In memoriam Theo Sontrop 1931 – 2017

Door Ingrid van der Graaf

Uitgever en dichter Theo Sontrop is zondag 3 september overleden op Vlieland, het eiland waar hij zich in 1991 terugtrok nadat hij jaren in de uitgeverswereld had gewerkt. Hij was een meester met de Nederlandse taal, al kwam zijn dichtwerk zeer traag tot stand. Volgens uitgever Peter Nijssen laat hij “een klein, maar zeer fijn dichterlijk oeuvre na.” Langzaam kromgroeien (1962) en Marmerkijker (1971). In 1996 resulteerde dat in de uitgave van zijn Verzamelde gedichten. Maar voor alles was hij een lezer.

Sontrop was bijna twintig jaar uitgever bij De Arbeiderspers. Hij werkte in die periode nauw samen met hoofdredacteur Martin Ros, met wie hij de prestigieuze serie Privé-domein initieerde. Deze reeks, met namen als Paul Léautaud, Konstantin Paustovskij, Gustave Flaubert, Fernando Pessoa en Elias Canetti, waardoor de autobiografie als brief of dagboek als belangrijk literair document zijn weg vond en inmiddels meer dan vijftig jaar bestaat. In zijn tijd haalde hij onder meer J.M.A. Biesheuvel, Rudy Kousbroek, Joost Zwagerman, F.B. Hotz en Geerten Meijsing naar de uitgeverij en startte een succesvol poëziefonds met dichters als Ed Leeflang, Jan Eijkelboom, Anna Enquist, Rob Schouten en Eva Gerlach.

Dat Sontrop niet altijd in zijn eigen dichtkunst geloofde, toont de volgende anekdote, door Reinjan Mulder opgehaald in een nagedachtenis op Das Zahngold. Op een gegeven moment kreeg Sontrop een brief van uitgever Geert van Oorschot, met daarbij een contract voor een dichtbundel. ‘Of ik dat maar even wilde tekenen.’ Sontrop dacht aanvankelijk aan een practical joke. Hij was achterdochtig en maakte de brief zoek in een stapel kranten. Na een paar weken werd hij door Van Oorschot gebeld die hem vroeg: ‘Waarom beantwoordt u nooit brieven?’

Theo Sontrop figureerde in het boek Jagtlust van Annejet van der Zijl als een van de bewoners. Hij huurde daar begin jaren zestig de voorkant van de benedenverdieping bij Fritzi ten Harmsen van der Beek. Het was de tijd dat hij toetrad tot de literaire wereld, zijn eerste dichtbundel uitkwam en zijn carrière in de Amsterdamse uitgeverswereld een start maakte. In Jagtlust wordt Sontrop omschreven als “was hij ook zo’n typische oorlogspuber, die in de jaren vijftig kringen had trachten te maken in het toen nog zeer stille water Utrecht. ‘Behept met een ongebreidelde intellectuele vraatzucht’ was de middenstanderszoon tijdens zijn studietijd betrokken geraakt bij de oprichting van Tirade en vervolgens bij Propria Cures in de redactie gekomen. Daar ging hij de geschiedenis als ‘de luiste redacteur ooit’ – samen met Joop van Tijn.”

Wanneer hij in de vroege ochtend bij helder weer op Jagtlust zijn tuindeuren opende, kon hij helemaal uitkijken over de weilanden tot aan de toren van Eemnes. Waarop hij dichtte:

Gezwinde dame die uw rad bepopelt
als ik nog droom en iemand mij citeert
‘op mijn kop in de grond verwacht ik de mol’
als onder een deken van hanegeschrei
de eerste brommer zijn fabrike besluipt
een peer op het hoofd van de hengst ploft;
u weet, mevrouw, uw rad, hun galg,
is feilloos, maar u trilt onzeker als u ziet
hoe traag de hand uw draden nadert
waarin de laatste atalanta van het jaar

(Uit: ‘Spin’)

 

In de jaren tachtig las Theo Sontrop columns voor in het VPRO radioprogramma Borát.

 

Foto: Beeldbank stadsarchief Amsterdam

Lees ook: de Volkskrant – Onno Blom; NRC – Kees Freriks en lees interview – Chrétien Breukers (2014).

 

 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 december 2007

Verhalenwedstrijd levert fraai uitgeven bundel op
Recensie door Karel Wasch

Uitgeverij De Vleermuis uit Roermond organiseert jaarlijks een tweetal wedstrijden (poëzie en verhalen). De wedstrijd voor verhalen leverde dit jaar het fraai uitgegeven boek Zenit op. Daarin 44 verhaaltjes (aantal woorden was beperkt) van uiteenlopende snit en kwaliteit. Aan de wedstrijd deden in totaal 187 mensen met een verhaalinzending mee.

Lees meer