10 juli 2008

Interview Tsead Bruinja

De dichter Tsead Bruinja was vanaf maandag 7 november 2004 een weeklang gast op ons forum. Coen Peppelenbos leidde het gesprek in goede banen.

Dag Tsead, welkom op ons forum. Ik begin met een wat triviale vraag om er even in te komen. Hoe zit jouw weekschema eruit?

 Hallo Coen, Dank voor de uitnodiging om aan dit forum deel te nemen.

 Mijn week ziet er als volgt uit:

Maandag, dinsdag en woensdag: Buro opruimen, mailen en aan laatste brief aan dichter Elmar Kuiper werken die ik schrijf voor het Friese literaire tijdschrift De Moanne. Elmar en ik voeren in dat tijdschrift een briefwisseling over zijn debuut Hertbyt / Hartbijt (Bornmeer). Die briefwisseling is weer geïnspireerd op een briefwisseling tussen Jan Lauwerijns en Yves Tsjoeng in het tijdschrift Revolver. Verder ben ik van plan vandaag te beginnen aan de Verzamelde gedichten (Querido) van Leonard Nolens. Ik lees op 2 december samen met Nolens en Peer Wittenbols voor in Bergen en Thomas van de Eerste Bergense Boekwinkel heeft me gevraagd na te denken over wat we met die avond zouden kunnen doen naast gewoonweg voorlezen.

Donderdag: Rondom de tweetalige  bloemlezing Droom in blauwe regenjas met werk van nieuwe Friese dichters heb ik een kleine tournee georganiseerd. Donderdagavond treden Hein Jaap Hilarides, Elmar Kuiper, Albertina Soepboer, Cornelis van der Wal en ikzelf op in Theater Branoul (Maliestraat 12) in Den Haag. De avond begint om 20.30 uur, maar ik moet er al veel eerder zijn om de beamer te installeren waarmee we de filmpjes en de vertalingen projecteren. Die filmpjes van alle auteurs uit de bloemlezing met de gedichten zijn ook te lezen op: http://www.droominblauweregenjas.info/. Ik raad het de mensen uit Den Haag en omstreken aan om te komen, want zowel de voordrachten als de gedichten van deze dichters zijn geweldig. Van der Wal is komisch en droog, Soepboer muzikaal en soms mystiek en Kuiper filofisch. Misschien komt Anne Feddema ook nog. Voor wie uitleg bij een aantal van de gedichten wil horen plus een vertaling kan terecht op de boekensite van de VPRO (http://boeken.vpro.nl/boeken/index.shtml?3141869+10275873+19540534). Die opnames komen uit het Archief van het radioprogramma De Avonden (AM747 elke werkdag tussen 21.00 uur en 23.00 uur).

Vrijdag: `s Avonds treed ik op tijdens Crossing Border (http://www.crossingborder.nl/) in Den Haag. Op zo’n dag ben ik vooral met het optreden bezig en kan ik verder niet veel doen. Natuurlijk zit ik dan nerveus door de boekenbijlages te bladeren om te kijken of er al een recensie geschreven is over Batterij (Contact). Ik ben erg blij met dit optreden. Op deze avond treedt geloof ik ook Literair Nederland medewerker Thomas Möhlmann op. Helaas en gelukkig is de avond uitverkocht.

Zaterdag: Ik heb een jaarlang als vrijwilliger in de boekhandel van Perdu gewerkt. Op deze middag val ik in voor iemand, dus zit ik in Amsterdam aan de Kloveniersburgwal, wellicht met een kater van de avond ervoor, tussen de bundels en tijdschriften. Iedereen is welkom om op de koffie te komen.

Zondag: Nog geen plannen of optredens. Als het mooi weer is, ga ik misschien met mijn vriendin Saskia wat wandelen aan het strand.

Op al deze dagen doe ik ongetwijfeld veel triviaals zoals TV kijken, wijn drinken en rustig een pijpje skuff roken voor het slapen gaan. Daarnaast ben ik ook bezig met de voorbereiding van twee interviews die ik tijdens het festival de Wintertuin moet houden, o.a. met Abdelkader Benali, Remco Campert en Arie Storm. Voor meer over de Wintertuin: http://www.wintertuin.nl/. Het festival vindt plaats in Arnhem en Nijmegen van 21 t/m 28 november.

Ben benieuwd naar je volgende vragen! Hartelijks, Tsead

Uit verschillende interviews blijkt dat je graag optreedt. Je deed dat altijd in de groep Gewassen (met muziek en lichtbeelden). Vorig jaar is die uit elkaar gevallen. Heb je een nieuwe groep geformeerd? En wat waren je overwegingen om dat wel/niet te doen?

Sinds het uitelkaar gaan van Gewassen werk ik samen met verschillende mensen. Zo nu en dan treed ik op met Michiel Rasker die toetsen speelde bij Gewassen, maar meestal treed ik op met Jaap van Keulen. Jaap maakt tracks op zijn computer waar hij tijdens optredens gitaar en percussie overheen speelt. Jaap en ik zijn bij elkaar gebracht door de Wintertuin. Regelmatig worden de gelederen aangevuld met Tanja van Susteren (Flamencodans) en/of Raoul R. Thepen (human beatbox/voorheen ook lid van Gewassen). Wie trouwens wil horen wat ik met Jaap doe kan dat via de volgende link doen:  http://www.tseadbruinja.nl/zingoappels.mp3. Ik draag op deze track het gedicht ‘Appels kopen’ voor uit de bundel Dat het zo hoorde (Contact). De track is ook te vinden op de cd Zingo Poetry Slam (Wintertuin & Vassallucci).

Waarom ik optreed met muziek? Muziek biedt ruimte aan de tekst. Ik kan langer stil zijn tussendoor en zo de tekst meer ruimte geven. Daarnaast kan ik door de muziek voor een heel andere groep optreden. Festivals als Lowlands en middelbare scholen boeken je sneller als je een ‘performance’ met muziek kunt aanbieden. Muziek is voor mij erg belangrijk, ook bij het schrijven, vandaar dat het voor mij niet vreemd aanvoelt om met muzikanten op te treden. Doordat muzikanten niet altijd hetzelfde spelen dwing je jezelf scherp te blijven. Je leest elke keer het gedicht weer anders voor.

Dit wil niet zeggen dat ik alleen maar met muzikanten optreed. Een gewone voordracht vind ik in de meeste gevallen ook prettig om naar te luisteren of om zelf te brengen. Ik kan me avonden herinneren in kleine theatertjes met muisstil publiek waarbij ik echt het idee kreeg dat ze de tekst goed konden volgen. Dat zijn cadeautjes!

In de toekomst verwacht ik dus met een combinatie van zowel voordracht met als zonder muziek te blijven werken.

Er heeft rond de dorpspomp van de Nederlandse letteren lange tijd een discussie gewoed over de vraag of dichters die optreden met muziek wel goede poëzie schrijven. Hun poëzie zou namelijk altijd toegankelijk en/of verstaanbaar moeten zijn. Zonder die hele discussie over te hoeven doen: jouw werk getuigt toch van het tegendeel. Heb je van Pfeijffer persoonlijk al eens gehoord of hij zijn mening heeft herzien in deze kwestie?

Ilja Pfeijffer heeft na een optreden weleens een compliment gegeven en was enthousiast over Dat het zo hoorde. Volgens mij heeft hij nog nooit een optreden van me gezien met muziek. Ik kan daar dus niks over zeggen. De combinatie poëzie en muziek vereist volgens mij niet dat je toegankelijke poëzie voorleest. Het enige dat nodig is, is een heldere en gedreven voordracht.

In de NRC heb je je afkeer van komma’s, punten en hoofdletters kenbaar gemaakt (daarin lijk je op Lucebert). Piet Gebrandy heeft over je vorige bundel Dat het zo hoorde gezegd: ‘Doordat Bruinja geen leestekens gebruikt, is de zinsbouw vaak meerduidig, wat bijdraagt aan het vloeiende karakter van zijn poëzie.’ Is die manier van werken kortom bedoeld om een bepaald ritme aan je zinnen mee te geven?

Het weglaten van leestekens doe ik vooral omdat ik het er lelijk vind uitzien in mijn gedichten. Het vloeiende effect is een belangrijker resultaat dan het ritmische. Ik wil dat de lezer doorleest dat hij langzaam of snel wordt voortgestuwd. Daarnaast breek ik zinnen niet altijd af op de adempauze binnen de zin, maar ook vaak vanuit een intuitief gevoel. In die zin gaat het ook om het plaatje van het gedicht. De prozagedichten uit Dat het zo hoorde zijn een ander verhaal: die lopen van kantlijn tot kantlijn. In de meeste gevallen is de spreker in dit gedicht aan het raaskallen. Daar paste naar mijn mening die oeverloze en schijnbaar ongecontroleerde vorm goed bij.

De bladspiegels van je gedichten zijn opvallend te noemen. Als ik in de bundel Batterij kijk dan zie ik dat je bij heel veel gedichten gebruik maakt van inspringingen en zo af en toe een woord isoleert in een zin. Is dat niet een vervanging van een komma of een punt? Kortom: haal je door deze vorm de leestekens niet terug via de achterdeur, zonder ze te zetten? (Ik hoop dat dit een heldere vraag is.)

Helderder kan niet. Ik denk dat je gelijk hebt. Het inspringen en den spaties zijn een soort leestekens. Ik vind ze echter minder storend en soms iets prettiger wispelturig.

Batterij is al weer je vijfde bundel. Als je kijkt naar je Friestalige bundels (die overigens prachtig zijn uitgegeven, daar kan menig uitgever nog een puntje aan zuigen, maar dit terzijde)dan zie je vooral in de eerste twee bundels dat je nog zoekt naar een vorm. Er zitten ook anekdotische gedichten bij. Later is de vormkant van de gedichten meer gaan overheersen bij jou. Bij Dat het zo hoorde is dat het sterkst, vind ik. In Batterij vind ik meer gedichten waar de inhoud toegankelijker is. Klopt dat? Met andere woorden: kun je zelf al een ontwikkeling in je poëzie herkennen en aangeven?

Gjkleinrensink: Friestalige bundels. Maakt het wat uit of je gedichten in het Fries of in het Nederlands geschreven worden? Kan je in het Fries iets tot uitdrukking brengen wat (je) in het Nederlands niet kunt/kan? Ik baseer me hier op het gegeven dat dialectsprekers hun emoties zoveel beter in hun dialect kunnen weergeven, in gesproken taal tenminste, dan in het standaard Nederlands. Ik weet het: Fries is officieel en taalkundig gezien geen dialect. Is daar iets over te zeggen.

Ben het met je eens wat de vormgeving van de bundels betreft! Die gaat binnenkort trouwens weer veranderen. Er komt een nieuwe reeks, weer ontworpen door Gert Jan Slagter. De eerste bundel in die reeks is van Abe de Vries een getalenteerde Friese dichter en journalist.

Ik denk dat ik altijd wel anekdotisch geschreven heb, maar dat in eerdere bundels de anekdote vaak een groter deel van het gedicht beheerste. Later ontstaan die anekdotes meer vanuit een gekke zin of klank. In Dat het zo hoorde speel ik misschien wel het meeste met de vorm en zijn de regels en ritmes iets minder weerbarstig dan in Batterij, maar dat is niet alleen een kwestie van tijd. Qua onderwerp en vorm zie ik stukken van De man dy’t rinne moat en Gegrommel fan satyn terugkomen in Batterij. Ik doel dan op het ruwe aspect van die bundel. Het is moeilijk om iets over de toegankelijkheid van mijn gedichten te zeggen, aangezien ik ze zelf geschreven heb en ze goed ken.

De ontwikkeling vind ik ook lastig om te omschrijven. Op dit moment ben ik met iets kalere gedichten bezig dan ik gewend ben. Misschien ben ik me daarvoor steeds muzikaler gaan uitdrukken en beweeg ik nu weer naar iets minder breed en iets minimalistischer werk. Het is te vroeg om er echt iets zinnigs over te zeggen. Ik kan ook niet zeggen dat ik de laatste bundel altijd de beste vind. In alle vijf bundels zitten gedichten die ik goed vind en in alle vijf de bundels zitten gedichten waar ik lang over heb getwijfeld of ik ze op moest nemen.

Ik hoop dat ik scherper en preciezer wordt, maar waarin en hoe dat hoef ik niet te weten en kan ik ook niet uitleggen.

Beste GJ, De Friese taal is erg belangrijk voor me en ik kan er heerlijk in schelden of stoer doen, maar dat kan ook in het Nederlands. Als ik Fries spreek heb ik het idee dat de klank dieper gaat, alsof ik beter ademhaal. De Friese gedichten gingen misschien vooral in het begin dieper qua emotie, maar in het Nederlands heb ik een grotere woordenschat, omdat dat de taal is die ik vroeger las en waarin ik heb geleerd. Zo nu en dan groeien de talen, waarbij ook het Engels een grote rol speelt, in mijn hoofd en ook in mijn werk naar elkaar toe. Er is dan minder verschil tussen de gedichten die ik op dat moment schrijf in beide talen. Het schrijven van die gedichten wordt ook bepaald door wat ik lees. In Friesland zijn veel christelijke boerenromans geschreven die erg bevorderlijk werken voor je taalgevoel als je niet elke dag Fries om je heen hebt. Ik kan me voorstellen dat die boeken een invloed op me hebben uitgeoefend. Het Fries zou je kunnen zien als een eerste taal, maar de Nederlandse taal is zo alom aanwezig dat ik niet durf te beweren dat het niet ook mijn moedertaal is.

 

Op je website staat in een interview ‘kunstenaars moeten zich wel degelijk bemoeien met politiek’. Vind je dat ze dat ook in hun poëzie moeten doen of meer als publieke persoon. Zou je, om specifieker te zijn,  in al het gedoe dat er momenteel heerst in het land een aanleiding zien voor een gedicht? 

Gjkleinrensink: Dag Tsead, Fries of niet, je voornaam zou ik zonder instructie waarschijnlijk niet foutloos uitspreken. Dank voor je toelichting. Ik vraag me nog af of het aan je manier van voorlezen te horen is “dat de klank dieper gaat, alsof ik beter ademhaal”. Het doet me denken aan Slauerhoff die adem te kort kwam en aan de poëzie van de Vijftigers die ik met het woord ‘adem’ associeer. Ongetwijfeld kan ik je in het Wintertuinfestival horen, maar lees je daar Friese én Nederlandse gedichten?

Ik denk dat elk mens betrokken moet zijn bij de politiek. In ieder geval moeten we niet bang zijn om onze mening te uiten. Men mag ook besluiten om zich er niet mee te bemoeien en niet te stemmen, maar dan moet je ook niet zeuren als er iets gebeurt dat je niet aanstaat. Ik kan me voorstellen dat er iets doorsijpelt van de huidige gebeurtenissen in mijn werk. Gelegenheidsgedichten en reacties op wat er aan de hand is, ben ik niet voor in. Ik vind dat soort gedichten vaak niet uitstijgen boven de waan van de dag. Al kan ik me ook voorstellen dat het mensen aangrijpt. Er is een grotere kans dat ik juist het talige van voor- en tegenstanders gebruik of een deel van hun psychologie, dan dat ik mijn eigen verdriet of angst zou uiten, in ieder geval zou ik dat nooit rechtstreeks doen, altijd via beelden, metaforen en met een kwinkslag. Liefst denk ik ook nog een poosje na over wat er om me heen gebeurt, voordat ik er iets mee doe in mijn werk.

Die aarzeling snap ik. Is dat anders bij proza dan poëzie (ik hoorde immers dat je met een roman bezig was)?

Ik lees daar Friese en Nederlandse gedichten. Tijdens de opening op zondagmiddag (21 november) is er een programma-onderdeel rondom de bloemlezing ‘Droom in blauwe regenjas’. Ik zal dan zeker een aantal Friese gedichten voorlezen met vertaling. Op 27 november tijdens de Maatregel treed ik op met Tanja van Susteren (flamenco-dans), Raoul Thepen (human beatbox) en Jaap van Keulen (gitaar, percussie, samples). We hebben de setlist voor dat optreden nog niet samengesteld, maar aangezien de ondertitel van het festival ‘Alleen maar hits’ is, zal ik waarschijnlijk ook het gedicht ‘De man dy’t rinne moat’ voordragen. Dit gedicht staat ook op de Zingo Slam CD en is te beluisteren via: http://www.tseadbruinja.nl/zingoman.mp3. De vertaling is te lezen via deze link: http://www.tseadbruinja.nl/demannl.htm#COLD TURKEY VAN EEN RODE DROOM

 

Hoop je daar te spreken! Waar staat GJ voor als ik vragen mag?

Voorlopig is die roman meer een poging tot een roman. Ik zou in proza me niet eerder poltiek uitdrukken dan in poëzie. Pamfletten en columns zijn daar meer geschikt voor. Wat niet wil zeggen dat ik niet een onderwerp uit de actualiteit als onderwerp voor zo’n roman zou gebruiken. Verder heb ik moeite om bij een onderwerp te blijven als ik proza schrijf. Als ik dit boek ooit af krijg en aan een volgend boek zou beginnen, denk ik dat het meer associatief wordt en dichterbij mijn gedichten komt te staan.

 

In het tijdschrift Lava werd je de vraag gesteld of je een romantisch of postmodernistisch dichter was. Je geeft een antwoord dat dat enigszins ontwijkend is. Houd je niet van die etikettenplakkerij? Of vind je dat je werk in het verlengde van beide tradities staat?

Ik kom nog even terug op mijn vraag omdat in Batterij een gedicht staat (sarah & veronica -kollum grachten en afrika) waarin zinssnedes staan als ‘een handvol rijst voor de girokinderen/ en voor de vliegen op hun ogen/uit afrika’ waaruit volgens mij een cynische kijk gegeven wordt op onze westerse blik. Dat is toch een maatschappijkritisch gedicht?

Ik vind het niet erg als mijn poëzie als postmodern bestempeld wordt, hoewel ik denk dat lang niet alle gedichten die ik geschreven heb daaronder vallen. Ik weet ook niet genoeg van het begrip ‘postmodernisme’ om daar stevige beweringen over te doen. Mijn poëzie heeft af en toe een fragmentarisch karakter, maar het is meestal wel mogelijk om er een verhaaltje van te maken. Dat verhaaltje begin ik echter niet mee. Ik weet niet of dat postmodern is. Ik geloof niet in de grote verhalen, maar ik lees ze wel graag en verder laat ik me als schrijver graag leiden door associaties. Misschien is de manier waarop ik het over taal heb zo nu en dan ook postmodern, in de zin dat ik haar enigszins problematiseer, maar dat kon waarschijnlijk ook in ‘moderne’ gedichten.

 ‘Sarah & Veronica’ is een gedicht dat zich afspeelt in de jaren tachtig. De hongersnood die van de televisie afspatte via acties als Live Aid raakte mij diep. Ik was een idealist en was van plan om iets te gaan doen voor die mensen. Het is er niet van gekomen, maar de beelden raken me nog steeds. Dit gedicht geeft weer hoe dubbel die jaren tachtig waren en hoe gespleten ik me  toen als puber voelde. Daarnaast is het ook heerlijk om met die ‘geile wijven van veronica’ te gooien. Het blijft taalmuziek.

Wouter: In de voorafgaande reacties lees ik over een roman. Nu heb ik niet veel van je poëzie gelezen maarde opeenvolging van ritmische beeldspraak; nou ja, datgene wat je poëzie typeert is mij bijgebleven. Daarnaast heb ik ook enkele optredens gezien, waar je poëzie bracht in combinatie met beeld en geluid.

Ga je deze vorm van schrijven ook voortzetten in je roman? Is jouw poëzie kenmerkend voor je algehele schrijfstijl. Misschien is het horen voordragen van jouw gedichten belangrijker dan het zelf  lezen? En zo ja: geldt dat ook voor je potentiële roman?

Bart: Na veel diepgaande vragen over poëzie en jouw dichtbundels, wil ik twee vrij ‘oppervlakkige’ vragen stellen. Ik geloof dat veel lezers – waaronder ik – graag een antwoord op deze vragen zouden willen hebben.

Je hebt er al iets over gezegd, maar kun je mij en anderen vertellen waar jij je inspiratie vandaan haalt? Zijn dat herinneringen uit je jeugd, nieuwsbeelden op televisie of dingen die je ziet als je door het centrum van Amsterdam loopt? Daarnaast zou ik graag van je willen weten welke dichters en dichtbundels grote indruk op jouw hebben gemaakt.

 Beste Wouter, Die roman ben ik begonnen toen ik ook aan mijn eerste Friese bundel werkte of die net had afgemaakt. Mijn stijl is inmiddels ontwikkeld, maar die stijl zou ik nog niet gebruiken in het proza van die eerste roman. Waarschijnlijk ga ik er mee werken in een volgend boek, als ik me ooit nog eens aan proza waag.

Ik denk dat de gedichten zelf lezen en ze horen voordragen twee verschillende dingen zijn. Het liefst wil ik natuurlijk dat de gedichten gelezen worden. Op dat moment haal je pas er uit wat er in zit. Ik raad je wel aan om ze ook hardop aan jezelf voor te lezen, zodat je ook de muziek hoort.

Een roman voordragen lijkt me wel een uitdaging!

Beste Bart, Dat zijn zeker geen oppervlakkige vragen! Inspiratie haal ik uit muziek, boeken en gesprekken, die gesprekken kunnen zich ook op tv afspelen. Daarnaast zijn er natuurlijk persoonlijke anekdotes die ik iets verdraai om er iets interessants van te maken. Qua muziek is mijn smaak erg breed, van Bach tot Eminem. De band Marillion (www.marillion.com) en hun voormalige zanger Fish (www.the-company.com) zijn naast Roger Waters (voormalig Pink Floyd) en the Doors de grootste inspiratiebronnen.

Poëzie die voor mij belangrijk is: In het begin Jack Kerouac, Allen Ginsberg, Walt Whitman, William Carlos Williams en William Blake. Misschien toen ook al wat Rutger Kopland en Herman de Coninck. Later kwamen hierbij: Albertina Soepboer, Dirk van Bastelaere, Arjen Duinker, Anne Vegter, Maria van Daalen, Tonnus Oosterhoff, Tjitske Mussche, Astrid Lampe, Alfred Schaffer, Erik Lindner, Jan Baeke, K.Michel, Ilja Pfeijffer, Nachoem M. Wijnberg en Piet Gerbrandy.

Qua optredens en ook zeker qua een aantal gedichten ben ik geïnspireerd door Tjitse Hofman, Bart FM Droog en Jan Klug van de Dichters uit Epibreren.

Op dit moment zijn Martin Reints en F. van Dixhoorn favorieten. Ik vergeet hier natuurlijk een waslijst waaronder Alfred Schaffer, Mustafa Stitou (die ik nog steeds beter moet lezen) en buitenlandse dichters als Pablo Neruda en Lédo Ivo.

Ik hoop dat ik zo je vraag goed beantwoord heb. Inspiratie komt in ieder geval overal vandaan. Het is moeilijk om dat eenduidig aan te geven. Ik geloof wel dat ik altijd mijn ogen en oren open heb voor goeie regels of bruikbare regels, zowel als ik door de stad loop of als ik terugdenk aan mijn jeugd.

Alle goeds, Tsead  

Dag Tsead, vandaag moet je optreden en morgen ook. Kun je iets zeggen over de reacties van ‘gewone’ mensen (itt critici) op die Friestalige bundel. Ik denk dat jullie bloemlezing toegankelijker is dan de oude Friese Spiegel van de poëzie, dat jullie een ander, jonger publiek bereiken. Klopt dat?

 Hallo Coen, Critici hebben nog niet gereageerd op Droom in blauwe regenjas. Gewonen mensen hebben ons voornamelijk gecomplimenteerd op het uiterlijk van de bundel, die er erg goed verzorgd uitziet. De Spiegel van de Friese poëzie was een historische bloemlezing. Daarin waren gedichten opgenomen van de 17e tot en met de 20e eeuw. Door die vroege poëzie is zo’n bundel in totaal misschien minder toegankelijk, maar het meeste is goed te lezen. Verder zat er een goed voorwoord bij en veel informatie over de Friese taal. Doordat men in dat boek zoveel informatie kwijt moest, staan de gedichten niet op aparte pagina’s. Ik vind dat begrijpelijk, maar niet mooi. Een bloemlezing wordt op die manier een encyclopedie. Droom in blauwe regenjas is moderner, maar dat komt doordat wij hebben gekeken naar de poëzie van mensen die de afgelopen 10 jaar zijn gedebuteerd. Ik denk dat de bloemlezing een breed publiek zou moeten aanspreken, daarbij hoort ook een jongere generatie. Wij hebben er in ieder geval rekening mee gehouden dat een deel van het huidige lezerspubliek ook leeft in een beeldcultuur. Vandaar dat op  http://www.droominblauweregenjas.info/ naast gedichten en vertalingen ook filmpjes staan waarop de dichters één van hun gedichten voorlezen. Ik wou zeggen dat er verder weinig modernigheden in de bloemlezing staan, maar vergat daarbij een regel uit Abe de Vries zijn gedicht ‘In waarm wek altyd / In warm wak altijd’:

…………………………….De slaap kruipt opnieuw

wreed nader dan mij lief is, dus hier drink ik nou

mijn laatste glas Pink Grapefruit leeg. Geen sms’je

op mijn mobiel en dood de telefoon. Niets doet het,

wil het, zal het, moet het, maar hoe zouden wij twee anderen

worden dan we waren, toen ik ons witter schreef dan eerste sneeuw.

wat ik ook bedoel is het volgende: trek je/ trekken jullie een nieuw publiek, merk je dat bij je optredens en voel je je ook een voortrekker om de Friese poëzie een beter smoel te geven?

De Friese poëzie heeft volgens mij al een goeie smoel! Albertina Soepboer en Tsjêbbe Hettinga hebben daar in het verleden voor gezorgd. Hoogstens kan ik het publiek een breder beeld bieden van de Friese poëzie, zodat het allemaal iets minder gesloten lijkt. Dat zie ik wel als een taak, maar verder is het gewoon mijn poëzie en speelt die taal niet de enige rol. Ik ga zo naar Crossing Border, dus morgen kan ik pas weer nieuwe vragen beantwoorden. Voor nu dank!

Dag Tsead, (mijn kabel was 24 uur uit de lucht, dsu hierbij pas mijn volgende vraag:) hoe was het op Crossing Border? En daaraan meteen gekoppeld een erg prozaïsche vraag: Kan een dichter rondkomen van optredens en de verkoop van zijn bundels? Kortom hoe hard is het bestaan van een jonge dichter.

Bart: Bedankt voor je antwoord! Erg leuk om te zien dat we op een aantal punten (Marillion, Pink Floyd, The Doors) dezelfde smaak hebben. Het viel me op dat je weinig dichters noemde die ik ken (De Tachtigers, Forum, De Vijftigers). Ongeveer vijfenzeventig procent van de door jou genoemde dichters ken ik niet, maar dat ligt niet aan jou. Je hebt in ieder geval een brede smaak en je haalt overal je inspiratie vandaan! Nu jouw bezoek aan LiterairNederland er bijna op zit – je moet niet denken dat je niet meer welkom bent! – wilde ik je graag vragen of je jouw bezoek kunt afsluiten met een zelfgeschreven gedicht over hoe je het hier hebt gevonden. Hopelijk is dit niet een te moeilijke vraag en kun je op commando dichten!

Hallo Coen,

Ben ook compleet en onnodig internetverslaafd. Crossing Border was geweldig! Ik heb een ingetogen set voorgelezen. Ze verwachten misschien iets meer een podiumbeest, maar ik wil niet elke keer hetzelfde doen. Daarnaast voel ik me ook geraakt door de gebeurtenissen van de afgelopen tijd. Ik geloof dat ik dat wel verwerkt heb in het optreden.

 

Rondkomen als dichter kan! Zodra je twee bundels uit hebt bij een landelijke uitgever (dit geldt ook voor Friestalig werk) kun je een werkbeurs aanvragen. Ik heb die beurs twee keer gehad (2×7.000 euro) voor een nieuwe Friese bundel en een nieuwe Friese roman. Beide projecten moet ik binnenkort afronden. Mijn probleem is altijd dat ik er te veel projecten naast doe. Gelukkig verdien ik ook met dat soort bezigheden geld. Denk daarbij aan vertaalwerk zoals bij de twee boeken van de Irakese dichter Mowaffk Al-Sawad. Optredens verdienen meestal ook goed en soms heb je de mazzel dat ze je vragen voor een project. Ik schreef bijvoorbeeld een gedicht ter opvrolijking van de cultuurnota van de provincie Groningen. Opdrachten van de overheid betalen goed. Ik kan er dus van leven, maar in mijn geval komen die inkomsten uit meerdere kanalen. Interviews en presentatie-klussen helpen daar ook bij. Verder heb ik het geluk dat ik mijn opa en oma keihard gewerkt en gespaard hebben, zodat ik en mijn zussen nu iets hebben om op terug te vallen. Zonder dat geld zou ik het ook gered hebben, maar het is fijn om een steuntje in de rug te hebben.

 

Goeie zaterdag,

Tsead

Beste Bart,

 

Ben niet zo’n goeie gelegenheidsdichter, maar dank voor de uitnodiging. Ik heb erg genoten van het Forum en zal zeker op Literair Nederland terugkomen.

 

Was ik vergeten Kouwenaar, Schierbeek, Lucebert, Perk en Dèr Mouw te noemen? Dat kan gebeuren! Ook zij zijn belangrijk voor me geweest, maar wel in een latere fase van mijn lezersbestaan.

 

Hartelijks, Tsead  

Dag Tsead, dat verzoek van Bart zou ik niet hebben durven doen (omdat ik weet dat je nogal slijpt en herschrijft), maar ik vind het wel leuk. Een andere vraag: hoe kijk je aan tegen het algemene poëtische klimaat in Nederland. Ik heb het idee dat poëzie in Nederland erg leeft, van festivals tot de hoeveelheid uitgaven. Toch kan ik me voorstellen dat je nog iets mist. Kortom: stel dat jij Dichter des Vaderlands zou worden, waar zou jij je voor inzetten?

 

En meteen de tweede vraag (omdat ik zo naar Amsterdam moet). Jij werkte bij de boekhandel Perdu als vrijwilliger. Is dat geen commerciële toko? Leg eens in het kort uit wat Perdu doet voor mensen die deze zaak niet kennen. (Vanmiddag ben jij daar aanwezig als verkoper, dus mensen die een handtekening willen hebben…)
 

Het literaire klimaat is inderdaad erg pretting. Nog prettiger zou het zijn als:

 

1) De grote dagbladen elke vrijdag minstens één bundel zouden bespreken, waarbij minstens één gedicht in zijn geheel afgedrukt zou worden en waarbij de recensie op zijn minst 100 woorden langer mag zijn dan nu het geval is. Elke krant zou bovendien over twee recensenten moeten beschikken die bovendien niet over bundels moeten schrijven als ze er niets mee kunnen.

 

2) Er iets meer structurele festivals gehouden zouden worden in het Noorden en in het Zuiden van Nederland.

 

3) De uitgeverijen meer zouden doen aan de PR van dichters en hun bundels.

 

4) Dichters die zelf hun PR doen daarop niet worden aangekeken door collega’s.

 

Daarnaast zou ik graag een grote tournee opzetten langs de grote theaters met een wisselend literair programma waarin alle genres binnen de literatuur vertegenwoordigd worden.

 

Verder zouden bundels een stukje goedkoper mogen en zouden recensenten die te veel boeken hebben niet hun boeken moeten dumpen bij de tweede hands boekenzaakjes, maar doneren aan bibliotheken.

 

Over Perdu zal ik morgen iets schrijven. Misschien dat ik dan ook wat meer punten heb ter verbetering van het literaire klimaat! Ik hoop dat je een leuke tijd hebt gehad in A’dam.

 

Alle goeds, Tsead 

Perdu is een prachtige instelling die zich inzet voor de promotie en meer nog voor het gesprek binnen de poëzie. Op de zakelijk leider na, werkt iedereen er voor niks. Elke vrijdagavond wordt er een literaire avond gehouden met voordrachten van bekende en minder bekende dichters. Perdu besteed veel aandacht aan de avant-garde en het postmodernisme. De boekhandel heeft een zeldzaam assortiment poëzie. In Amsterdam kan alleen boekhandel Demodokos in de Reestraat tippen aan ons aanbod. Meer op  http://www.perdu.nl

 

Dag Tsead, dank voor het antwoord op die vraag waarbij me vooral punt 4 opvalt. Spreek je uit ervaring?

Och dat valt wel mee, maar het komt voor. Het is meer een ontwikkeling die ik niet graag zie ontaarden in een twist tussen mensen die veel en mensen die minder optreden of tussen mensen met toegankelijk en mensen met minder toegankelijk werk.

Dag Tsead, hierbij de laatste vraag. Dank voor je aanwezigheid deze week op ons forum en voor de antwoorden die je gegeven hebt (Bart, Gerrit Jan en Wouter ook dank voor het stellen van vragen). De laatste vraag luidt: stel je voor dat 60 jaar bent – wat wil je dan in de afgelopen dertig jaar bereikt hebben?

Groet en dank, Coen

De komende dertig jaar hoop ik me te ontwikkelen in poëzie, essays en proza. Daarnaast hoop ik ook dat m’n optredens beter worden en dat ik mijn presentatie en interviewcapaciteiten vergroot. Het zou fijn zijn als er tussen die dertig jaar werk persoonlijke uitschieters zitten. Wie weet komt er nog een magnum opus uit mijn pen, maar rustig doorwerken aan gewoon goeie bundels lijkt me ook goed. Ik wil tegen die tijd graag nog meedraaien zoals ik nu meedraai, met daarbij flink wat jonge dichters die tegen me aanschoppen en een publiek dat m’n werk leest. Als zich in de tussentijd iets voordoet als een klein baantje bij de radio of televisie op het culturele vlak dan zou ik trouwens ook niet klagen. We zullen het zien!

 

Dank voor de ruimte die je me hebt geboden op dit forum en Bart Gerrit Jan en Wouter natuurlijk ook bedankt voor jullie interesse.

 

Hartelijke groeten,

 

Tsead

 

 

 

Recent

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

19 november 2007

Net niet spannend genoeg
Door Fatima Bajja

Het lijkt alsof Sylvia Houweling alles heeft wat haar hartje begeert. Ze is getrouwd met Eddie Kronenburg, heeft twee kinderen en woont in een prachtig huis in Amsterdam-Zuid. Toch is het allemaal niet zo mooi als het lijkt. Eddie werkt namelijk in de onderwereld, hij is verantwoordelijk voor het transport van drugs.

Lees meer