11 augustus 2009

In de etalage: 'Melktanden' – Ignacio Martínez de Pisón

Toscane, 1937. Raffaele Cameroni ? telg uit een fascistische familie ? verlaat huis en haard om zich in het heetst van de strijd aan te sluiten bij het Franco-bataljon. Zijn lot neemt een drastische wending als hij zijn hart verliest aan een knappe Spaanse verpleegster en besluit niet naar Italië terug te keren. Jaren later ? de burgeroorlog leeft nog voort in de herinnering ? volgt zijn kleinzoon de sporen die zijn vader heeft achtergelaten en begeeft zich manmoedig in de duistere krochten van zijn familiegeschiedenis, in de hoop de spoken uit zijn verleden te kunnen verjagen.

Aan de hand van deze geschiedenis van drie generaties uit de bijzondere familie Cameroni worden we getuigen van wat de venijnige tand des tijds doet met onze dierbaren, hoe beloftes worden uitgevlakt en geheimen begraven.

Een rauwe en huiveringwekkende, maar eveneens gevoelige en humoristische familiesage, en tegelijkertijd een unieke kroniek van een halve eeuw recente Spaanse geschiedenis, vanuit een onbekende invalshoek.

Ignacio Martínez de Pisón werd in 1960 geboren in Zaragoza en woont tegenwoordig in Barcelona. Hij schrijft romans, korte verhalen, filmscenario’s en artikelen voor onder andere de Spaanse krant El País. In Spanje geldt hij als een van de belangrijkste hedendaagse romanschrijvers. De tijd van de vrouwen verscheen in 2006 bij Signatuur en werd door de Spaanse pers algemeen beschouwd als zijn beste boek tot dan toe. Melktanden (Signatuur, 2009) werd door de Spaanse pers eveneens zeer lovend ontvangen. Men beschouwt het een van de belangrijkste tijdsdocumenten in romanvorm over de periode vanaf de Spaanse Burgeroorlog tot het heden.

Ignacia Martínez de Pisón, Melktanden. Signatuur, gebonden, 400 p., € 22,95

Recent

22 september 2017

Modiano's spel met de lezer

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer