2 april 2014

In memoriam Erik Menkveld (1959-2014)

Door Ingrid van der Graaf

Dichter, prozaïst, essayist en leraar.

Erik Menkveld werd geboren in Eindhoven en bracht zijn lagere schooltijd in Tanzania en Ghana door. Later verhuisde hij naar Driebergen-Rijsenburg vanwaar hij het lyceum bezocht in Doorn. Hij studeerde af  aan de Vrije Universiteit Amsterdam op het annoteren van een aantal brieven uit de briefwisseling tussen A. Roland Holst en zijn oom en tante, Richard en Henriëtte. Na zijn studie Nederlands vond hij direct werk als redacteur bij De Bezige Bij, waar hij na verloop van tijd het poëziefonds onder zijn beheer kreeg. Van 1998 tot 2002 was hij organisator en programmamaker bij Poetry International. Van 2000 tot 2007 was hij redacteur van Tirade en voor de Volkskrant schreef hij vanaf 2009 poëzierecensies en dichtersnecrologieën. De laatste jaren combineerde hij zijn schrijverschap met het geven van literatuurlessen op een lyceum.

In 1997 debuteerde Menkveld als dichter bij De Bezige Bij met de bundel De karpersimulator, waarvoor hij de Lucy B. en Van der Hoogtprijs en de C. Buddingh’prijs ontving. Daarna publiceerde hij nog twee dichtbundels, Schapen nu! (Bezige Bij 2001) en Prime time (Van Oorschot 2005). Zijn dichtwerken gaven de indruk van een luchtige opgeruimdheid. In een interview met Elisabeth Lockhorn, naar aanleiding van het verschijnen van zijn derde bundel Prime time, vertelde Menkveld dat hij, door het samenwerken met Hugo Claus aan diens verzamelbundel Gedichten 1948-1993, van Claus leerde dat gedichten niet in je hoofd ontstaan maar onder je handen. ‘Dichten is geen bevlogen aangelegenheid, maar puur vakwerk’.

In 2006 verscheen Met de meest hoogachting, een essaybundel in de vorm van brieven aan bewonderde kunstenaars waaronder John Coltrane, Boeddha, Martinus Nijhoff, Herman Teirlinck en F. Harmsen van Beek. Menkveld liet zich inspireren door de brieven die de Italiaanse dichter Petrarca onder andere schreef aan klassieke auteurs als Cicero en Seneca. In 2008 was Menkveld, samen met Tsead Bruinja, Marjoleine de Vos, Hagar Peeters en Ramsey Nasr in de race voor de verkiezing van Dichter des Vaderlands, waarbij uiteindelijk de keus op Nasr viel.

In 2011 verscheen zijn prozadebuut Het grote zwijgen, een historische roman over de vriendschap tussen de jonge muziekrecensent Matthijs Vermeulen en de veel oudere componist Alphons Diepenbrock. Het grote zwijgen werd bekroond met de Academia Literatuurprijs 2012. Volgens zijn uitgever, Wouter van Oorschot, vormde dit boek een belangrijke stap in zijn schrijverscarrière. Het boek werd alom als succesvol gewaardeerd en toonde Menkveld ‘in optima forma: studieus en warmbloedig’, aldus Van Oorschot.

Het Liegend konijn publiceerde in de tweede editie van 2012  nog enkele gedichten van Erik Menkveld. In het gedicht Ademloos schreef hij het volgende: (…) ‘En ik zag zijn ademloze mond / en hoe hij meteen verdwenen was / waar hij nog lag, een afgevallen  / kamerjas, en ik keek maar, keek / naar zijn wagenwijd verlaten / hoofd en nooit eerder had ik zo / de neiging hem geluk te wensen.’
Alsof het plots overvallen worden door de dood, gepaard gaat met ‘geluk’ hebben.

Erik Menkveld overleed zondag 30 maart aan een hartstilstand. Hij laat een vrouw en drie kinderen achter. Vrijdag 4 april wordt Menkveld in Amsterdam begraven.

Op Tirade.nu schreef Menno Hartman, redacteur van Erik Menkveld, een persoonlijk ‘In memoriam’.    


Foto: Chris van Houts

 

 

Recent

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

14 september 2017

Daar waar granaten fluiten

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer