12 juni 2014

Het streven – Hans den Hartog Jager

‘Kan hedendaagse kunst de wereld verbeteren?’

Recensie door Martin Lok

‘Kan hedendaagse kunst de wereld verbeteren?’ Dat is de ondertitel én centrale vraagstelling van het boek dat Hans den Hartog Jager schreef over het streven van moderne kunstenaars om zich te ontworstelen aan de vrijblijvendheid van hun metier. Een prikkelend boek, dat ontstond terwijl Den Hartog Jager de tentoonstelling Meer macht voor museum De Fundatie in Zwolle samenstelde.

Den Hartog Jager heeft overigens zijn sporen in het kunst-boekengenre meer dan verdiend. Hij schreef bijvoorbeeld eerder het succesvolle Dit is Nederland (2008), waarin hij Nederland in tachtig hedendaagse kunstwerken karakteriseerde. En in 2011 Het sublieme, over de opkomst en neergang van schoonheid in de moderne kunst.

Ook in Het streven richt Den Hartog Jager zich op moderne kunst. Hij geeft een mooi overzicht van het ontstaan van de hedendaagse kunst. Hij beschrijft hoe de moderne kunst halverwege de negentiende eeuw met de penseelstreken van Goya, Marat, Manet en Courbet ontstond. En hoe met hen ook het archetype van de moderne kunstenaar werd geboren: type lange haren, artistieke kleding en geen rode rotcent op de bank. Maar mét de ultieme vrijheid om te maken wat hij of zij wilde; los van welke teugels dan ook, en vrij van de noodzaak om de wereld van opdrachtgevers te verbeelden, laat staan te verheerlijken.

Maar deze vrijheid kwam niet zonder prijs. De verworven vrijheid ging gepaard met een scheiding tussen kunst en samenleving. En met die scheiding kwam volgens Den Hartog Jager ook de onmogelijkheid om in de reële wereld iets te veranderen. Vandaar zijn centrale vraag: kan kunst de wereld verbeteren?

Boek en tentoonstelling verkennen deze vraag aan de hand van verschillende voorbeelden van de hedendaagse geëngageerde kunst. Den Hartog Jager begint zijn boek met bespiegelingen over de Nederlandse kunstenaar Renzo Martens (1973), die in Congo het kunstproject Episode III: Enjoy poverty opzette vanuit de gedachte dat armoede Congo’s belangrijkste inkomstenbron is. Een ongemakkelijke stellingname waarmee Martens veel krediet in de kunstwereld oogstte. In een vervolgproject zette hij kunst in als instrument om een kleine settlement in het oerwoud uit de armoede te verheffen. Een project dat uiteindelijk spaak loopt, waarbij Martens ontdekt dat kunst en werkelijkheid door andere regels gedicteerd worden.

Naast Renzo Martens komen in Het streven vele andere moderne kunstenaars voorbij. Hans Haacke, Joseph Beuys, The Guerrilla Girls en Constant, om er een paar te noemen. Stuk voor stuk kunstenaars die volgens Den Hartog Jager de ambitie hadden iets te veranderen en dat deden door steeds weer grenzen te verleggen door het tonen van hun persoonlijke visie op de werkelijkheid. Maar die daarbij opliepen tegen de keerzijde van hun eigen vrijheid: de vrijheid van de samenleving om de persoonlijke visie van kunstenaars naast zich neer te leggen.

Wat niet wil zeggen dat die persoonlijke visie niet indringend kan zijn. Een voorbeeld daarvan is bijvoorbeeld de video Sign of times die de Amerikaanse kunstenaar Andres Serrano in 2013 maakte. Die video bestaat uit niets anders dan elkaar snel opvolgende, muzikaal omlijstte, stills van door hem opgekochte kartonnen bedelbordjes. Hij brengt hiermee de rauwheid van de onderkant van de samenleving in de veelal kraakhelder witte omgeving van musea. En laat daarbij een gemengd beeld van schoonheid en ongemak achter.

Of de metersgrote foto’s op lood die Anselm Kiefer, Duits kunstenaar, in 1969 van zichzelf maakte. Gekleed in Nazi-uniform brengt hij, staande voor een oorlogsruïne, de Hitler-groet. Deze Occupations-serie is één van de projecten die Kiefer uitvoerde om zich rekenschap te geven van het nazistische verleden van zijn vaderland. In een tijd dat niemand daar in Duitsland over wilde of durfde te spreken. Mooi, indringend, overweldigend. Maar veranderde Kiefer hiermee de wereld?

Deze vraag blijft onbeantwoord, zowel in het boek als in de tentoonstelling. Beiden zijn eerder een aansporing aan de lezer of kijker om zichzelf deze vraag te stellen. En zo te verkennen wat volgens hem of haar de rol van kunst in de samenleving is.

Het is daarbij wel jammer dat het accent zo sterk op de moderne tijd alleen ligt. Den Hartog Jager gaat niet verder terug dan pakweg het begin of halverwege de negentiende eeuw. Terwijl ook in de eeuwen daarvoor sommige kunstenaars in hun werken doelbewust hun persoonlijke visie lieten doorklinken, ook al lijkt Den Hartog Jager dat onder het mom van ‘allemaal opdrachtgevers-kunst’ terzijde te schuiven. Want wat te denken van Michelangelo, die het vertikte om voor zijn Medici-grafkapel echte portretten te maken, omdat over duizend jaar toch niemand meer zou weten hoe de Medici (zijn opdrachtgevers!) er uit hadden gezien. Of Caravaggio, die op zijn religieuze schilderijen gewone mensen met vieze voeten uitbeeldde, omdat ook de ‘werkelijkheid’ van heiligen niet van vuil gespeend kon zijn, hoezeer de clerus dat ook wilde doen geloven.

Den Hartog Jagers boek was een nog rijkere bron geweest als dit soort oudere voorbeelden, van ver voor de bevochten absolute kunstzinnige vrijheid van na ca. 1850, ook aan de orde waren gekomen. Maar of het tot andere conclusies had geleid valt te betwijfelen. Want ook de voorbeelden van Michelangelo en Caravaggio maken immers duidelijk dat kunst in die tijd ook de werkelijkheid niet verbeterde. Althans daarvan zijn net zo min als in Het streven in de annalen van de zestiende of zeventiende eeuw bewijzen te vinden.

Het is overigens de vraag of het erg is dat Den Hartog Jager vragen stelt zonder ze te beantwoorden. Het plezier is er niet minder om. Boek en tentoonstelling zijn uiteindelijk een beetje als de film Static (2009) van Steve McQueen, ook vertoond in De Fundatie. Waar McQueen in een helikopter om het Vrijheidsbeeld heen cirkelt, zonder die vrijheid ooit echt te pakken te krijgen, cirkelt Den Hartog Jager om zijn centrale vraagstelling heen. Zonder deze te beantwoorden. Maar dat is niet erg. Want net als McQueen’s helicoptervlucht levert Het Streven een aaneenschakeling van prachtige observaties op.

 

Het streven
Hans den Hartog Jager
kan hedendaagse kunst de wereld verbeteren?
Verschenen bij: Singel Uitgeverijen
ISBN: 9789025302665
192 pagina's
Prijs: € 22,50

Meer van Martin Lok:

26 oktober 2016

Een knap romandebuut

Over 'Drie dagen' van Nina Roos
14 juni 2016

'Bloed gaat nooit teloor'

Over 'De hartslag van Moskou' van Jiří Weil
10 februari 2016

‘Een sloeber als jij en ik’

Over 'Place Lamartine' van Jeroen Blokhuis

Recent

25 mei 2017

De andere kant van het land van beloften

Over 'Amerika, of de verdwenen jongen' van Franz Kafka
24 mei 2017

Het extreemrechtse drama

Over 'Ik had me de wereld anders voorgesteld' van Anil Ramdas
23 mei 2017

De man die niet kon liefhebben

Over 'Een onberispelijke man' van Jane Gardam
22 mei 2017

Herrijzende ster van Vaandrager en de tijd dat poëzie op straat lag

Over 'Vaan nu' van Bertram Mourits e.a.
18 mei 2017

Poëzie gefascineerd door het zijn, het aanwezig zijn.

Over 'Gebogen planken' van Yves Bonnefoy

Verwant

12 juni 2014

Lichte kunst

12 juni 2014

Fascinerende roman over klein stukje koloniale geschiedenis

Over 'Gebleekte ziel' van Hans den Hartog Jager
12 juni 2014

Een man, een vogel

Over 'De havik' van Hans den Hartog Jager