16 december 2015

Op sterven na dood

Door Inge Meijer

Als je niet oplet drijft het verleden ongemerkt uit beeld tot er niets van over blijft en neemt het heden het volledig van je over. Tot je door iets dat je ziet of hoort met dat verleden geconfronteerd wordt. Gistermorgen viel mijn oog op een kopje boven een kort bericht op de voorpagina van de Volkskrant. Ik las: ‘Vrij Nederland op sterven na dood.’ In werkelijkheid stond er: ‘Vrij Nederland gaat verder als maandblad.’ Door de schok had ik het bericht misvormd. Door de crue berichtgeving werd ik enkele decennia teruggeworpen in de tijd.

In bed met een stapel kranten in een historisch pand in de binnenstad van Deventer waarvan mijn Lief en ik de verbouwing nooit helemaal voltooid kregen. Wanneer het cementstof was neergedaald en de kou door iets te enthousiast gesloopte tussenmuurtjes door het pand kroop en mijn Lief de kroeg om de hoek indook, was Vrij Nederland mijn baken.

Met Bibeb, Dichters & Denkers, Boek van de maand, Nederlands proza, de stukjes van Rinus Ferdinandusse (die ik nooit helemaal begreep of gewoon geen geduld voor had), essays en veel, veel ruimte voor recensies. En op de achterkant de feuilleton Agnes over de beslommeringen van een alleenstaande bijstandsmoeder met opgroeiende zoon, door Peter van Straaten getekend en geschreven. In mijn herinnering stonden er geen nieuws of opiniestukken in. Wat natuurlijk wel het geval was en ik zal er voor de vorm ook wel met mijn ogen overheen zijn gegaan, al staat me daar niets meer van bij.

Boven in mijn werkkamer, die dit weekend als logeerkamer was gebruikt en er nogal aangedaan uitzag, trok ik een grote zwarte koffer onder mijn tafel vandaan en klikte de twee sloten open. Gravend door bergen correspondentie van vrienden en geliefden vond ik op de bodem twee dikke mappen met knipsels en vergeelde VN krantenbladen uit de oudheid. Ik vond een recensie van Carel Peeters van De vriendschap, de tweede roman van Connie Palmen van 4 maart 1995. Peeters vond het boek een genadeloos filosofisch meisjesboek dat met niets te vergelijken was: ‘De roman ontwikkelt zich van meisjesboek tot filosofisch essay.’ En ja, het was een prachtig boek, met inzicht en beheersing geschreven.

In de rubriek Ter zake, uit dezelfde editie een stuk over de taak van de openbare bibliotheken bij de verspreiding van literatuur. Het geval wilde dat de spraakmakende bundel De gevelreiniger en anderen van Arjen Duinker veel lovende recensies had ontvangen maar van de elfhonderd bibliotheken die Nederland toen rijk was, bestelden er maar elf een bundel! Het was een schande. De uitgever van Duinker, Maarten Asscher schreef een boze brief naar de directie van de NBD (Nederlandse Bibliothekendienst) waarin hij klaagde over het feit dat er van de meer commerciële literatuur altijd veel meer werd aangekocht. Een regelrechte schande voor de poëzie was het.

Er stonden namen in waar ik toen nog nooit van gehoord had en ook later nooit meer iets van vernomen heb. Eendagsvliegen zoals Sammi Landweer die met de verhalenbundel Woestijn debuteerde. En op 3 februari 1990 besprak Frans de Rover dat heerlijke malle boek De psychologie van de zwavel van Atte Jongstra, waarin feit en fictie een belangrijke rol spelen. In de serie Privé-domein was net Mijn leven door Alma Mahler-Werfel uitgekomen. Beide boeken staan nog steeds in mijn boekenkast en mijn heimwee naar de dagen dat literatuur er nog toe deed in de media, wordt meer en meer aangewakkerd.

Maar hoe moet dat nu met de literatuur en zijn besprekingen nu VN, na een feestelijk gevierd 75 jarig bestaan op het punt staat te verdwijnen? Want maandelijks verschijnen nadat je decennia lang een wekelijkse gast was, wil zeggen dat je langzaam uit beeld verdwijnt.

 

 

 

Recent

18 januari 2017

Streng en gewichtig

Literair Nederland - 10 jaar geleden

29 januari 2007

Dans en droom,Javier Marias
Meedeinen op een vloedgolf van gedachten

Na Koorts en Lans is Dans en Droom het tweede deel in de triologie ‘Jouw gezicht morgen’. Voor deze trilogie schiep de Madrileense auteur Marias (1951) een bijzonder personage, Jaime Deza, die de gave bezit om in de toekomst te kunnen kijken. Hij werkt, op aanraden van bevriend professor Wheeler, voor een geheime dienst in Engeland, MI6. Hij moet er, enkel op basis van observaties, het gedrag en de handelingen van de geobserveerden voorspellen (wie zal loyaal blijven aan zijn organisatie en geen verraad plegen, wat motiveert hen, zijn ze in staat om te doden…).

Lees meer