door Boris van de Woestijne

Ingeborg Bachmann en Paul Celan schreven elkaar na hun ontmoeting in Wenen vanaf mei 1948 tot juli 1967 bijna 200 brieven, postkaarten, en telegrammen. Alle brieven en contacten zijn doordrenkt met het verlangen om nader tot elkaar te komen maar maken ook pijnlijk duidelijk dat de afstand tussen Bachmann en Celan onoverbrugbaar is. Dit maakt de briefwisseling tussen  Bachman en Celan tot een prachtig boek.

De verschillen tussen Bachmann en Celan zijn groot. Bachmann is geboren in juni 1926 en groeit op in een nationaal socialistisch milieu in de Karinthische provincie, haar vader wordt in 1932 lid van de NSDAP. Celan wordt, zes jaar eerder, in 1920, geboren in een Duitstalig joods gezin. Bachmann maakt zich op 17 jarige leeftijd los van haar milieu en begint met schrijven. Celan zijn ouders worden in 1942 in de Oekraine vermoord. Paul overleeft een Roemeens werkkamp en vlucht naar Wenen.

Oorlogservaringen zijn allesbepalend voor de liefde. Onuitgesproken maar in elke brief voelbaar. Alsof brieven de wonden van oorlog moeten helen.

In de eerste jaren na de ontmoeting en liefdesaffaire in Wenen is het vooral Bachmann die schrijft en naar contact verlangt, zij smeekt bijna om antwoord: ‘Probeer het, schrijf me, vraag me, schrijf alles op wat je bedrukt! De brieven van Celan zijn somberder en gereserveerder: ‘laten we niet meer over dingen spreken die onherroepelijk zijn … ze rakelen het verleden op en dit verleden leek me zo vaak een valkuil.

Vanaf 1952 tot en met 1957 is het bijna stil. Tot Celan en Bachmann elkaar weer ontmoeten en een periode aanbreekt waarin Celan en Bachman elkaar regelmatig schrijven. Over hun werk,  wederzijdse vrienden en projecten. Nu zit er meer balans in de brieven: Celan is bijvoorbeeld meer geïnteresseerd in het werk van Bachmann.

Celan krijgt in deze jaren steeds meer problemen met antisemitische recensies en de sinds 1953 slepende affaire Goll, waarin Celan onterecht van plagiaat wordt beschuldigd. Celan zoekt hulp bij Bachman en Max Frisch waarmee Bachmann samenwoont. Die hulp kan of wil Bachman niet meer geven. Uit een niet gepubliceerde brief: ‘Ik geloof werkelijk dat het grootste ongeluk in jezelf
schuilt … Het ellendige dat van buiten komt … is weliswaar vergiftigend, maar het is te doorstaan’.

Het gaat vanaf dat moment steeds slechter met Celan. Eind 1962 wordt hij opgenomen in een psychiatrische kliniek. In mei 1970 pleegt Celan zelfmoord. Brieven hebben de wonden niet kunnen helen.

Achterin in het boek zijn enkele foto’s opgenomen. Met name de foto van Celan en Bachmann samen is erg mooi. We zien de geliefden in 1952 samen aan een diner zitten. Bachman kijkt naar Celan en luistert, bewonderend, bezorgd en ook zenuwachtig (ze peutert met haar vingers). En verliefd! We zien een vrouw die naar de liefde van haar leven kijkt. Een onbereikbare, onmogelijk maar prachtige
liefde.

Ingeborg Bachmann & Paul Celan

Vertaling Paul Beers

Uitgever: Meulenhoff

Prijs: € 29,95

334 bladzijden

ISBN 9789029084789

Omslag Het verleden als valkuil Bachmann/Celan Briefwisseling -
Het verleden als valkuil Bachmann/Celan Briefwisseling
ISBN: 9789029084789

Recent

13 juli 2018

Een oer-Vlaams bestaan, maar dan anders

Over 'Kroniek van een verzonnen leven' van Charles Ducal
11 juli 2018

Een ongrijpbare Kretenzische vrijheidsstrijder

Over 'Kapitein Michalis' van Nikos Kazantzakis
10 juli 2018

Het Koplandsiaans minuscule is de kracht in deze bundel

Over 'Houdingen' van Sylvie Marie
9 juli 2018

Nederland komt uit het buitenland

Over 'Rivierenland' van Sunny Jansen (auteur), Martin van Lokven (fotograaf)
6 juli 2018

Kaf maar gelukkig ook koren

Over 'De geur van miljoenen' van Merijn de Boer