Aardse zaken… ‘promotieschema’ klinkt stoerder dan het is. Ik ben een kleine drie weken in Nederland. In die periode ben ik beschikbaar voor interviews, maar het is ook vooral een vakantie. Vorige week had ik een erg leuk gesprek met Theo Hakkert van de Twentse Courant; dat wordt zaterdag gepubliceerd. Begin februari komt er een stuk in Babel, een tijdschrift van de letterenfaculteit van de Universiteit van Amsterdam. Het wachten is op recensies. Ik moet eerlijk zeggen dat nu ik in Engeland woon, ik niet meer echt bijhoud wie er waar recenseert. Elk stuk is mooi meegenomen, lijkt me. 
Kreeg net een telefoontje van de uitgeverij. Mijn boek is lovend besproken in Het Dagblad van het Noorden! ‘
 
We hebben het gehad over literaire thema’s, de herinnering en het geheugen zijn veelbesproken onderwerpen in de wereldliteratuur. Denk aan ‘Een schitterend ongeluk’ van Wim Kayser, gesprekken met wetenschappers en schrijvers over de herinnering. Ook verdubbeling van personages (Mia, Em, Anna) lees je veel terug, bij onder meer Nabokov

Tijdens de nacht met Em maakt Ivo een omtrek van Em op het laken waarop zij ligt, in de slotscène gaat Anna in deze omtrek liggen, ze valt samen met Em. Dit beeld is in de Nederlandse literatuur bijvoorbeeld eerder opgeschitterd in Kellendonks De nietsnut, een boek dat ook anderszins raakvlakken biedt.
 
Kan je iets vertellen over de literaire context van waaruit je Blauwe ogen hebt geschreven?

En in het blokje vragen voor bij de borrel: een misschien wat onnozele vraag van mij, maar uit interesse, kan een mens verliefd worden op iemand waarvan je de ogen nooit hebt gezien?
Is het voor een in London wonende schrijver mogelijk een boek met deze titel te schrijven zonder aan Elton John’s klassieker Blue Eyes te denken?

‘Kellendonks ‘De nietsnut’ heb ik niet gelezen, je bent de eerste die me wijst op de gelijkenis. Ben erg benieuwd, ik zal het zeker kopen. (Misschien is het beter dat ik het niet heb gelezen; als de gelijkenis tussen de scènes werkelijk zo groot is, had ik hem waarschijnlijk niet kunnen schrijven.)

Nabokov, Arie Storm noemde hem ook al in zijn feestrede. Fantastische schrijver; zijn ‘Lolita’  is een van de beste boeken die ik ken. Ik hou van literatuur die eenvoudig oogt, maar toch duidelijk literair is. ‘Lolita’ is spannend, mooi geschreven en ‘mysterieus’ ?  het geeft zich niet meteen prijs, vraagt als het ware om een herlezing. Ian McEwan is ook zo’n schrijver. Toen ik ‘The Cement Garden’ las, dacht ik: dit wil ik (die reactie kan ik me overigens beter herinneren dan het boek zelf, dat moet ik maar eens herlezen). Zie uit naar zijn nieuwe roman (3 februari).

Vragen voor bij de borrel… Verliefd worden op iemand van wie je de ogen nooit hebt gezien, dat is inderdaad erg vreemd. Ivo vindt dat ook: ‘hij vroeg zich af hoe hij verliefd had kunnen worden op iemand van wie hij de ogen nooit had gezien’. Tsja… in de liefde is alles mogelijk zullen we maar zeggen. Of is dat een te gemakkelijk antwoord?

Elton Johns ‘Blue Eyes’. Als ik de titel noem van mijn boek is er altijd wel iemand die dat gaat zingen (ik heb het lied gisteren op een feestje nog een paar keer gehoord (en hard meegezongen, geloof ik). De titel van mijn boek was aanvankelijk ‘Want blauwe ogen staan haar niet’, maar dat heb ik ingekort.
Blue Eyes is trouwens niet helemaal de juiste vertaling van de titel. In de titel speel ik met de dubbelzinnigheid van blauwe ogen als in de kleur van je iris en blauw geslagen ogen (als in een blauw oog). In het Engelse Blue Eyes vervalt die ambiguïteit; de titel is een combinatie van Blue Eyes en Black Eyes.
Beste Walter,
ik ben net begonnen te lezen in je debuut, dus veel te zeggen over Blauwe ogen heb ik nog niet. Wat me echetr opviel in je antwoord op Menno’s vraag over de verhouding tussen fictie en werkelijkheid, is de opvatting die je hebt over de verhouding tussen schrijver en personages. Je zegt namelijk dat Ivo zegt dat hij zich voor Em heeft opgesloten, maar dat het niet zo eenduidig is. Je lijkt hier diepere lagen en motieven aan je personage toe te kennen dan wat je er zelf als schrijver in hebt gelegd. Hoe kijk jij hier tegenaan? Ik moet opeens denken aan dat toneelstuk van Pirandello, Zes personages op zoek naar een auteur. Ken je dat stuk? Als er ergens personages een eigen leven leiden, dan is het daar wel.
 
 Ik hoop dat je iets kan met mijn vraag.

Hartelijke groet,
Nienke

Ha Walter, van zowel Thomas Mann als Umberto Eco is bekend dat ze het begin van een boek inrichten om de lezer te ontmoedigen. Eco werpt in de eerste honderd pagina’s van zijn meeste romans bewust een drempel op, wie die kan nemen is het waard de rest van het boek te krijgen, dat gaat dan bergafwaarts, of beter gezegd: dat leest als met de wind in de rug. 

 Ik hoorde van twee andere lezers een bevestiging van wat ik ervoer bij het begin van Blauwe ogen, waardoor ik het je wel durf voor te leggen: de scène met de plaatjes, de proloog als het ware, doet weinig recht aan de rest van het boek. Ik interpreteer deze proloog als een toevoeging achteraf (en neem natuurlijk veel risico met suggesties die door jou zo makkelijk te ontkrachten zijn). Ik ben van mening dat deze exposure teveel tracht uit te leggen. Redacteuren hebben wel eens de neiging door hun grote belezenheid en dagelijkse omgang met teksten de lezer te gaan onderschatten. Er zijn dan ook wel redacteuren die de lezer graag tegemoet willen komen en de aangeboden tekst in perspectief plaatsen door het (laten) invoegen van brugteksten die de gedachte en de structurering van de lezer moeten helpen. 

 Zo ervaar ik de sectie Papieren vrouwen. Hoever zit ik ernaast? En ook als ik er mijlenver naast zit: kan je iets vertellen over het doen van concessies met betrekking tot je eigen tekst. Menno.

‘Beste Nienke,
Bedankt voor je vraag, leuk om iets van een andere lezer (of bijna lezer) te horen.
Ivo is iemand met oogkleppen op. Hij ziet wat hij wil zien. Uit het boek blijkt echter dat er meer aan de hand is dan Ivo wil geloven. In hoeverre hij zich hiervan bewust is, kun je je als lezer afvragen. Ik hoop dat mensen dat ook doen.  
Pirandello’s ‘ Zes personages…’ ken in niet. Raad je het me aan?’

‘Eerst maar even over Umberto Eco. Ik denk dat ik zijn instelling wel begrijp, maar ik kan me er absoluut niet in vinden, vind het zelfs arrogant. Natuurlijk wil elke schrijver een ‘ideale lezer’ voor zijn boek, eentje die alles begrijpt wat jij er als schrijver in hebt gestopt. Maar voor minder doe ik het ook. De kracht van een goed boek is nou juist dat het op verschillende niveaus te lezen is. Als iemand mijn boek goed vindt, ben ik daar blij mee ? wat de redenen hiervoor ook zijn. Eco is beledigd als je zijn boeken uitsluitend leest voor de plot. Lezers die gaan voor een spannend verhaal zullen, zoals je zegt, na het begin wel afhaken. Het doet me denken aan de frustratie van een mooie actrice, die afgeeft op mensen die haar films alleen maar kijken vanwege de blootscènes. Natuurlijk wil zo’n actrice gewaardeerd worden voor haar acteertalenten, maar als een gedeelte van het publiek niet voorbij haar uiterlijk kan kijken, dan is dat toch niet háár probleem? Er zijn vast mensen die ‘Lolita’ lezen voor de ‘verkeerde redenen’ en over Mulisch heb ik geregeld gehoord dat hij eens op moet houden met die gewichtigdoenerij  – mensen slaan in ‘ De ontdekking van de hemel’ hele passages over, maar vinden het toch een goed boek. En ‘The Name of the Rose’ is toch een spannende roman, is het echt zo erg als mensen op dat niveau blijven steken? Eco heeft nu last van een ander probleem, namelijk dat hij vooral gewaardeerd wordt door mensen die zijn boeken niet lezen. Hij is een salontafelauteur geworden. Zijn boeken staan bekend als ongelezen bestsellers. Ik wil juist heel graag dat mensen mijn boek lezen, dus nee, dat eerste hoofdstuk is er niet om mensen af te schrikken…
Ik vind echter ook weer niet dat een boek midden in de actie hoeft te beginnen. Een lezer mag best een beetje geduld hebben. In het geval van ‘Blauwe ogen’ had dat misschien wel gekund; ik had kunnen beginnen met het moment waarop Anna aanbelt. Maar volgens mij werkt dat niet. Ik wilde eerst een beeld neerzetten van Ivo en de geschiedenis met Em alvast kort introduceren voor Anna haar intrede doet. Het begin is redelijk ‘klassiek’: ik zet een groot aantal dingen in die ik later verder uitwerk, alles krijgt uiteindelijk een plek. Dat met die ‘papieren vrouwen’ heeft er altijd wel ingezeten, wel heb ik de scène op aanraden van een proeflezer uitgebreid.
Wat betreft ‘concessies’: ik heb voor dit boek enkele proeflezers gehad, vrienden die graag en veel lezen. Ik luister altijd naar wat ze te zeggen hebben, maar besluit natuurlijk zelf wat ik doe. Hun belangrijkste functie is om mij aan het denken zetten.’
Menno: Ha die Walter, wat vind je de functie van humor in literatuur. Is humor onmisbaar? Of zwaar overschat. Wat is het grappigste boek dat je kent?
Dag Walter,

ik heb Blauwe ogen bijna uit, en ik begrijp, denk ik, wat je bedoelt met Ivo’s oogkleppen, of liever gezegd, de verblindende werking van zijn verbeelding . Wat betreft je opmerking over het feit dat uit het boek blijkt dat er meer aan de hand is dan dat: ik weet niet of je hier ook de herinneringen aan zijn ouders en schooltijd mee bedoelt? Deze vind ik, binnen het boek, niet goed te plaatsen, of weinig toevoegen. Ik heb het idee dat je daar te veel mee wilt verklaren van Ivo’s gedrag, terwijl dit gedrag al voor zichzelf spreekt. Alleen al door zijn obsessies weet je als lezer dat er diepere lagen zijn, en het zou volgens mij beter zijn die lagen niet te veel te willen uitwerken. Maar, correct me if I am wrong ;-)

Over Pirandello’s Zes personages: dat is een toneelstuk waarin met de conventies van de relatie tussen auteur en personages wordt gespeeld. In dit stuk vallen zes personages, door hun schrijver in de steek gelaten, een toneelrepetitie binnen. Ze zijn op zoek naar iemand om hun verhaal af te maken. Je bewust of onbewust, graag voor de gek houden.’

Ha die Walter,
Als een handreiking aan de lezer laat je Ivo zijn omgang met de herinnering samenvatten door het citeren van enkele regels uit een gedicht van William Wordsworth. Ik schrijf het even uit;
“Daffodils” (1804)
I WANDER’D lonely as a cloud
That floats on high o’er vales and hills,
When all at once I saw a crowd,
A host, of golden daffodils;
Beside the lake, beneath the trees,
Fluttering and dancing in the breeze.
Continuous as the stars that shine
And twinkle on the Milky Way,
They stretch’d in never-ending line
Along the margin of a bay:
Ten thousand saw I at a glance,
Tossing their heads in sprightly dance.

The waves beside them danced; but theyIn het verhaal verschijnt na Em een derde meisje ten tonele, Anna. Zij lijkt op haar beurt weer op Em. Voor haar citeert hij het gedicht. Zij vraagt naar hoe de verder ging.

Out-did the sparkling waves in glee:
A poet could not but be gay,

In such a jocund company:
I gazed — and gazed — but little thought
What wealth the show to me had brought:

For oft, when on my couch I lie

In vacant or in pensive mood,
They flash upon that inward eye

Which is the bliss of solitude;
And then my heart with pleasure fills,
And dances with the daffodils.

Het citeren van een gedicht in een roman kan de lezer natuurlijk verleiden tot een interpretatie op de korte baan: dat waar dit gedicht over gaat is mutatis mutandis van toepassing op het boek. En natuurlijk is het gedicht weloverwogen gekozen. Toch is de waarneming van Wordsworth in zekere zin ongecompliceerd, te vroeg in de tijd bijvoorbeeld om zeer bezig te zijn met literaire noodzakelijkheid van van meer moderne tendenzen; hij problematiseert zijn herinnering nauwelijks.

In de scènes die volgen wordt de laatste nacht met Em op een wijze beschreven die ‘that inward eye’ wel degelijk problematiseert, er zijn droombeelden, er is een achtervolging, alcohol is in het spel.

Is Ivo. Maar ik wilde van Ivo ook geen personage zonder geschiedenis maken. Een groot gedeelte van hoofdstuk twee heb ik geschreven nadat een ‘proeflezer’ vond dat Ivo meer achtergrond nodig had. Jij vindt blijkbaar het tegenovergestelde. Ik schrijf niet over Ivo’s ouders en zijn jeugd om zijn gedrag te verklaren. Ik denk dat je überhaupt niet te veel naar verklaringen moet zoeken. Zoals je zelf al zegt: Ivo’s gedrag zou voor zichzelf moeten spreken.

Bedankt voor je tip, ik zal Pirandello’s stuk eens lezen. Misschien wordt het hier in Londen wel ergens opgevoerd. Ik zal je laten weten wat ik ervan vind.’ 
Ha die Walter, dank je voor je antwoorden, dat is duidelijk. Ik wilde graag nog weten hoe je het vond om een dagboek van een tienermeisje te schrijven, zoals dat vanaf hoofdstuk 6 gebeurt. Het lijkt me ingewikkeld om zeker te weten dat je je niet belachelijk maakt. Doe je research voor zoiets? Het is een register dat nogal wat nauwkeurigheid vereist, of ga je ervanuit dat geen puber zich aan je boek zal wagen?
 
‘Hoi Menno, hoofdstuk zes was het laatste hoofdstuk dat ik schreef (van de eerste versie). Ik wist dat ik het moest schrijven en heb me er eerlijk gezegd nooit zo druk over gemaakt. Terwijl ik met het boek bezig was, kreeg ik een steeds duidelijker beeld van Anna ? ze ging als het ware, al klinkt dat misschien wat vaag en pretentieus, deel uitmaken van mezelf. Toen ik eenmaal ging zitten om haar verhaal te vertellen ging dat eigenlijk redelijk soepel; het hoofdstuk stond binnen enkele weken op papier. Ik krijg veel complimenten op het hoofdstuk, ook van vrouwen ? meisjes van Anna’s leeftijd heb ik er niet over gesproken…’

Ha Walter, Ik dank je heel hartelijk voor je tijd om antwoord te geven op de vragen op dit forum en wens je veel succes bij het schrijven van… een volgend boek?

‘Jij ook bedankt, Menno, vond het leuk om te doen. Mijn eerstvolgende publicatie zal staan in het boek ‘Zomerse steden’ dat ergens in mei uitkomt bij uitgeverij Prometheus. En dan… een nieuwe roman, enkele verhalen… Kijk af en toe maar eens op mijn website: www.walterkraut.nl , daar zal ik publicaties wel vermelden.’ Walter

Recent

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

7 augustus 2017

Een kanjer

4 augustus 2017

Wondranden

Literair Nederland - 10 jaar geleden

27 augustus 2007

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Dat klinkt toch goed nietwaar? Helaas, we worden wel meegenomen maar niet naar het bovengenoemde. Natuurlijk komen deze gebieden wel voor in het boek maar het frappante is dat ik heel veel over het reizen zelf heb gelezen maar weinig over het land.

Lees meer