4 juli 2008

Interview José Bouman, conservator van de Bibliotheca Philosophica Hermetica

Mike Naafs in gesprek met José Bouman, conservator van de Bibliotheca Philosophica Hermetica. Naafs liet zich rondleiden door de grootste particuliere bibliotheek van Nederland, gespecialiseerd in rozenkruisers, hermetica, alchemie en mystiek.  

Wanneer is de bibliotheek opgericht?
Als instituut in 1984, toen ging hij open voor het publiek, daarvoor was het de almaar groeiende huiskamerbibliotheek van de heer J.R. Ritman.

Is bekend wanneer de heer Ritman zijn eerste fascinatie opdeed? 
Jazeker, hij was toen 19, en kreeg van zijn moeder een boek van Jakob Böhme uit 1700. Hij realiseerde zich toen voor het eerst dat een bepaald soort oude boeken nog steeds te koop waren. Hij had al met het gedachtegoed kennisgemaakt omdat hij opgroeide in een familie van moderne rozenkruisers. Daar vielen namen als Hermes Trismegistus en Böhme wel vaker. Op zijn negentiende is hij in die belevingswereld gedoken en heeft hij geprobeerd om de echt oude drukken van die auteurs bij elkaar te brengen. Ritman wil ook graag tijdens zijn leven de verzameling min of meer afronden.
Hier komen de mensen onze bibliotheek binnen en gaan ze rondneuzen, er staan hier bij elkaar een kleine 20.000 moderne boeken. In glazen kasten.

Dat is de tentoonstellingsafdeling. We hebben altijd een tentoonstelling uit de eigen collectie. Die vertellen waar het over gaat, het zijn de bronnen. En alle boeken die je hier in de kast ziet vormen het studiemateriaal eromheen.

Secundair?
Daar kan iedereen in grasduinen. Het staat zodanig in de kast dat je heel gemakkelijk van het ene op het andere komt. Ze zijn bewust zo in de kast gezet, op onderwerp, alles over bijvoorbeeld Jakob Böhme, een van onze geliefde auteurs, een luthers mysticus uit de zeventiende eeuw, bij elkaar. Maar er staan niet alleen werken van en over Böhme, maar ook boeken die de hele context, periode en tijdgenoten behandelen.

Ook geschiedkundige werken over de periode van Böhme ?
Dat wat minder. We gaan er vanuit dat het niet nodig is die boeken te verzamelen die je in een gewone bibliotheek ook kan vinden. Ons doel is om alleen maar die speciale dingen, die echt heel erg tot onze collectie behoren en die nergens anders zo specifiek verzameld worden, bij elkaar te brengen. Grofweg behelst dat vier rubrieken: mystiek, alchemie, rozenkruisers en hermetica. De hermetica had ik eigenlijk als eerste moeten noemen, dat is het overkoepelende begrip.

De ene noemer waar alle 20.000 boeken onder vallen?
Ja, ja.

Maar zijn al die bewegingen, tradities en verschuivingen nog wel wetenschappelijk te achterhalen?
Je weet als historicus nooit hoeveel er verloren is gegaan, hoeveel je niet weet. Je denkt dat je heel veel hebt, maar je weet ook nooit wat er daarvoor bestaan heeft.

Pardon, u vertelde over de belevingswereld van de rozenkruisers.
De moderne rozenkruisers zijn een gnostisch kerkgenootschap…

Ketters?
Nee hoor, erkend door de Nederlandse staat.

Maar vroeger?
Ja, de rozenkruisers uit de zeventiende eeuw werden als ketters beschouwd en door de bestaande kerken bestreden. Een interessante bijkomstigheid is dat de figuur waar de beweging van de rozenkruisers om draaide, Christian Rosenkreuz genaamd, helemaal niet bestaan heeft, net als Hermes Trismegistus overigens…

Wat bedoelt u met ‘ helemaal niet bestaan heeft’?
Hermes Trismegistus is geen historisch figuur, hij leefde in de gedachten van de mensen. We kennen alleen legenden over hem. Men dacht dat hij een filosoof was die nog vóór Mozes leefde, en ook dat hij de Egyptische god Thot was.

Een god?
Ehm, een halfgod, die ook op aarde heeft rondgelopen en leraar is geweest, en heel veel boeken geschreven heeft waar er maar een paar van bekend zijn. Aan de stijl kun je zien dat er meerdere auteurs achter moeten zitten. Ze stammen niet uit dezelfde pen, ze verschillen heel erg in visie. De één is somber over het aardse leven, de ander veel optimistischer; kortom, ze kunnen nooit allemaal van één hand zijn.

Net als Hermes heeft ook Christian Rosenkreuz, een andere figuur die centraal staat in onze collectie, niet echt bestaan. De rozenkruisersbeweging uit de zeventiende eeuw was volkomen gebaseerd op het idee dat Christian die beweging gesticht zou hebben. Het zou een broederschap van broeders zijn, die hij in het leven had geroepen, die moesten uitzwermen over de wereld om steeds weer nieuwe broeders te benoemen. Maar Christian heeft nooit bestaan. De hele beweging heeft nooit bestaan. De rozekruisersbeweging was een papieren beweging: er zijn nooit officiële samenkomsten geweest.

Wat bizar
Ja, dat kwam omdat het zo ontzettend radicaal was.

Waarin bijvoorbeeld?
Honderdjaar na Luther kwamen ze opnieuw met de hervorming. Die eerste was niet goed geweest. Het moest opnieuw. Wetenschap, religie, onderwijs en de geneeskunde moesten hervormd worden. En wel op hermetisch-gnostische basis.

Een theologische wetenschap?
Die scheiding was natuurlijk niet strikt. Paracelsus is in onze tijd het meest bekend als arts, de voorloper van de natuurgeneeswijze, maar hij noemde zichzelf theoloog. Als je je bezighield met de natuur, en probeerde te herstellen wat fout was gegaan in de natuur – ziekte – dan greep je in ín de goddelijke orde. En dan moest je wel goed begrijpen hoe God het dan bedoeld had, anders zou je het vervolgens niet kunnen rechtbreien. Voor hem was de kosmos door God gemaakt en dus in principe ideaal. Alles wat fout was, kwam omdat de mens ergens iets verkeerd gedaan had, of iets niet begrepen had.

Zijn de termen hermetica en gnosis inwisselbaar?
Niet echt als je ze in het woordenboek opzoekt, maar ze komen wel dicht bij elkaar. Het gaat over de relatie van de mens tot God en dan hebben we het niet over kerkverbanden. Beide bewegingen – gnostiek en hermetica – zijn ontstaan in de eeuwen rond het jaar nul. Beide in hetzelfde gebied – rond Alexandrië – en hebben alletwee dezelfde invloeden ondergaan. Ze waren dezelfde mengeling tussen filosofie en godsdienst, waarbij de mens zich afvroeg wat zijn plaats in het heelal was en hoe de relatie tot het goddelijke was. Beide zagen ze een mogelijkheid om weer op te klimmen naar de goddelijke oorsprong. En dat was precies waarom ze later het onderspit gedolven hebben. Het was precies waar de Kerk van Rome tegenin ging: de mens was geen soort van halfgod, het was helemaal uit den boze om te denken wat de hermetici beweerden – dat je zelf weer als een god kon worden, als je maar de juiste stappen deed.

Kwamen ze op kerkpleinen, ik bedoel stadspleinen, bijeen?
Daar weten we eigenlijk niets van. Er wordt nu wel gedacht dat de eerste hermetici van rond het jaar nul wel degelijk bij elkaar kwamen en dat daar een meester-leerling verhouding was. Hierbij poogde de meester de leerling te onderwijzen, er werd gezongen en gebeden, dat kunnen we nog wel opmaken uit overgebleven teksten. Maar of ze tempels hadden of op andere manieren bijeen kwamen, daar weten we dus helemaal niets van.

Hoe verspreidden ze dan hun ideeën?
De zeventiende-eeuwse rozenkruisers verspreidden hun ideeën via zogenaamde ‘Manifesten’ die eerst in handschrift circuleerden en pas een paar jaar later gedrukt werden. Iemand die zo’n manifest in handen kreeg, Adam Haslmaier, werd meteen opgepakt en naar de galeien gestuurd. Het geschrevene was letterlijk revolutionair, het was gericht aan alle hoofden en koningen.

Waren het vaker de lutheranen of de katholieken die ingrepen?
Allemaal. Niemand was het eens met de rozenkruisers. Ze werden vooral belachelijk gemaakt. Maar wie het idee van de beweging in gang heeft gezet, weten we niet eens zeker. Eén naam kennen we, dat is Johann Valentin Andreae, die later keurig luthers predikant is geworden en die al heel snel – om zijn carrière te redden – heeft gezegd: ‘Nee, nee, nee, dat was een jeugdzonde van mij, ik neem overal afstand van.’ Hij is de man die dat hele mooie verhaal over Christian Rosenkreuz heeft geschreven, het is eigenlijk een roman waarin Christian een soort inwijdingsritueel volgt, en tijdens een bruiloft…

Heeft u dat boek ook hier?
Ja. Het is een roman waar onze voormalige Dichter des Vaderlands ook nog een toneelstuk met de titel Het Chemische Huwelijk over heeft geschreven. U begrijpt wel dat dit onooglijke boekje – het is ook een beetje vies en schuin afgesneden – voor meneer Ritman een van de grote schatten van de collectie is. Dit is het origineel, in 1616 in Straatsburg gedrukt. Het komt zelden op de markt.

Hoeveel exemplaren werden er nu van zo’n boek gedrukt?
In die tijd was de oplage tussen de 500 en 1.500 stuks. Maar het aantal dat bewaard bleef… tsja, het werd vaak stukgelezen, het zijn geen rijkelijk versierde boeken, eerder gebruiksromannetjes….

Manifest en roman tegelijk.
Ja, op die manier droegen de rozenkruisers hun ideeën uit. Valentin Andreae heeft nog veel meer prachtige romans geschreven, in het Latijn helaas. Klassiekers van de literatuur. Onze bibliothecaris is daar helemaal weg van. Andreae schreef die boeken nadat hij afstand had genomen van de ideeën en idealen van de rozenkruisers. U begrijpt nu waarom ze zo heten, vernoemd naar de hoofdpersoon uit dit verhaal. Van de roman zijn heel veel moderne edities. Het is een buitengewoon leesbaar verhaal dat is ingedeeld in een aantal dagen. Iedere dag komt er een nieuwe proef, en de bruiloftsgasten moeten allemaal aan die proeven deelnemen. Christian doorstaat ze allemaal en wordt ingewijd als ridder van de beweging.

Het is niet zo wonderlijk dat er nog steeds mensen zijn die geloven in de idealen die in die manifesten werden uitgedragen. Maar het is wel verwonderlijk dat er ondanks allerlei historisch onderzoek nog steeds door sommigen wordt beweerd dat het Broederschap toch echt heeft bestaan. Er komen regelmatig mensen hier die menen te weten in welk klooster Christian Rosenkreuz heeft gezeten of die weten waar hij gestudeerd heeft. Volgens de legende heeft hij veel gereisd, door het Nabije Oosten en door Europa om overal kennis op te doen. Hij zou bijvoorbeeld in Fez geweest zijn. Er was hier eens iemand die zeker wist dat boven de deur van de universiteit van Fez staat dat Christian Rosenkreuz hier gestudeerd heeft. Hij had ’t zelf gezien!

Hoe een romanfiguur kan uitgroeien tot een historisch figuur.

Hermetische renaissance
In onze westerse filosofie en cultuur zitten overal verwijzingen naar de hermetica, alleen herkennen wij ze veelal niet meer. Het is verbazingwekkend waar je het allemaal tegenkomt. Het blijkt altijd een beetje genegeerd, in de verkeerde hoek geduwd en – als overblijfsels uit een tijd dat men nog in magie geloofde – bewust belachelijk gemaakt. Dat is pas een beetje goed gekomen in de afgelopen eeuw. Eén van de eersten die zich daarvoor heeft ingezet was Francis Yates. Zij onderzocht de kunstgeschiedenis van de Italiaanse Renaissance. Zij keek naar de kunst en stuitte op dingen die ze niet begreep. Ze kwam terecht bij de hermetica en heeft zich daar vervolgens op geworpen. Zij beweerde dat de renaissancekunst niet goed te begrijpen is als je niet iets weet van de hermetica. En zij verwonderde zich over het feit dat men dat niet eerder opgemerkt had. Iedereen kende Hermes, de ‘driewerf grote’. Overal zijn verwijzingen naar die traditie, dat had een enorme invloed in die tijd.

Een van de auteurs die je bijvoorbeeld hier helemaal niet zou verwachten is Copernicus, met het boek uit 1543 waarin hij voor het eerst uitlegt dat niet de aarde, maar de zon het middelpunt is van het heelal is. Hier zie je Trismegistus staan. Copernicus is op deze pagina bezig om zich wetenschappelijk te verantwoorden. Men moest tenslotte voorzichtig zijn, helemaal als je zoiets nieuws beweerde, en dus haalt hij Hermes aan als autoriteit. Hij zegt:’ Trismegistus zei het al, dat de zon de zichtbare god is.’ Hermes wordt hier in 1543 dus door de wetenschapper Copernicus gezien als iemand die het weten kon.

Hermes bestond dus niet, of waren het meerdere mensen?
Ja, het waren meerdere mensen die in opeenvolgende periodes wat aan de leer toegevoegd hebben.

Hoe lang is zijn leven?
Dat kun je zo niet zeggen.

Wat kun je wel over hem zeggen?
Over hem niks. Wel over het ideeëngoed, dat in een paar eeuwen gegroeid is, vervolgens een sluimerend bestaan heeft geleid en in de Renaissance weer herontdekt werd door Cosimo de Medici. De eerste keer dat het Corpus Hermeticum werd gedrukt in 1471, is het ook opgedragen aan Cosimo de Medici. Die versie hebben we ook hier. Hij raakte geïnteresseerd door wat er over Hermes door Griekse geleerden en reizende leraren verteld werd. Ze brachten hem ook in contact met Griekse handschriften en één van die handschriften was wat we tegenwoordig het Corpus Hermeticum noemen.

Mag je het een bijbel noemen?
Tussen aanhalingstekens dan. Het is meer een verzameling traktaten waarin de hele leer is vervat. De Medici was zodanig geboeid dat hij aan degene die voor hem allerlei teksten uit het Grieks vertaalde – en die op dat moment bezig was met niemand minder dan Plato, die ook niet beschikbaar was in het Latijn – zei: ‘Houd daar maar even mee op, ik wil eerst Hermes!’

Hermetica en hermetisch, in hoeverre hebben die begrippen met elkaar te maken?
Hermes is de naamgever van het begrip hermetisch. Hermes werd gezien als de vader van de alchemie. De alchemisten waren de zonen van Hermes. In de alchemie stop je als het ware voortdurend zaken in flessen die je moet afsluiten zodat er niets meer in of uit kan.

De alchemie gebruikt heel veel illustraties en symbolen. Heel emblematisch. Een hermafrodiet, bijvoorbeeld, kom je in heel veel alchemistische voorstellingen tegen. Die staat voor het principe van de alchemie, een hermafrodiet is zowel mannelijk als vrouwelijk, heeft twee tegengestelde eigenschappen, en dat is wat de alchemie wil: de tegendelen weer verenigen, weer heel maken. De alchemist herschept in zijn kolven eigenlijk de wereld. Hij laat de materie eerst uiteenvallen in chaos en maakt er vervolgens iets beters van.

Goddelijke scheikunde?
Inderdaad.

En die boom bijvoorbeeld?
Dat is de boom der metalen, die groeit in de aarde en zijn vruchten zijn de metalen. De groene slang en de groene leeuw symboliseren allebei stadia in het proces van herschepping. De mens was het contact met het goddelijke kwijtgeraakt en daardoor waren de tegenstellingen (man-vrouw; donker-licht, enzovoort) ontstaan die aanvankelijk één waren.

De mens is een microkosmos, een wereld op zichzelf, waarin alle processen die ook in de kosmos plaatsvinden in het klein kunnen worden waargenomen. Tegelijkertijd is hij onderdeel van de makrokosmos en vormt hij daarmee een harmonieus geheel. Kijkend naar de mens begrijp je de kosmos en kijkend naar de kosmos begrijp je de mens.

‘Man is a mortal God and God is an immortal man.’

Dat komt uit Aesclepius, de enige tekst van Hermes Trismegistus die we uitsluitend in het Latijn kennen. De Griekse oertekst is verloren gegaan. En juist vanwege dit soort uitspraken werd het boek verketterd. Het grootste bezwaar van de kerk tegen al deze broederschappen is dat ze impliceren dat ze het allemaal zelf wel kunnen, en geen priester nodig hebben.

Heel individueel?
Ja, met soms een kring van volgelingen. Zij bepaalden zelf hoe ze stapsgewijs omhoog konden klimmen. Bemiddelaars waren overbodig.”

– meer informatie? www.ritmanlibrary.nl

 

Recent

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

7 augustus 2017

Een kanjer

4 augustus 2017

Wondranden

Literair Nederland - 10 jaar geleden

27 augustus 2007

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Dat klinkt toch goed nietwaar? Helaas, we worden wel meegenomen maar niet naar het bovengenoemde. Natuurlijk komen deze gebieden wel voor in het boek maar het frappante is dat ik heel veel over het reizen zelf heb gelezen maar weinig over het land.

Lees meer