13 maart 2017

Voorwaarts leven, achterwaarts begrijpen – Jacques Klöters

Iedere keer weer een beginner

Recensie door Adri Altink

Verzamelingen van columns scoren vaak goed bij de boekhandelkassa. Leg de zaterdagstukken van Youp van ’t Hek in een kaftje bij de kassa en legio klanten nemen een exemplaar mee. En hoeveel mensen hebben niet de verzamelingen van Martin Bril thuis in de kast staan of verkreukeld op de wc liggen? Toch bieden die boekjes meestal niet de leeservaring die de koper had toen hij de stukken gedoseerd, in wekelijkse of dagelijkse porties tot zich nam.

Voormalig cabaretier, docent aan de kleinkunstacademie, medewerker van het Theater Instituut, schrijver en programmamaker Jacques Klöters heeft iets dergelijks gedaan met zijn teksten op Facebook. Hij deelt op zijn pagina al een aantal jaren herinneringen met zijn volgers. Meer dan duizend in totaal. Hij werkte ze nu, met gebruikmaking van wat ouder materiaal om tot stukken van wisselende lengte, meestal van één of twee pagina’s, tot Mijn journaal, onder de titel (ontleend aan Kierkegaard) Voorwaarts leven, achterwaarts begrijpen. Maar anders dan de hiervoor genoemde voorbeelden rijgen deze stukken zich aaneen tot een lezenswaardige terugblik in korte mijmeringen, die naarmate je er verder in raakt, een zekere samenhang vertonen. De verzadiging door het teveel stukjes achtereen lezen, hoeft je in Klöters’ verzameling niet te overvallen.

Bram de Winter
De stukken zijn gerubriceerd in acht hoofdstukken, waarvan de ratio overigens niet helemaal helder is. De grenzen ertussen zijn nogal diffuus. In de eerste vier à vijf hoofdstukken lezen we vooral over Klöters’ kindertijd, de verhouding tot zijn ouders, zijn familie, zijn opvoeding en zijn schooltijd. In de latere hoofdstukken worden vooral zijn latere carrière, zijn kijk op de cabaretwereld en zijn huwelijken beschreven.

Niet alles boeit evenzeer. Zo komen de herinneringen aan jeugd en familie wat te particulier over om de lezer te beroeren. En het grapje dat je op school de Playboy kocht om de artikelen is wel erg sleets. Toch staan daartussen ineens een boeiend verhaal in feuilletonvorm over de speurtocht naar muziek van de in 1920 gestorven Bram de Winter, de Nederlandse voorloper van de cabaretiers, en een mooi verhaal over de ontdekking van de identiteit van een vondeling. De sterkste beschrijvingen uit Klöters’ persoonlijke herinneringen zijn die waarin voor de lezer meteen een tijdsbeeld oprijst dat het familiale overstijgt, zoals in het stuk over de begrafenis van armen in 1859 en het maken van sigaren rond 1850.

Amateur
Naarmate het boek vordert krijgt alles een meer beschouwend karakter. Het zijn niet meer alleen herinneringen, maar ook reflecties op hoe Klöters daarmee omgaat. We komen nu ook meer te weten over zijn rol in de kleinkunstwereld en hoe een creatief leven ‘werkt’. Vooral zijn beschrijving van amateurisme versus vakmanschap is interessant. ‘Elk vak is een samenzwering tegen de leek’, schrijft hij. En een paar regels verder: ‘Op het gebied van literatuur, muziek en theater heb ik maar zeer weinig boeken gelezen waarvan ik dacht: dat helpt me verder, daar heb ik wat aan, nu begrijp ik het ook.’ Een regel om een beetje van te schrikken; is dit niet wat al te arrogant?

Nee, dat is het niet voor wie doorleest. De creatieven onder ons gaan struikelend hun gang, betoogt Klöters. Hij haalt er Koestler bij die al schreef dat het echt creatieve moment in humor, kunst en wetenschap zich ontwikkelt buiten de traditionele kennis. De creatieve geest moet vrij zweven; geen vakman kan de weg wijzen. Hij is een ‘amateur’. Een meubelmaker met zijn veertigste tafeltje en een piloot bij zijn duizendste landing kunnen zeggen dat ze vakmensen zijn geworden. ‘Maar wij die een liedje schrijven, een voorstelling maken of aan een boek zijn begonnen weten ook niet na de dertigste keer of het iets van kwaliteit zal worden, dan wel een mislukking. Je bent iedere keer weer een beginner.’

In sommige stukken wordt Klöters kwetsbaar, bijvoorbeeld als hij onder ogen ziet dat hij die ooit tegen de gevestigde orde schopte, nu zelf aan de andere kant van de generatiekloof staat. Maar een knorrige oude zeur wordt hij niet. Zelfs niet als hij beschrijft hoe zijn dierbare programma Andermans veren op TV langzaam maar zeker de nek wordt omgedraaid omdat uit metingen blijkt dat kijkers weg zappen als er een prachtig lied komt dat aandacht vraagt: ‘Wie zoals ik in Hilversum werkte, merkte dat het één grote consumptiefabriek was geworden, waar niet de afdeling Productontwikkeling de waarden en doelen bepaalde, maar de afdeling Verkoop.’

Klöters weet dat verbittering hem niet helpt: ‘Soms haal ik mijn schouders op over mezelf’.

 

Voorwaarts leven, achterwaarts begrijpen
Jacques Klöters
mijn journaal
Verschenen bij: Singel Uitgeverijen, Nijgh & van Ditmar
ISBN: 9789038802183
344 pagina's
Prijs: € 19,99

Meer van Adri Altink:

6 februari 2017

Vergeet niet naar de sterren te kijken

Over 'Iets ter grootte van het universum' van Jón Kalman Stefánsson
1 december 2016

Wat maakt ons tot wie we zijn?

Over 'Hier ben ik' van Jonathan Safran Foer

Recent

23 maart 2017

Mooie ontledingen van Alberts werk die aansluiten op zijn levensverhaal

Over 'Leven op de rand. Biografie A. Alberts' van Graa Boomsma
23 maart 2017

Erotiek en censuur in De Parelduiker

Over 'De parelduiker 2017/1 - Verboden' van Eindredactie: Hein Aalders
22 maart 2017

Klank en ritme geven sturing aan de gedichten

Over 'Haar vliegstro' van Peggy Verzett
21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

Over 'De terranauten' van T. Coraghessan Boyle
20 maart 2017

De zee in Tilburg

Over 'Goudvissen en beton' van Maartje Wortel

Verwant