23 maart 2012

Verrassing – Etgar Keret

‘Het is moeilijk een verhaal te verzinnen met de loop van een geladen pistool op je gericht.’

Recensie door Wil van Basten-Malipaard

Het is moeilijk een verhaal te verzinnen met de loop van een geladen pistool op je gericht. Maar de kerel staat erop. “In dit land,” verklaart hij, “moet je, als je iets wilt hebben, dwang gebruiken.”’

(…)

‘“Er zitten twee mensen in een kamer,” begin ik. “Ineens wordt er aan de deur geklopt.”’

Bij dit eerste verhaal in de bundel van Etgar Keret denk ik onmiddellijk aan het wereldberoemde toneelstuk La cantatrice chauve (De kale zangeres). Het is inderdaad maar een hele kleine stap terug naar het Théâtre de l’Absurde van Eugène Ionesco (1909-1994) en naar dit eerste absurdistische toneelstuk dat in 1950 voor de eerste keer opgevoerd werd en dat nu nog steeds speelt in Théâtre de la Huchette in Parijs! Hierin komt een brandweerman aanbellen om te informeren of er echt niet een klein brandje is om te blussen. Zijn opdracht is alle branden te doven in de stad (…). En de zaken gaan slecht, er zijn geen serieuze branden meer. Dus is de premie ook laag. De anderen in de kamer voeren sinds het begin van het stuk een dialogue de sourds, kort gezegd, het is alsof zij redelijke dingen zeggen, maar zij lijken elkaar niet te horen, hun antwoorden raken kant noch wal en het loopt uit in complete wartaal. De absurditeit ten top! Maar wel heel komisch! De spiegel die ons op deze manier wordt voorgehouden geeft in wezen een heel tragisch beeld van de mensheid!  Voldoende stof om over na te denken.
Zo ook bij Keret.

Keret beschrijft in 39 korte verhalen een ons vertrouwde, bekende, hele gewone wereld. Het is alsof wij de mensen over wie hij schrijft al kennen. Het zou de buurman kunnen zijn. Of je directeur, je leraar, misschien wel je vader of je zoontje. Al spoedig echter, neemt het verhaal een onverwachte wending en eindigt het nog verrassender. De lezer heeft even met de personen mogen meelopen. Maar mag het zelf verder uitzoeken.
Kerets eerst zo realistische beschrijving van de beginsituatie gaat ongemerkt over in een gefantaseerde, gedroomde, leugenachtige en soms zelfs surrealistische werkelijkheid. Zijn humor hierbij is ongeëvenaard! Keret vindt het heerlijk om de wereld om hem heen te bespotten. In eenvoudige woorden, in weinig zinnen, weet hij door zijn gekke, absurde beschrijvingen meedogenloos de zwakke punten in de samenleving aan te wijzen.

Hoewel er geen onderling verband is tussen de verhalen of de personen, is er wel degelijk een duidelijke leidraad te ontdekken. Al zijn personen proberen zich te onttrekken aan de realiteit die hen benauwt, angstig maakt, die ze kost wat kost willen ontvluchten. Ze belanden ook vaak ‘naast het verhaal’ door bijvoorbeeld hun reïncarnatie. Maar, ze weten steeds een oplossing te vinden voor hun ongelukkige situatie. Ze gaan over tot actie, bewust of onbewust, want ze geloven nog in het leven en dat is positief!
Misschien zou je daarom zelfs kunnen zeggen dat deze 39 verhalen eigenlijk 39 ‘therapeutische’ oefeningen zijn om te ontsnappen aan de ons omringende negatieve wereld, om anders te leren leven, om beter om te kunnen gaan met de dood, met een scheiding, een ongelukkige liefde, met eenzaamheid, met zinloos geweld. 39 Levenslessen dus.

Zoals hiervoor reeds opgemerkt, zijn de verhalen van Keret doortrokken van veel sarcastische humor, soms zelfs morbide humor die overigens op geen enkel moment tranen trekkend is. In sommige verhalen vindt men ook de zo specifieke joodse humor terug. Heerlijk! ‘En Osjri zei gedag met een knipoog, want als je rechterarm is verlamd zit handen schudden er niet in (…).’

Vanaf het eerste tot en met het laatste verhaal is het duidelijk dat de achtergrond Israël, het Midden-Oosten is. In elk verhaal is ofwel de schaduw, de dreiging of de gevolgen van terrorisme merkbaar. De aanwezigheid van engelen en diverse positieve reïncarnaties zorgen daarbij voor een tegenstrijdig beeld die de werkelijkheid verzachten.
Keret schrijft over Israëlische mannen, vrouwen en kinderen.
Niet verwonderlijk, als je weet dat Etgar Keret in Tel-Aviv in 1967 geboren werd, en dat zijn hele leven vanaf het begin een politiek oormerk draagt. Overigens schuwt Keret karikaturale beschrijvingen van zijn geboorteland zeker niet. Lees bijvoorbeeld het begincitaat en het eerste verhaal.

Alle 39 verhalen zijn zeer de moeite waard! Deze stuk voor stuk bespreken is dan ook niet aan de orde, maar toch, om de nieuwsgierigheid te prikkelen…:

In ‘De Teef’ ziet een weduwnaar in een hondje het gezicht van zijn overleden vrouw Chalina. En zij praat met hem!
‘“Ben je nu blij?” vroegen de ogen van de poedel. “Het gaat” Hij keek terug. “Het is moeilijk alleen te zijn. En jij?” “Niet slecht”. De poedel opende zijn bek in wat bijna een glimlach leek. “Mijn bazin zorgt goed voor me, ze is een goede vrouw. Hoe gaat ’t met onze dochter?”’

Hoofdpersoon Osjri in ‘Slecht Karma’ probeert in zijn nachtelijke dromen de coma opnieuw te beleven waarin hij zes wekenlang heeft gelegen na een ongeluk. ‘Hij herinnerde zich de kleuren en de smaak en de frisse lucht die zijn gezicht verkoelde. Hij herinnerde zich de afwezigheid van herinnering. (…) Hij wist niets, alleen dat hij leefde. En alleen die wetenschap vervulde hem van een enorm geluk.’ (…) ‘Je behoort geen geluk te beleven aan je coma terwijl de vrouw en dochter zich aan je bed de ogen uit hun kop huilen. Dus toen zij vroegen of hij zich er iets van herinnerde, zei hij van niet.’

In ‘Pudding’ droomt Avisjai dat hij weer kind is en bij zijn moeder woont die heerlijk eten voor hem klaar maakt… Hij stelt het moment van wakker worden uit om dit gelukzalige gevoel te laten voortduren.

In ‘Goudvis’ maken we kennis met een goudvis die de drie wensen van Sergei laat uitkomen. Maar wat wordt nu zijn derde wens?

In ‘Guave’ verscheen 40 seconden vóór Sjkedi aan zijn eind kwam, een engel, helemaal in het wit, die hem meedeelde dat hij een laatste wens kreeg. Wat wenst Sjkedi? ‘Vrede op aarde!’.
En hoe gaat het verhaal dan verder?

Zou de lezer dezelfde beslissing hebben genomen als de patholoog-anatoom in  ‘Verrassingsei’ toen hij bij autopsie van een slachtoffer van een zelfmoordterrorist bemerkte dat deze jonge vrouw van 32 jaar binnen zeer korte tijd een onvermijdelijke dood zou zijn gestorven? De echtgenoot het wel vertellen of niet? De filosofische gedachten van deze arts zijn zeer de moeite van het lezen waard. Misschien is dit wel het mooiste verhaal van de bunde! Het enige verhaal overigens dat een opdracht heeft ‘Voor Danny’ en al eerder verschenen is in Gaza Blues (2006).

Verrassing van Etgar Keret verscheen oorspronkelijk bij Kinneret Zmora-Bitan Dvir als PitomDfika Ba-Delret. Deze verhalen werden uit de Amerikaans-Engelse vertaling (Suddenly, a Knock on the Door) vertaald door Adriaan Krabbendam onder supervisie van Ruben Verhasselt, die de tekst vergeleek met de Hebreeuwse brontekst. De Nederlandse vertaling is erg eigentijds. Korte, simpele zinnen. Veel spreektaal. Als korte scenario’s voor een film.

Nog een laatste citaat, uit ‘Verrassingsei’. Veel van de genoemde pluspunten zijn hierin verenigd.

‘Slachtoffers van aanslagen worden voor autopsie overgebracht naar het Instituut voor Forensische Geneeskunde (…). Veel mensen met sleutelposities in de Israëlische samenleving zetten vraagtekens bij deze procedure (…)  “Een lijk is geen verrassingsei dat je openmaakt zonder te weten of je er een zeilscheepje, een raceautootje of een koalabeertje in zult aantreffen. Want als ze sectie verrichten, vinden ze altijd dezelfde dingen: kogeltjes, spijkers of metaalscherven. Kortom, heel weinig verrassingen. Maar in dit geval. (…)’

Van Etgar Keret verscheen onder meer de bundel Pizzeria Kamikaze. Zijn boeken verschijnen in meer dan 30 landen en hij publiceert onder andere in The New York Times en Le Monde. Naast schrijver en universitair docent is Keret filmmaker.

Verrassing
Etgar Keret
Vertaling door: Adriaan Krabbendam, Ruben Verhasselt
Verschenen bij: Podium b.v. Uitgeverij
ISBN: 9789057594571
251 pagina's
Prijs: € 18,50

Meer van Wil van Basten-Malipaard:

6 november 2012

Ook een mooie ukelele is nog geen gitaar

Over 'De rode loper' van Thomas Rosenboom
26 september 2012

‘Voor ons bestond er geen buitenwereld’

Over 'Er is hier niemand, behalve wij allemaal' van Ramona Ausubel
9 juli 2012

Een meesterwerk van een begenadigd verteller

Over 'Kritische Klassieken Nacht in de middag' van Arthur Koestler

Recent

23 oktober 2017

Zingende gedichten onovertroffen in hun beeldspraak

Over 'Nacht & navel' van Yannick Dangre
20 oktober 2017

Soepel en licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken

Verwant

23 maart 2012

Je baby als rekruut 

Over 'Zeven vette jaren' van Etgar Keret
23 maart 2012

Belcampo revisited

Over 'Verrassing' van Etgar Keret