9 september 2015

In memoriam Joost Zwagerman 1963 – 2015

Door Ingrid van der Graaf

Gisteravond werd bekend dat schrijver, columnist, essayist en kunstcriticus Joost Zwagerman een einde aan zijn leven heeft gemaakt. Hij zou in november van dit jaar 52 jaar zijn geworden.

Het bericht werd bekend nadat hij dinsdagavond niet verscheen in het radioprogramma Opium op 4 waar hij zou praten over zijn nieuwe essaybundel over kunst, Stilte voor het licht. Volgens Carel Peeters in Vrij Nederland van vorige week staat in dit boek ‘alles in het teken van niets of weinig: Het gaat over stilte, over het niets, over het wit, over de leegte, het ontbrekende en het verdwijnen.’ Voor het radioprogramma had hij zijn muziekkeuze al bekend gemaakt. Deze muziek werd gedraaid nadat het bericht binnen kwam dat Zwagerman niet meer zou komen. In de media werd geschokt gereageerd op zijn dood.

Hoewel Zwagermans last had van depressies, kwam zijn dood voor iedereen als een donderslag bij heldere hemel. Hij had nog veel plannen en ideeën voor nieuw werk. Dit voorjaar was hij van de Arbeiderspers overgestapt naar Hollands Diep, de nieuwe uitgeverij van Robbert Ammerlaan. In 2017 zou daar zijn nieuwe roman verschijnen. Samen met Connie Palmen en Arnon Grunberg behoorde Joost Zwagerman tot de meest gelezen schrijvers van zijn tijd. Zijn werk werd in twaalf landen vertaald waaronder Duitsland, Frankrijk, Hongarije, Tsjechië en Japan. In 2008 ontving hij de Gouden Ganzenveer voor zijn gehele oeuvre.

Zwagerman heeft ruim 46 titels op zijn naam staan. Nadat hij in 1986 debuteerde met De houdgreep verscheen in 1989 Gimmick! waarmee hij een breder publiek bereikte. Het boek geeft een beeld van de uitgaanscultuur en kunstenaarswereld van Amsterdam. Vals licht, (1991) werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs en in 1993 verfilmd door Theo van Gogh. Ook De buitenvrouw (1994) bereikte de longlist van de AKO Prijs. Verder verschenen nog:  Tomaatsj, novelle (1996), Chaos en rumoer, roman (1997 ), Het jongensmeisje, verhalen (1998 ),  Zes sterren, roman (2002 ) en in 2010 schreef hij het Boekenweekgeschenk, Duel. Ook schreef hij een zevental poëziebundels waarvan de laatste Voor alles in 2014 verscheen. Voor de NRC en de Volkskrant schreef hij columns  en kunstkritieken.

Negen toonaangevende, oudere auteurs, onder wie Gerrit Komrij, Harry Mulisch, Adriaan van Dis en Marga Minco, publiceerden in 2000 een schrijversestafette getiteld De schrijver. De negen schrijvers kozen Zwagerman als schrijver van de jongere generatie om het feuilleton af te ronden. Dit resulteerde in het boek De Schrijver (Bezige Bij).

Begin dit jaar maakte hij zijn privé-archief, van bijna tien strekkende meter, openbaar. Hij schonk foto’s, dagboekfragmenten, contracten, persoonlijke correspondentie en handgeschreven versies van romans als Gimmick! en Vals licht aan het Letterkundig Museum in Den Haag.

Zwagerman was gescheiden van zijn vrouw met wie hij drie kinderen heeft.

 

Recent

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

20 maart 2017

De zee in Tilburg

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 maart 2007

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden. Niet bevroedend dat hij elke dag door een bewonderend oog werd vastgepind op de weg die hem van de kazerne naar het bureel voerde stapte soldaat Brû, die in het algemeen nergens aan dacht, maar als hij dat toch deed dan het liefst aan de slag bij Jena, stapte soldaat Brû voort met de onbevangenheid van een niet-bewuste. Met zijn niet bewust grijsblauwe ogen en zijn niet bewust elegant omwikkelde beenkappen droeg soldaat Brû heel naïef al het nodige met zich mee om in de smaak te vallen bij een jongejuffrouw die niet helemaal jong meer was en ook niet helemaal juffrouw. Het ontging hem.

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden.

Lees meer