22 januari 2017

In memoriam Robert Anker 1946-2017

Door Ingrid van der Graaf

Op vrijdag 20 januari, de dag dat zijn nieuwste boek In de wereld uitkwam, overleed Robert Anker na een kort ziekbed in zijn woonplaats Amsterdam. Anker publiceerde met grote regelmaat en werd geroemd om zijn schrijfkunst en zijn lust tot schrijven die – volgens een recensent in Trouw – van de bladzijden afspat. Hij hield ervan zichzelf steeds opnieuw uit te vinden, zijn hele oeuvre kent dan ook een grote verscheidenheid in taal en thematiek. Toch was er een ding dat zijn werk kenmerkte en dat was zijn fascinatie voor de ontreddering van de mens. Hij voelde zich aangetrokken tot de verloedering van de mens, in al zijn vormen. Ook zijn nieuwe (historische) roman gaat over een gegoede burger die uit de samenleving wordt gestoten omdat hij aan lepra lijdt.

Nadat er enkele gedichten van hem in De Revisor en Tirade verschenen waren, debuteerde hij in 1979 met de bundel Waar ik nog ben, gebaseerd op zijn jeugd in het West-Friese Oostwoud waar hij geboren was.
Voor zijn tweede bundel Van het balkon (1983) ontving hij de Jan Campertprijs en voor Nieuwe veters (1987) de Herman Gorterprijs. In 1993 kreeg hij de F. Bordewijkprijs voor De thuiskomst van kapitein Rob, (Twee novellen en een brief). Met zijn roman Een soort Engeland (2001) won hij de Libris Literatuur Prijs. Ook werd hij twee keer genomineerd voor de VSB Poëzieprijs en stond hij met De vergever op de longlist van de ECI Literatuurprijs 2016.

Anker was eind jaren tachtig, begin jaren negentig redacteur van Tirade en tot zijn zestigste combineerde hij zijn schrijverschap met zijn leraarschap Nederlands op een middelbare school. Ook was hij jarenlang poëzierecensent bij Het Parool.

Anker schreef veelal registrerend waarmee hij diverse werelden kon oproepen en door zijn zelfspot (vooral in zijn poëzie) ontstaat er vaak een stil soort humor die je doet glimlachen.

Plotseling begon iemand van ons onbedaarlijk
te vloeken is het godverdomme
alweer vier jaar geleden
dat Bert stierf en wanneer Hans
wanneer is Hans verdomme en Dian?
We konden hem niet kalmeren
daarvoor was zijn woede te groot
terwijl het toch zo eenvoudig is.

Uit: Nieuwe veters. Verzamelde gedichten 1979-2006

 

Bibliografie:

Poëzie
Waar ik nog ben 1979)
Van het balkon (1983)
Nieuwe veters (1987)
Goede manieren. Een episodisch gedicht (1989)
In het vertrek (1996)
De broekbewapperde mens (2002)
Heimwee naar (2007)
Nieuwe veters. Verzamelde gedichten 1979-2006 (2008)
De dichter en de stad (2009)
gemraad slasser d.d.t (2009)
Onvergetelijke toegewijde trouweloze tijd (2015)

Romans en verhalen:
De thuiskomst van kapitein Rob. Twee novellen en een brief (1992)
Volledig ontstemde piano (1994)
Vrouwenzand (1998)
Een soort Engeland (2001)
Hajar en Daan (2004)
Negen levens (2005)
Alpenrood (2007)
Nieuw-Lelievelt (2007)
Fortuyn en Liefde (2009)
Oorlogshond (2011)
Schuim (2014)
De vergever (2016)
In de wereld (2017)

Essays:
Olifant achter blok (1988)
Vergeten licht (1993)
Innerlijke vaart. Zomerdagboek (autobiografie, 2005)
Negen levens. Een dorp als zelfportret (autobiografie, 2005)

 

Zijn laatste boek In de wereld wordt woensdag 25 januari gepresenteerd in het Cultureel Studentencentrum CREA van de Universiteit van Amsterdam.

 

 

Recent

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

20 maart 2017

De zee in Tilburg

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 maart 2007

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden. Niet bevroedend dat hij elke dag door een bewonderend oog werd vastgepind op de weg die hem van de kazerne naar het bureel voerde stapte soldaat Brû, die in het algemeen nergens aan dacht, maar als hij dat toch deed dan het liefst aan de slag bij Jena, stapte soldaat Brû voort met de onbevangenheid van een niet-bewuste. Met zijn niet bewust grijsblauwe ogen en zijn niet bewust elegant omwikkelde beenkappen droeg soldaat Brû heel naïef al het nodige met zich mee om in de smaak te vallen bij een jongejuffrouw die niet helemaal jong meer was en ook niet helemaal juffrouw. Het ontging hem.

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden.

Lees meer