10 juli 2008

Interview David Colmer

‘Eigenlijk is de wereld één groot gebied en dat gebied heet fictie.’
Een gesprek met de schrijver David Colmer over zijn debuutroman Lew

Door gebeurtenissen thuis en op school, besluit de vijftienjarige Lew op een dag weg te lopen van huis. Hij reist per bus naar de stad waar zijn zus Sha woont met haar zoontje Skip. Lew voelt een grote lotsverbondenheid met zijn zus die in zijn ogen net als hij het huis is uitgedreven door hun vreselijke ouders. Het enige contact dat hij de afgelopen jaren met Sha had verliep via een leraar bij hem op school, Gerry Case, die brieven over en weer bezorgde. Maar Gerry ligt in het ziekenhuis en Lew wordt gek van het idee dat hij nu geen contact meer kan hebben met Sha.
Wanneer hij bij de troosteloze flat van zijn zus aankomt, treft hij een leeg huis. Sha en Skip lijken van de aardbodem verdwenen. Lew neemt zijn intrek in de flat en gaat op onderzoek uit. Hij komt in contact met mensen uit Sha’s omgeving, die hem betrekken bij hun eigen illustere activiteiten. Voor hij het weet is Lew alle grip op zijn bestaan kwijt en zijn zoektocht naar houvast brengt hem in steeds grotere problemen, waarbij één vraag hem meer en meer gaat kwellen: wat weet hij in hemelsnaam van zijn zus? En van zichzelf?

Vorige week verscheen de debuutroman Lew van de Australische schrijver David Colmer. Colmer woont en werkt sinds 1991 in Nederland en hoewel hij zijn roman in zijn moedertaal ? Engels ? schreef, is Lew vooralsnog alleen in Nederland uitgegeven. Peter Bergsma vertaalde het boek voor Uitgeverij Contact.
Literair Nederland sprak met David Colmer over zijn omzwervingen over de wereld, de totstandkoming van zijn roman, en het verwarrende van jong zijn.

Hoe komt een Australiër in Nederland terecht?

Vroeger heb ik veel gereisd, al moet ik eerlijk zeggen dat ik eigenlijk een hekel heb aan reizen. Ik brak mijn studie medicijnen in Australië af en trok via Nieuw-Zeeland naar Azië waar ik een tijd in Taiwan en Japan, in Taipei en Tokio, gewerkt heb als leraar Engels. Daarna ben ik in Londen gaan wonen, waar ik serieus met schrijven ben begonnen, en waar ik ook het eerste verhaal schreef dat gepubliceerd zou worden in een bekend tijdschrift: Panurge. Maar een echte schrijfcarrière kreeg ik op dat moment nog niet van de grond.Vervolgens kwam ik terecht in Berlijn, en ontmoette mijn huidige vrouw, een Nederlandse. Er zat dus geen groot plan achter mijn emigratie naar Nederland. Al die tijd was ik eigenlijk alleen maar geïnteresseerd in schrijven en heb dus nooit echt geprobeerd carrière te maken. In Nederland ben ik begonnen met mijn literaire vertaalwerk, ik heb onder andere het werk van Annie M.G. Schmidt, Bart Moeyaert en Anna Enquist in het Engels vertaald.

Vóór in het boek staat dat Lew gebaseerd is op het korte verhaal in Panurge waarvan je daarnet al sprak, getiteld ‘Lew to Big City’. Dat was in 1988. Waarom wilde je dat verhaal nog verder uitwerken?

Het was op een aantal manieren nog niet af. De eerste versie van het verhaal was een behoorlijk pretentieus verhaal in de trant van Italo Calvino. Ik experimenteerde volop met stijl en vond het toen nog nodig Lew de hele wereld over te slepen. Daarna ben ik het gaan herschrijven, ik ging veel ‘droger’ schrijven en perkte de plaats van handeling in. Ik denk dat ik daar goed aan heb gedaan, want deze tweede versie werd geplaatst in Panurge. Daarna ben ik doorgegaan met onder meer het schrijven van verhalen die verder gingen met de figuren en situaties uit ‘Lew to Big City’. Vervolgens ben ik met het verhaal over Lew en die andere verhalen aan de slag gegaan en heb er een boek uit gegoten ? dit boek, om precies te zijn. Dat was tien jaar geleden. Goed, ik heb er sindsdien nog wel wat aan bijgeschaafd en wat dingen geschrapt, maar eigenlijk was Lew in 1992 al af. Tussen toen en nu heb ik trouwens een aantal verhalen in Engelse, Duitse en Australische tijdschriften gepubliceerd. En in België is in 1999 in Het Nieuwe Wereldtijdschrift een verhaal van me verschenen, ‘De Dijk’.

Er bestaat dus een soort oerversie van Lew, heb je dat verhaal recentelijk nog eens herlezen?

Nee, het is jaren geleden dat ik dat verhaal heb gelezen. Het hele ontstaansproces boeit me eigenlijk niet zo. Het is meer dat ik dat werk graag aan mijn onderbewustzijn overlaat. Ze zijn hier wel, de verschillende versies, maar ik kijk er niet naar en sommige zijn nogal verbleekt. Een ander zou dat misschien zonde vinden, maar ik zit er niet mee.

Het boek maakt op een bepaalde manier een universele indruk, het had wat mij betreft in elk decennium vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw kunnen spelen, in elke grote stad. Vind jij dat het verhaal typisch Australische kenmerken heeft?

Ja, eigenlijk wel, maar dan stilistische. Ik voel mij stilistisch verwant met schrijvers als Helen Garner, Frank Moorhouse en Tim Winton, om een paar te noemen. Al is het moeilijk om uit te leggen hoe dat precies in z’n werk gaat. Daar tegenover hebben de beschrijvingen van de stedenbouw in het boek, het type flat waar Sha in woont, de omgeving, veel meer een Londense sfeer. Maar eigenlijk is de wereld één groot gebied en dat gebied heet fictie. Ik heb wel bewust geprobeerd op een bepaalde manier abstract te blijven, zo noem ik geen plaatsnamen en geen valutasoort, dat was soms moeilijk, maar het hoorde bij de concept van het boek.

Waarom wilde je je verhaal vanuit het perspectief van een jonge jongen, een puber vertellen?

Ik wilde een verhaal vertellen over illusies en desillusies. Daarvoor heb je een personage nodig dat nog niet alles weet, dat op een bepaalde nog heel naïef is. Ik heb een beetje een hekel aan het soort ‘esprit d’escalier’ waarmee schrijvers de figuren waarmee ze zich identificeren trachten op te poetsen. Lew is geen geconstrueerd personage, hij is alledaags, je herkent jezelf in hem en die herkenning is pijnlijk. Aan het begin van het boek is de verhouding met zijn zus zijn grote houvast, maar gaandeweg het verhaal verandert dat. Er zijn nog heel veel dingen die hij niet goed snapt en daardoor schat hij ze verkeerd in.

Het knappe aan je roman vond ik dat je aan het eind eigenlijk nog niks weet. Je hebt geen flauw idee wat er nou werkelijk gebeurd is. De dingen die beschreven worden gebeuren wel, maar je ziet ze alleen door de ogen van Lew. Wie weet heeft hij juist wel hele lieve ouders, wie weet deugt zijn zus juist wel niet. Wilde je een bepaald spel spelen met de lezer?

Nee, dat niet, Lew geeft gewoon mijn visie weer op het leven zoals het is. De ultieme subjectiviteit van elke waarneming, van elke belevingswereld. Het is zeker geen intellectuele puzzel of zo. Natuurlijk had ik wel plezier in het spelen met Lews onwetendheid, als schrijver weet je natuurlijk meer dan de hoofdpersoon, maar het was juist mijn opzet om een bepaalde herkenning bij de lezer op te roepen, niet om hem te misleiden.

En dat is je wonderwel gelukt. Wat zijn je plannen voor de toekomst?

Ik ben bezig met een nieuwe roman, iets totaal anders dan Lew, ik gebruik een heel andere stem. Zo begaan als ik ben met de figuur van Lew, bracht zijn perspectief heel wat beperkingen met zich mee. Toen het verhaal af was, was het een hele opluchting om in de korte verhalen die ik daarna schreef met meer intellectuele of verbale figuren te kunnen werken. Dat zet ik nu voort in mijn nieuwe roman. Ik moet dan ook bij de les blijven, maar ik heb meer speelruimte. Het schrijven van Lew vergde erg veel discipline, juist door zijn beperkte kijk op de dingen. Maar eerst maar eens kijken of er besprekingen van Lew verschijnen, het schrijft toch prettiger als je weet dat je werk gelezen wordt.

Lew, David Colmer, Uitgeverij Contact, 2003.

Daphne de Heer

Recent

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

7 augustus 2017

Een kanjer

4 augustus 2017

Wondranden

Literair Nederland - 10 jaar geleden

27 augustus 2007

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Dat klinkt toch goed nietwaar? Helaas, we worden wel meegenomen maar niet naar het bovengenoemde. Natuurlijk komen deze gebieden wel voor in het boek maar het frappante is dat ik heel veel over het reizen zelf heb gelezen maar weinig over het land.

Lees meer