18 augustus 2016

Amalgaam – Willy Martin | Carina van de Walt

Hier smelt niets samen

Recensie door André van Dijk

Amalgaam is een experimentele dichtbundel’, zo begint de inleiding van deze gezamenlijke uitgave van twee dichters: de Vlaamse Willy Martin en de Zuid-Afrikaanse Carina van der Walt. Dat experimentele is zeker niet te vinden in hun poëzie, maar slaat op de curieuze samenstelling van dit boekje. Een ingewikkeld verhaal. Willy Martin is de grondlegger van ANNA, het Groot Woordenboek Afrikaans en Nederlands, een woordenboek dat beide, nauwverwante talen niet afzonderlijk behandeld, maar in één grote mengelmoes presenteert. Dit zogenaamde ‘amalgamatiemodel’ – waarin de woordbetekenissen in beide talen als het ware samensmelten – is de (taalkundige) aanleiding voor deze dichtbundel.

Na lezing van de als handleiding geschreven inleiding, is de verwachting groot dat de daaropvolgende poëzie zo’n zelfde amalgamatie zal ondergaan. Dat er met taal wordt geëxperimenteerd, dat de woorden uit Zuid-Afrika de Nederlandse zullen ontmoeten om in vele lagen elkaars diepgang te kunnen aftasten. Een smeltkroes van gedichten die samen een bijzonder spanningsveld zullen opleveren. Niets van dat alles.

Beide dichters hebben hun oeuvre opgeschud en een keuze gemaakt uit de gedichten die in aanmerking kwamen om opgenomen te worden in deze bundel. De verzen zijn in een aantal obligate hoofdstukken geplaatst, met als thema ‘plaatsen’, ‘mensen’ en ‘vertalingen’. Met een voorwoord over woorden en een naschrift over het land van herkomst is er niets in deze verzameling te vinden dat iets laat voelen van het amalgaam dat ons aanvankelijk was beloofd.

Sterker nog, de opeenvolging van de gedichten doet nog veel meer verwonderen: het geheel is geplaatst op alfabetische volgorde van de titels. Met deze onderverdeling geven de dichters aan dat het inhoudelijke samengaan van de verzen er eigenlijk niet toe doet. Een haast achteloze reeks die juist het tegenovergestelde van de beoogde samensmelting laat zien.

Dan de gedichten zelf. Willy Martin probeert in zijn Nederlandstalige poëzie diverse kleine observaties te verwoorden in dichtvorm. De vlakke toon en de weinig bijzondere onderwerpen maken zijn verzen nogal kleurloos. Er zit geen verwondering en geen verrassing in deze gedichten, de observatie loopt dood met hier en daar een kleine opleving als slotakkoord. In Hockeymeisjes staat hij in de supermarkt:

drie hockeymeisjes
vóór mij in de rij
ook zonder stick kan iedereen
ze moeiteloos herkennen
de korte rokjes
de hoge benen
de rode kousen
het haar in een paardestaart

wanneer ik aan de kassa kom
lijkt de cassière
één van hen
maar noch haar ogen
noch haar stem
die haar verraden
terwijl zij obligaat
mijn klantenkaartje vraagt

ook als je denkt
dat zij je zullen redden
ze laten zich niet kennen
de regels eigen aan dit spel

Geen redding door hockeymeisjes, dat is wat Martin hier vaststelt. Hij wil maar duidelijk maken dat de wereld van deze wezens nooit met de zijne zal samengaan. Er zijn ‘regels eigen aan dit spel’ en die zal hij niet kunnen leren. Het gebaar aan het einde, een interessante wending in de laatste vier regels, is te summier om nog iets toe te voegen. Ook een verdwaalde ‘tanka’ als Samen trekt dit schip niet meer vlot. Met wat geworstel is het
5-7-5-7-7 stramien ingevuld, maar de zeggingskracht is gevlogen:

twee eksters tripp’len
over ’t pas gemaaide gras
vliegt er een weg ’t duurt
niet of ze zijn weer samen
ieder op zijn eigen kant

De bijdrage van Carina van der Walt is van een andere orde. Zij heeft het voordeel van de taal: Zuid-Afrikaans lijkt te zijn gemaakt voor de poëzie. De melodieuze klank en de prachtige woorden geven het gedicht een meerwaarde die, misschien juist voor Nederlanders, een nieuw universum ontsluit. De taal is soms naïef en zacht, dan weer onbedoeld grof, hier en daar verscholen in onbegrijpelijke woordcombinaties om vervolgens glashelder tevoorschijn te komen. Maar ook de inhoud van haar verzen is ruimer, spannender en met flair geschreven. Waar Martin met name over zichzelf dicht, soms een ‘jij’ introducerend, pakt Van der Walt alle onderwerpen aan waar ze door verwonderd wordt. Zoals het ironische en directe Vespa-verhuring:

hier ry die meisies hulle bromponies
soos minnaars
sodat toeriste
hulle leepoog agterna staar

sjiek in hulle sjoebroekies &
Roger Vivier-stilleto’s
is dié Parisiennes binne sakpas bereik
van die gulsige reisiger

so dink hy as hy sy varkleerbeursie uithaal
om ’n Vespa te huur
vir ’n pretrit van ’n uur
wat stylloos pot op die kop versuur

Het is voor Nederlandse lezers een fraai spel tussen de betekenis van woorden en de nuchtere eenvoud van hun verschijning. Dat een ‘bromponie’ staat voor een scooter en een ‘sjoebroekie’ hotpants betekent, mag in een poëtische wereld tot een verrassende bijdrage worden gerekend. Hoe Van der Walt de ‘meisies’ verbindt met het ‘varkleerbeursie’ van de ‘gulsige reisiger’ is een mooie observatie. Om even later een paar prachtige regels over twee vrienden te schrijven in Voorlaaste woorde oor Mandela:

Mohammad Ali staan kopskud-kopskud
geboë oor die bed van sy ou skermmaat
saam het hulle die fyn voetwerk van die kryt
geleer & die lees van presies die regte tyd
as swaargewigte kon hulle goed mik raak slaan
maar veral wys & strategies ontwyk
dans-dans koes vir die uitklophou van die tyd

Hier werkt taal als katalysator om de prachtige tegenstelling tevoorschijn te toveren: twee grote mannen in een kleine ontmoeting. De boksmetaforen werken als magische begrippen om de politicus en de sportman te typeren. Het fijne voetenwerk, hoofdschuddend en dansend raak te slaan en aan het einde proberen weg te duiken voor ‘die uitklophou van die tyd’.

Het slot van Amalgaam bestaat uit een hoofdstukje met vertalingen van gedichten van anderen in de talen van beide auteurs. Zo wordt er een Zuid-Afrikaanse versie gemaakt van Paul van Ostaijens Melopee en Willy Martin vertaalt een Afrikaans gedicht in het zogenaamde Verkavelingsvlaams. Daarmee geven de dichters duidelijk aan hoe deze bundel tot stand is gekomen. Een min of meer taalwetenschappelijke insteek ligt ten grondslag aan een rommelige bloemlezing uit eigen werk. Amalgaam zou beter tot zijn recht zijn gekomen als de dichters elkaars werk hadden vertaald – gewoon recht-toe-recht-aan op twee pagina’s één gedicht in twee talen. Voor de lezer zou de samensmelting dan een stuk duidelijker zijn geweest.

 

 

 

Amalgaam
Willy Martin | Carina van de Walt
Verschenen bij: IJzer
ISBN: 978 90 8684 117 2
95 pagina's
Prijs: € 15,00

Meer van André van Dijk:

6 maart 2017

Observaties en prozaschetsen van een groot dichteres

Over 'Er was er eens en er was er eens niet' van Judith Herzberg
19 januari 2017

Lawaaidichter en lawaaimakers

Over 'Radeloos en betoverd' van Pat Donnez
14 november 2016

Begenadigd dichter maar geen avonturier

Over 'Er loopt een gedicht voor mij uit - Bloemlezing door Ingmar Heytze' van Guillaume van der Graft

Recent

28 maart 2017

Oeuvre van dertig jaar in een bloemlezing

Over 'Koor' van Peter Verhelst
27 maart 2017

Pulp of kunst

Over 'Keerzijde' van Dulce Maria Cardoso
23 maart 2017

Mooie ontledingen van Alberts werk die aansluiten op zijn levensverhaal

Over 'Leven op de rand. Biografie A. Alberts' van Graa Boomsma
23 maart 2017

Erotiek en censuur in De Parelduiker

Over 'De parelduiker 2017/1 - Verboden' van Eindredactie: Hein Aalders
22 maart 2017

Klank en ritme geven sturing aan de gedichten

Over 'Haar vliegstro' van Peggy Verzett

Verwant