28 november 2011

In memoriam F. Springer (1932-2011)

Door: Ingrid van der Graaf

‘Hij hoopte dat ik een beetje zou kunnen slapen en hem dan wou laten weten wanneer ik wenste te vertrekken, opdat de ambassade kon helpen met het bemachtigen van een plaats in een vliegtuig naar Europa – altijd een gecompliceerd werkje in Luanda. Ik zwaaide hem weg, gehaast, want mijn werk wachtte. Er was nog veel te schrijven. De hele nacht zou ik doorwerken als dat moest. (…) Ik voelde hoe João in de deur mijn handelingen observeerde. Ik zei dat hij naar bed kon gaan. Hij wenste mij goedenacht.
Het nieuwe, blanke blad van mijn orderboek zag er bijna verleidelijk uit. (…) Ik schreef. Steeds sneller schreef ik, want alles moest worden vastgelegd voordat er iemand binnenkwam om te beweren dat Pauline, King Veldermand en ikzelf nooit hadden bestaan.’ (Uit: Quissama. Een relaas)

Met bovenstaande fragment eindigt de roman Quissama. Een relaas (1985) en is veelzeggend over hoe de verhoudingen lagen tussen die van de schrijver F. Springer en zijn bestaan als de diplomaat Carel Jan Schneider. In een interview met Arjan Peters voor de Volkskrant in 2010 zei Springer: ‘Het moet altijd met mijn eigen ervaringen te maken hebben’. Schneider was in 1979  diplomaat in Teheran toen de Sjah van Perzië het veld moest ruimen voor ayatollah Khomeini. Over deze omwenteling schreef Springer de roman Teheran, een zwanezang. Daarin beschrijft hij  hoe het kon gebeuren dat de islamitische revolutie het moderne Perzië zo snel kon veroveren. Het boek werd een van zijn bekendste werken. Voor Bougainville ontving hij in 1982 de F. Borderwijkprijs waarna de belangstelling voor al zijn werk gestaag toenam. Het grote publiek veroverde hij in 1990 met het Boekenweekgeschenk Sterremeer. Het boek Bandoeng-Bandung is een neerslag van zijn jeugdherinneringen in Nederlands- Indië in de lijn van Jeroen Brouwers, Hella Haasse en Rudy Kousbroek.

F. Springer overleed op 79 jarige leeftijd op 7 november jongstleden. Een belangrijk schrijver die in de kantlijn van de literatuur sterk aanwezig was maar nooit helemaal tot de voorgrond doordrong. Daar was hij de man ook niet naar. Hij hield het liefst een prettige afstand tussen de gebeurtenissen waarover hij verhaalde en zichzelf. Springer, van beroep diplomaat, was geboren in Batavia (1932) onder de naam Carel Jan Schneider (broer van de acteur Erik Schneider). Als diplomaat kom je in aanraking met gebeurtenissen die geschiedenis maken en dat heeft Springer altijd goed weten te benutten. Diplomaat is overigens een mooi beroep om schrijver te kunnen zijn. Zijn sporen als diplomaat verdiende hij onder andere in Bangladesh, Iran, Angola, New York en de voormalige DDR. Springer debuteerde in 1962 met de verhalenbundel Bericht uit Hollandia.  Na zijn pensionering in 1989, werd hij fulltime schrijver. Zijn werk werd gekenmerkt door zijn heldere, nuchtere stijl waar de onderhuidse humor altijd voelbaar was.

Andere belangrijke boeken van F. Springer zijn: Schimmen rond de Parula (1966), De gladde paal van de macht (1969), Tabee, New York (1974), Zaken overzee (1977), Bougainville. Een gedenkschrift (1981), Quissama. Een relaas (1985), Teheran, een zwanenzang (1992) en Kandy. Een terugtocht (1998). In 1995 werd zijn oeuvre bekroond met de Constantijn Huygensprijs.

In januari 2012 brengt biograaf Liesbeth Dolk Vindplaatsen – De Indische jaren van F. Springer (een panorama van de laatste jaren van Nederland in ‘Indië’ in foto’s, brieven en gesprekken) uit bij Querido. Dolk werkt ondertussen aan een biografie van de schrijver waarvan nog niet bekend is wanneer deze uitkomt.

Het Letterkundig Museum in Den Haag wijdt op dit moment een tentoonstelling aan F. Springer. Tijdens de tentoonstelling zijn er foto’s, handschriften, boeken en krantenknipsels ook brieven te bezichtigen. Waaronder een prentbriefkaart aan Hella S. Haasse en de correspondentie die Springer voerde met Em. Querido’s Uitgeverij over het manuscript van de nooit gepubliceerde korte roman Kleine Arabieren. Ook Springers brief aan uitgeverij Stols/Barth over de roman Met stille trom, die, nadat hij al gezet was, door de schrijver werd ingetrokken. Dit boek zal uiteindelijk in januari 2012 alsnog verschijnen.

In1990  keerden F. Springer en zijn vrouw voor het VPRO-radioprogramma Passages, Passanten  terug naar de Baliemvallei in Nieuw Guinea, waar de auteur in 1958 met zijn vrouw woonde en werkte als aspirant controleur in dienst van het Nederlands Bestuur.
De vierdelige serie werd in 1990 uitgezonden. Deze serie en andere VPRO-radioprogramma’s met F. Springer zijn hier terug te beluisteren via het vpro radio archief.

In 2009 interviewden Alfred Schaffer en Victor Schiferli F. Springer voor het literaire tijdschrift Bunker Hill. www.tzum.info/2011/11/interview-f-springer-mag-de-lezer-geen-seconde-vervelen

 

Recent

25 augustus 2016

Afscheid van een vriend

24 augustus 2016

Uit bijzonder hout gesneden

23 augustus 2016

Tussen moeder en dochter

Literair Nederland - 10 jaar geleden

28 augustus 2006

Elke dag is zondag,Barney Agerbeek

De dichter Barney Agerbeek ( 1948) verdiende zijn sporen al ruimschoots als dichter van de onvergetelijke bundel “Opzij van mensen” uit 2003. Deze bundel was snel uitverkocht en zou een tweede druk verdienen. De pers was uiterst lovend over dit debuut en terecht. “Eindelijk een dichter met een eigen geluid en geen epigoon” jubelde een recensent. Sotto voce observeerde Agerbeek ogenschijnlijk ingewikkelde thema’s en wist ze met een krachtige stem te verwoorden. Ook werkte Agerbeek mee aan publicaties op het gebied van glas en keramiek.

Lees meer