25 april 2016

Andreas Burnier, Metselaar van de wereld – Elisabeth Lockhorn

Indrukwekkend levensverhaal van een intellectuele buitenstaander

Recensie door Evert Woutersen

Andreas Burnier, pseudoniem van Catharina Irma Dessaur (1931-2002), is vooral bekend geworden als schrijfster van Het jongensuur (1969). Elisabeth Lockhorn schreef een knappe biografie met als titel Andreas Burnier, metselaar van de wereld. Het is een nadere kennismaking met de schrijfster en met haar minder bekende werk.

In de verantwoording bij de biografie legt Lockhorn uit hoe ze te werk is gegaan bij het beschrijven van het levensverhaal van Andreas Burnier. Naast schriftelijke bronnen heeft ze zich gebaseerd op gesprekken met tijdgenoten uit diverse perioden uit het leven van de schrijfster. Lockhorn: ‘Het zwaartepunt van deze biografie ligt in de reconstructie van de interactie tussen leven en literair werk […]’.

Het levensverhaal van Catharina Irma Dessaur begint op 3 juli 1931. Scheveningen, in de jaren dertig een dorp met ‘bakkers en melkboeren met handkarren’, vormt het decor van de eerste tien jaar van haar leven. Voor Irma is het een onbezorgde kindertijd, een tijd waarin ze veel leest. Een tijd waarin, erop terugkijkend, de zon altijd schijnt.

Onderduikperiode
Kort na het begin van de oorlog wil de Joodse familie Dessaur per boot vluchten naar Engeland. De koffers staan klaar, maar, ‘op de avond voor het vertrek kwam de Scheveningse visser vertellen dat zijn vrouw de zaak toch te gevaarlijk vond en werd de tocht afgeblazen.’ Op 3 mei 1942 wordt het voor Joden verplicht de Jodenster te dragen. In juli van dat jaar duikt de familie onder in Eindhoven waar Irma en haar ouders op verschillende adressen verblijven. Irma herinnert zich later: “Als ik ergens op straat zou komen en iemand van de politie of een Duitser zou naar mijn naam en adres vragen, dan moest ik voortaan zeggen dat ik ‘Ronnie van Dijk’ heette en dat ik woonde in de Stationsstraat, want iedere plaats van enige omvang heeft wel een Stationsstraat.”

Irma is elf jaar oud als ze voor het eerst moet onderduiken. In totaal zal ze op zestien adressen verblijven. Op sommige plekken is ze maar enkele dagen of weken. ‘Het overgrote deel van de oorlog zal ze alleen doorbrengen, op allerlei plekken, zonder te weten waar haar ouders verblijven en of ze nog in leven zijn.’

In 1969 verschijnt onder het pseudoniem Andreas Burnier Het Jongensuur, de roman over haar onderduikervaringen. Het romanpersonage Simone, alter ego van Ronnie van Dijk, heeft het gevoel in het verkeerde lichaam te zijn geboren. Ze vraagt zich af waarom juist zij een meisje moet zijn: ‘Het was een kwestie van geluk. Je had bij je geboorte vijftig procent kans dat je een jongen werd. Waarom had ik pech?’ Vanuit meerdere bronnen wordt bevestigd dat het boek sterk autobiografisch is. Burnier vertelt later dat vrijwel alles in Het Jongensuur echt is gebeurd.

Intellect
Na de oorlog doet Irma afstand van haar Joodse naam. Ze kiest definitief voor Ronnie, de naam die zij als onderduikkind kreeg. Lockhorn schrijft dat Ronnie zowel een jongens- als een meisjesnaam is en dat dat wel eens een uitkomst zou kunnen zijn ‘voor een meisje dat zich dag en nacht vragen stelt over haar seksuele identiteit.’

De oorlogservaringen en de opvang na de oorlog hebben grote invloed op het leven van Ronnie. Het gezin waarin ze terugkeert kent nauwelijks warmte en affectie. Een aangenomen weeskind en Ronnies jongere broertje Joost worden in kostgezinnen geplaatst als zij te ‘lastig’ worden gevonden. Lockhorn verwijst hierbij o.a. naar het werk van schrijver-psychiater Hans Keilson, Sequentielle Traumatisierung bei Kindern, waarin hij beargumenteert dat traumatische oorlogservaringen en de opvang daarna het leven van een kind ernstig beïnvloeden. Ronnie kopieert jaren later het gedrag van haar moeder Rosa. Als haar huwelijk uitloopt op een scheiding, brengt zij haar twee kinderen ook onder in een pleeggezin. Lockhorn citeert een nichtje van Ronnie: ‘Het afstand doen van kinderen loopt bijna als een rode draad door de familie Dessaur.’ Ronnie voelt zich ‘bevrijd na die zwarte koker van tien jaar huwelijk’ en richt zich volledig op haar studie. Ze studeert cum laude af in de filosofie in Leiden en werkt later als hoogleraar criminologie in Nijmegen. In de woorden van Keilson: ‘Haar intellect is haar huis geworden.’ In therapie is zij overigens nooit geweest. Burnier daarover: ‘Sommige slapende honden kun je beter laten liggen.’

Broer Joost Dessaur citerend: “Haar wetenschappelijke loopbaan en haar schrijverscarrière heeft ze fanatiek opgepakt. Ronnie deed nooit iets ‘een beetje’. Het enige wat Ronnie ooit ‘een beetje”’heeft gedaan in haar leven, is haar moederschap.”

Actueel
Ronnie neemt in haar essays over homoseksualiteit, euthanasie en feminisme een eigen positie in. Ze durft af te wijken van gangbare opinies. Chris Rutenfrans met wie ze in 1986 het pamflet Mag de dokter doden? schreef, vertelt dat Burnier ‘package deals’ verafschuwde: “als je op grond van bepaalde standpunten ingedeeld kunt worden in een ‘kamp’, dan word je min of meer gedwongen ook alle andere standpunten van dat kamp te delen. Daar voelde zij niets voor.”

Veel onderwerpen waarover Burnier schreef zijn nog steeds actueel. Ze waarschuwt in haar stuk ‘Euthanasie: De zelfmoord op zieken en bejaarden‘ voor het gevaar dat criteria voor actieve euthanasie, louter bedoeld om een einde te maken aan iemands fysieke lijden, steeds ruimer kunnen worden. Het aanleggen van een norm voor de kwaliteit van het leven wijst ze stellig af.

Zij is ook kritisch op bezuinigen op de kunst (in haar woorden: ‘De asfaltering van het kunstbeleid’ ), de ongewenste invloed van politiek en bedrijfsleven op onderwijs en wetenschappelijk onderzoek: ‘Zij (de overheid) bedient zich daartoe van ‘ombuigingen’, een zeer onschuldig lijkende term, vermoedelijk ontleend aan het loodgieterswezen. In het nog resterende wetenschappelijk onderzoek is de staatsoverheid steeds drastischer aan het infiltreren.’

Burnier maakt zich sterk voor het feminisme, maar distantieert zich ervan als ze vindt dat de beweging dogmatisch trekken krijgt.  ‘Massabewegingen zijn per definitie na korte tijd onverdraaglijk.’ (in een interview met Willem M. Roggeman, september 1975).

Zij zal altijd bekend blijven om Het Jongensuur. Uit deze biografie komt naar voren dat ook haar essays het waard zijn herlezen te worden. Burnier krijgt in 1983 de Annie Romeinprijs voor haar ‘vele eigenzinnige, originele, altijd interessante en tot nadenken stemmende publicaties op het gebied van de vrouwencultuur.’

Buitenstaander
Er niet bijhoren is een terugkerend thema in leven en werk van Andreas Burnier. Als meisje hoort ze niet bij de jongens. Als hoogleraar criminologie werkt ze met alleen maar mannen, maar wordt nooit ‘one of the guys‘. Een mooie typering geeft Karel Soudijn als hij haar gedichten bespreekt. Burnier is iemand die, ‘als een buitenstaander van buitenaf gadeslaat; ze registreert in een toeschouwersrol, maar heeft zich tevens ingedekt tegen kwetsbaarheid door niet te veel aan de gebeurtenissen deel te nemen.’ Lockhorn: ‘Een treffender omschrijving van de waakzame instelling van een voormalig onderduikkind valt bijna niet te geven.’

Knappe biografie
Elisabeth Lockhorn heeft meerdere jaren aan de biografie over Burnier gewerkt.  Om de leesbaarheid te vergroten gebruikt ze af en toe vooruitwijzingen: ‘En Ronnie, die een nieuwsgierige blik werpt op het huis aan de overkant, heeft geen flauw idee dat ze daar de man zal ontmoeten die de vader gaat worden van haar twee kinderen.’

Lockhorn plaatst het levensverhaal van Burnier in historische context. Een enorme klus omdat Burnier over talloze onderwerpen heeft gepubliceerd. Als Burnier bijvoorbeeld schrijft over de achterstandspositie van de vrouw in de jaren zestig en zeventig, dan geeft Lockhorn uitleg over de betekenis van de ‘tweede feministische golf’ die duurde van 1965-1985, wat ze op zeer verhelderende wijze doet.

Metselaar van de wereld is een evenwichtig portret van Burnier en haar werk. De titel is goed gekozen. ‘Metselaar van de wereld’, een typering van een vriendin van Andreas, slaat op het vermogen van Burnier ‘om telkens een nieuw wereldbeeld voor zichzelf op te bouwen.’ Met deze biografie heeft Lockhorn een indrukwekkende prestatie geleverd.

Elisabeth Lockhorn interviewde voor Vrij NederlandOpzij en Marie Claire Nederlandse schrijvers. Deze interviews werden gebundeld als Geletterde mannen en Geletterde vrouwen. Haar biografie over Andreas Burnier staat op de longlist van de Erik Hazelhoff Prijs voor de beste biografie 2016. De shortlist haalde het boek helaas niet. Op 18 maart 2016 werd bekend dat de Henriëtte de Beaufortprijs aan haar is toegekend voor haar biografie over Andreas Burnier.

 

 

Andreas Burnier, Metselaar van de wereld
Elisabeth Lockhorn
Verschenen bij: Uitgeverij Augustus Atlas Contact
ISBN: 9789045028644
543 (inclusief noten en register) pagina's
Prijs: € 29,99

Meer van Evert Woutersen:

8 juni 2017

Vertaling jeugdwerk Paustovski herzien

Over 'De romantici' van Konstantin Paustovski
16 februari 2017

Clarice – de Braziliaanse Kafka

Over 'Clarice Lispector' van Benjamin Moser

Recent

21 juli 2017

Vast in het ijs

Over 'Dwars door het ijs' van Cormac James
19 juli 2017

Kijk, lees en geniet!

Over 'Wonderwezens' van Ingrid Biesheuvel, John Rabou
17 juli 2017

Terug naar vroeger

Over 'Hier kom ik weg' van Annette Maas
14 juli 2017

Het barre landschap van de menselijke geest

Over 'Beest' van Paul Kingsnorth
12 juli 2017

Het geluid van een brekend hart

Over 'Ik heet Lucy Barton' van Elizabeth Strout

Verwant

25 april 2016

Oogst week 7