IJdeltuit met zelfspot

Door Stefan Ruiters

Er zijn zoveel schrijvers en boeken die ik nog wil/moet lezen. Leesschuld, noemt Maarten Asscher dat. Al die boeken die je ooit gekocht hebt en je nu vanaf de boekenplank aanstaren: pak mij, lees mij, je hebt me toch gekocht om te lezen! Maar ook, als ik het me goed herinner, schreef hij dat het fijn is dat die boeken – ook ongelezen – in de buurt zijn om elk moment gepakt te kunnen worden. De boeken zijn je nabij. En dat is goed. Ik kwam bij een inkoop zelfs een boek tegen met de titel The New Lifetime Reading Plan. Een leesgids voor een lezend leven van de canonieke boeken. Ik ben niet klassiek opgeleid. Dus ik heb me eigenlijk nooit iets aangetrokken van de plicht om de Klassieken te lezen. Ook moderne klassiekers en Nobelprijs-winnaars laat ik meestal liggen: De man zonder eigenschappen van Robert Musil, De Toverberg van Thomas Mann, Moby Dick van Herman Melville. Ik zou ze best willen lezen, maar er zijn zoveel andere boeken die mijn aandacht vragen.

Toch pakte ik deze week zo’n schrijver: Harry Mulisch (Vullis noemde we hem ook vaak, wij onwetenden): ook veel te weinig van gelezen. Ik zag Voer voor psychologen en pakte het van de plank. Oorspronkelijk uitgegeven in 1959. Bijna 60 jaar geleden. Een paar jaar voor Ik Jan Cremer (1963) waar iedereen het over had als een egotrippend boek, een schelmenroman. Tja, lees dan Voer voor psychologen maar eens en wordt meegesleept naar alle uithoeken van de uitdijende geest van Harry Mulisch. Wat een brille, wat een stijl en humor. Hij ontleedt zijn eigen schrijverschap en persoonlijkheid op meesterlijke wijze. Men verweet Mulisch vaak ijdeltuiterij. Maar ook al was hij een ijdeltuit, hij was er een met zelfspot. Een Narcissus die zijn eigen blik in de vijver eens goed bekeek en erom kon lachen. En hij mocht ook zelfvoldaan zijn. Zeker als je zo magistraal weet te spelen met zelfbeeld, het wereldbeeld, geschiedenis en verbeelding in aforismen, herinneringen en fantasieën. Dan verbleekt Ik Jan Cremer toch wel als een eendimensionaal weglezertje in het genre Colt 44 en Arendsoog. In dit land van klein houden kon een schrijver als Mulisch met een geheel eigen creatie van een literair universum ten onrechte wat mij betreft rekenen op veel hoon en scepsis. Op pagina 19 van Voer voor psychologen staat: ‘Ik wilde gangster worden, en weldra heilige, – maar omdat ik het alle twee tegelijk wilde, of althans te kort na elkaar (want alle rechtgeaarde heiligen hebben een succesrijke carrière als gangster achter de rug) werd ik niets.’ Heerlijk. Acceptatie, bewondering van een superieure geest, daar heb ik helemaal geen moeite mee.

 

 

Recent

17 januari 2018

Rusland, mijn Rusland

Literair Nederland - 10 jaar geleden

28 januari 2008

Mevrouw Couperus,Sophie Zijlstra

Maandag 2 juli 1900 vroeg in de ochtend.

Na een doorwaakte nacht, wachtend op haar man, wil Elisabeth Baud-Couperus uit haar stoel opstaan als hij eindelijk thuiskomt. Dan blijkt dat ze niet meer kan lopen…

Hiermee begint het schitterende verhaal over mevrouw Couperus, een zeer intelligente vrouw. Zoals gebruikelijk in die tijd wordt haar verlamming, na allerlei onderzoeken, gezien als een 'hysterische aandoening'. Uiteindelijk besluit ze naar dokter Bende te gaan, een arts die vrij nieuwe methodes toepast om mensen te genezen, te weten…

Lees meer