20 augustus 2009

In de etalage: 'Een sterfgeval in de familie' – James Agee

In Een sterfgeval in de familie verliest de kleine Rufus zijn vader. Op de weg terug van zijn zieke opa, raakt deze in zijn Ford van de weg en sterft. In wat volgt zien we op onnavolgbare wijze de wereld door de ogen van een zesjarige. Zijn waarneming van het familiedrama, van het religieuze Amerika ten tijde van de Eerste Wereldoorlog, van de klasseverschillen tussen de grootouders van vaders- en moederszijde, en de verschillen in temperament van de familieleden, is in overweldigend muzikaal proza gevat. James Agee beschrijft zuiver en scherpzinnig wat verlies doet met een kind, met een familie en hoe de wereld er daarna uitziet. Een sterfgeval in de familie verscheen postuum in 1957 en won onmiddellijk de prestigieuze Pulitzer Prize. Voor deze vertaling is gebruik gemaakt van de volledig gerestaureerde editie van Michael Lofaro van 2007.

Lees hier de bespreking van Jan Donkers in NRC Handelsblad.

James Agee, Een sterfgeval in de familie. Van Oorschot, ingenaaid, 412 p., € 22,50. Vertaald door N. Ysebaert.

Recent

22 september 2017

Modiano's spel met de lezer

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer