8 juni 2016

De roofkoning – Machiel Bosman

Hoe Prins Willem III van Oranje de Engelse kroon ‘veroverde’

Recensie door Evert Woutersen

Machiel Bosman schrijft over een onderbelichte periode in de geschiedenis van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Vanaf het voorjaar van 1688 is Prins Willem III van Oranje in het diepste geheim voorbereidingen aan het treffen voor een invasie van Engeland. In zijn boek De Roofkoning vertelt Bosman over het hoe en het waarom.

1685: Koningswissel in Engeland
Onderstaand citaat illustreert hoe nauw de koningshuizen in de zeventiende eeuw met elkaar zijn verbonden:

‘De Engelse koning Charles II is een neef van de Franse koning Louis XIV, die een neef is van de Spaanse koning Carlos II, die een neef is van de Duitse keizer Leopold I. En hetzelfde rijtje nogmaals: de zus van Charles II is getrouwd met de broer van Louis XIV, die getrouwd is met de zus van Carlos II, een zwager van Leopold I. Dan zijn er spelers van het tweede plan, van wie prins Willem III van Oranje de voornaamste is. Wanneer hij ten strijde trekt tegen de Franse koning, gaat het om zijn achterneef. Wanneer hij de wapens opneemt tegen de Engelse koning, gaat het om zijn oom. Dat die laatste zijn schoonvader is, maakt de zaak saillant; dat is dichterbij dan gebruikelijk.’

Willem III van Oranje groeit uit van een speler van het tweede plan tot een van de hoofdrolspelers op het Europese podium. Zijn tegenstrever: de Engelse koning James II,  ‘zijn oom en schoonvader, de broer van zijn moeder en de vader van zijn vrouw.’ Dwars door de familiebanden heen loopt de tegenstelling katholiek – protestant: James II tegenover Willem III en zijn vrouw Mary Stuart.

De protestantse Engelse koning Charles II heeft geen wettige kinderen. Er is geen troonopvolger in de directe lijn als hij onverwachts overlijdt in 1685. Zijn broer James II, die zich rond 1660 bekeerde tot het katholicisme, volgt hem op: ‘voor het eerst in ruim een eeuw […] wordt in Engeland een katholieke monarch gekroond.’ De nieuwe koning omringt zich met katholieke raadgevers en hij stelt katholieken aan in militaire functies. Hiervoor verleent hij hen ontheffing van de Test Act, de wet die erin voorziet dat publieke functies alleen openstaan voor belijders van de staatsgodsdienst.

Het overwegend protestantse Engeland verdenkt de nieuwe koning ervan dat hij de roomse kerk tot staatskerk wil maken. Zijn protestantse oudste dochter uit een eerder huwelijk, prinses Mary Stuart, geldt als de troonopvolgster. Maar dan raakt James’ tweede echtgenote Maria van Modena, na vijf kinderloze jaren, zwanger. Als het een meisje wordt, dan blijft Mary de rechtmatige troonopvolgster. Een jongetje krijgt de eerste rechten op de troon.

1688: Bevalling van de eeuw
Machiel Bosman begint zijn boek op deze manier: ‘Daar ligt de koningin in bed, benen gespreid. Daar staan de hofdames, de dokters en de groten van het land. Mogen de gordijnen dicht, smeekt de koningin haar man – de gordijnen van het hemelbed. Maar nee, geen sprake van, dit is een zaak van landsbelang: de meest omstreden bevalling van de eeuw.’

In juni 1688 wordt een jongetje geboren, James Francis Edward. Met de geboorte van de jongen dreigt een katholieke dynastie. 1688 is het jaar van oplopende spanningen tussen katholieken en protestanten. En het jaar waarin Prins Willem III van Oranje zijn vloot opbouwt. Het is de vraag wanneer de prins in actie komt. Hij kiest er lang voor zich afzijdig te houden van de Engelse binnenlandse politiek. Het is een politiek van ‘nagelbijten’ en ‘tandenknarsen’. Uiteindelijk zal hij, in het najaar, met gunstige ‘protestantse wind’ de overtocht wagen. Met steun van vooraanstaande protestanten lukt het de prins de koning te verdrijven: ‘Vraag niet hoe, maar de prins heeft de koning met een vrijwel geweldloze campagne op de knieën gedwongen.’ De Declaratie behelsende de redenen die hem bewegen met de wapenen in het Koninkrijk van Engeland over te gaen is een knap staaltje propaganda. De prins benadrukt dat niet de koning, maar zijn adviseurs fouten hebben gemaakt. Over James Francis Edward schrijft hij dat ‘niet alleen wij, maar alle eerlijke onderdanen van deze koninkrijken, sterke vermoedens koesteren dat de zogenaamde prins van Wales niet werkelijk het kind is van de koningin.’

Roofkoning of bevrijder?
Bosman betoogt dat Engelse historici eeuwenlang hebben geprobeerd de invasie van prins Willem III uit de geschiedenis weg te poetsen als een smet op hun verleden: ‘Ze hebben een buitenlandse invasie getransformeerd in een Glorious Revolution van Engelse makelij en de Nederlandse inbreng geminimaliseerd. De afgelopen decennia is ter compensatie daarvan wel gesuggereerd dat de Republiek Engeland zo ongeveer heeft veroverd, maar dat is ook een interpretatie die niet overtuigt.’ Volgens Bosman gaat het om een ‘onttroning’ en niet om een ‘verovering’; ‘dat zijn twee wezenlijk verschillende zaken.’

Eerder schreef hij een artikel Hoe Willem III Engeland ‘bevrijdde’ (Historisch Nieuwsblad 3/2013). Een citaat daaruit: ‘Dankzij uitgekiende propaganda weet Willem de verovering te verkopen als een bevrijding.’ Wellicht heeft Bosman met de titel Roofkoning willen aansluiten op recentere historische studies waarin Nederland wordt getypeerd als een roofstaat. Denk bijvoorbeeld aan het boek van Ewald Vanvugt Roofstaat – Wat iedere Nederlander moet weten. Vanvugt ontleende zijn titel aan Max Havelaar (1860) van Multatuli: ‘er ligt een roofstaat aan de zee, tusschen Oostfriesland en de Schelde!’

Bosman typeert de prins als een man die niet onderschat mag worden: ‘Hij mag dan geen koning zijn maar vergis je niet. Zijn wil is uit beton gegoten. Dwing hem op de knieën en hij staat gewoon weer op. Hij blijft loeren op zijn kans, als een roofdier op zijn  prooi – om dan ineens, ratsj, toe te slaan. […] De prins is een staatsman, legerleider en diplomaat tegelijk. Meer een politicus dan een vorst.’

Bosmans conclusie uit de epiloog: ‘Iedere suggestie dat de prins een kroon heeft geroofd ligt buiten de werkelijkheid. De Engelsen hebben het zelf gedaan.’

Verhalen vertellen
Op zijn website schrijft Bosman: ‘Mijn benadering van geschiedenis is tamelijk ouderwets. Ik wil verhalen vertellen: van koningen en prinsen, van dienstmeiden en knechten, van liefde, trouw, dood en verraad – in een veranderende wereld van vooruitgang en verval.’

De Roofkoning is zo’n verhaal over koningen en prinsen. Bosman heeft gebroken met de gewoonte om naar historische vorsten met hun voornaam te verwijzen. ‘Koningen zijn koningen, prinsen zijn prinsen en pausen zijn pausen.’ Hij wil recht doen aan hun positie en de afstand creëren die destijds een gegeven was.

Het creëren van afstand en de lezer meenemen in een spannend historisch verhaal blijkt een lastige combinatie. Als Bosman schrijft over ‘de koning’ is vaak niet duidelijk over welke koning het gaat. De verwarring wordt vergroot door meerdere sprongen in de tijd. Bosman begint met de geboorte van het koningskind. In een later hoofdstuk moet dat nog geboren worden. Dan is het opeens twintig jaar eerder, nóg twintig jaar eerder,  daarna twee jaar later. Van 1688 naar 1660, het jaar waarin de hertog van York zich bekeert tot het katholicisme. Verder terug in de tijd, naar 1647: de hertog van York vlucht op vijftienjarige leeftijd naar Zeeland. En dan is het weer twee jaar later: ‘In 1649 rolt de kop van de koning over het schavot’. Welke koning is dat? De lezer stapt duizelig uit de draaimolen van de tijd.

Enthousiasme
Bosman citeert altijd op basis van een of meerdere bronnen. Hij maakt hierbij weloverwogen keuzes.: ‘Citaten heb ik naar mijn hand gezet zonder de strekking ervan geweld aan te doen, en voorzover mogelijk naar de bron herleid.’ Dat werkt goed in dit boek, al zijn er ook enkele hoofdstukken die voor de voortgang van het verhaal minder relevant zijn. Bijvoorbeeld de anekdotes over de ouders van James II.

Bosman is een prima verhalenverteller. De geschiedenis van Willem III en James II heeft hij op een boeiende manier verbeeld. Wat vooral naar voren komt uit het boek is dat Willem III een meester was in het manipuleren van de publieke opinie in Engeland en in Nederland. Daarvoor gebruikte hij pamfletten, declaraties en schotschriften.

De Roofkoning heeft enkele tekortkomingen, maar Bosmans enthousiasme maakt veel goed.

Machiel Bosman (1972) studeerde Engels, psychologie en geschiedenis. Hij promoveerde in 2006. Zijn proefschrift is in boekvorm verschenen: Het weeshuis van Culemborg 1560-1952. Voor zijn tweede boek, Elisabeth de Flines, werd hij in 2008 genomineerd voor de Libris Geschiedenis Prijs en de AKO Literatuurprijs.

 

De roofkoning
Machiel Bosman
Prins Willem III en de invasie van Engeland
Verschenen bij: Uitgeverij Athenaeum– Polak & Van Gennep, Amsterdam
ISBN: 9789025306038 272
267 pagina's
Prijs: € 19,00

Meer van Evert Woutersen:

16 februari 2017

Clarice – de Braziliaanse Kafka

Over 'Clarice Lispector' van Benjamin Moser
24 augustus 2016

Uit bijzonder hout gesneden

Over 'Gevangen in Nepal. Hoe een droomreis een nachtmerrie werd' van Annemiek van Kessel

Recent

25 mei 2017

De andere kant van het land van beloften

Over 'Amerika, of de verdwenen jongen' van Franz Kafka
24 mei 2017

Het extreemrechtse drama

Over 'Ik had me de wereld anders voorgesteld' van Anil Ramdas
23 mei 2017

De man die niet kon liefhebben

Over 'Een onberispelijke man' van Jane Gardam
22 mei 2017

Herrijzende ster van Vaandrager en de tijd dat poëzie op straat lag

Over 'Vaan nu' van Bertram Mourits e.a.
18 mei 2017

Poëzie gefascineerd door het zijn, het aanwezig zijn.

Over 'Gebogen planken' van Yves Bonnefoy

Verwant

8 juni 2016

'.. ons moet wat doen'

Over 'Het hart is een eenzame jager' van Machiel Bosman
8 juni 2016

Recensie door: Rein Swart

Over 'Recensie: Het leven kon zo mooi zijn ' van Machiel Bosman
8 juni 2016

Visueel logboek van een leven

Over 'Het verdwenen jaar van Salvatierra' van Machiel Bosman