29 mei 2017

In de zevende hemel

Door Martin Lok

De allereerste handtekening die we kennen, is tegelijkertijd de eerste schildering. In bruinrode verfspatten op de muur van een grot in Spanje toont zich de hand van de maker. Letterlijker kan een handtekening niet zijn. Ouder ook niet. Ik vond dat altijd een soort van kunsthistorische grap. Het oudste kunstwerk dat we kennen heeft een handtekening, terwijl de kunstwerken die daarna zouden volgen nooit werden gesigneerd. Nou ja, tot pakweg de laatste vijf tot zeshonderd jaar van onze geschiedenis dan. Maar dat is in verhouding tot die eerste handtekening die ongeveer tweeëndertigduizend jaar oud is, eigenlijk pas sinds gisteren. Toen de klassieke oudheid herboren werd deed ook de handtekening weer meer en meer opgeld in de kunst. Al moest het wel in het geniep gebeuren. Zo kon het dat een jonge Michelangelo in de nacht met hamer en beitel door de Sint-Pieter dwaalde om zijn Pietà te signeren. Hij had namelijk horen vertellen dat iemand anders zijn beeld gemaakt zou hebben. Om die vergissing voor eens en altijd de wereld uit te helpen bewerkte hij Maria’s sjerp: Michael Angelus Bonarotus Florent Facibat (Michelangelo uit Florence heeft dit gemaakt), zijn eerste en enige signatuur. Zo ongebruikelijk was dat toen.

Nu zijn we daar een stuk soepeler in. Sterker nog, we zouden het raar vinden als we bijvoorbeeld een boek kopen waar niet bij staat wie de schrijver is. Dat staat dus pontificaal op de omslag. Als een soort van authenticiteitskeurmerk. Geen naam, geen waarde lijkt de ongeschreven regel tegenwoordig te zijn. De overtreffende trap daarvan zie je in de gewoonte boeken te signeren. Het geeft het boek een zweem van nog meer echtheid mee. Een bewijs dat de schrijver het boek niet alleen geschreven heeft, maar ook heeft aangeraakt. Soms sta je er uren voor in de rij, schuifelend en licht zenuwachtig of opgewonden dat je straks oog in oog met de schrijver van het boek in je handen staat. Soms haal je zo’n gesigneerd boek gewoon van een stapel in de boekhandel. ‘Auteursexemplaar’ staat er dan op, alsof de niet gesigneerde boeken niet van hem of haar zijn.
Persoonlijk vond ik die dubbele signatuur van boeken nogal overbodig. Op de titelpagina stond immers al wie het boek geschreven had. Tot ik mijn eerste auteurshandtekening ging halen, op 11 maart 1993 in de Leidse Schouwburg. Ik weet het nog als de dag van gisteren. Mijn schrijver was de rokerige boekhandels (die je toen nog had) allang ontgroeid. Hij signeerde zijn boeken liever op een podium, na een interview waarin hij weinig meer van zichzelf blootgaf dan het gestileerde beeld dat we al van hem kenden. Maar waar we in grote getale gretig op af kwamen, omdat we de schrijver toch wilden horen. En, misschien ook wel, omdat we die handtekening wilden bemachtigen. Die persoonlijke aanraking van de schrijver van het boek. Me in de zevende hemel wanend, liep ik naar buiten.

 

 

Recent

25 september 2017

Een waardig gedragen ongeluk

24 september 2017

What's in a design

22 september 2017

Modiano's spel met de lezer

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

Literair Nederland - 10 jaar geleden

01 oktober 2007

Aan tien schrijvers werd een door hen zelf geschreven stuk tekst voorgelegd en gevraagd waarom ze het op die manier hebben geschreven, waarom ze die woorden gebruikt hebben. Het is zeer interessant om te lezen hoe over elk woord nagedacht wordt.

De teksten zijn van: Rene Appel – de thriller, John Leenaarts – de journaaltekst, Richard Wouters – de verkiezingsfolder, Freek Staps – het krantenbericht, Arthur Japin – de roman, Robin Kemme – de reclametekst, Ron Punselie – de webtekst, Bart-Jan Langewaard – de brief, Wouter Klootwijk – de column, Frank van der Lecq – de toespraaak..

Opvallend is dat het verschillende uitgangspunt zo van invloed is op de tekst. De schrijvers van boeken mogen hun eigen teksten maken, Het merendeel van de andere schrijvers moeten rekening houden met het doel van hun schrijven.

Lees meer