25 februari 2016

Het Nationale Toneel speelt De Revisor van Gogol

Albert Hogeweij

Niets veranderlijker dan een mens, maar van zijn ondeugden raakt hij intussen maar niet verlost. Gogols komedie De revisor uit 1836 zal wat dat betreft nog lang van alle tijden kunnen blijven. Ver afgelegen van het centrale gezag hebben de corrupte bestuurders van een onbeduidend provinciestadje, doorkneed in het nepotisme, zich daar lange tijd veilig kunnen wanen voor ontmaskering van hun politieke spel van afdekken en omkopen. Maar de angst voor ontmaskering van hetgeen zij in hun doofpottencultuur voor gangbaar uitventen heeft maar een klein zuchtje nodig om een storm van paniek te ontketenen. Wanneer dan ook het gerucht gaat dat er een incognito reizende gast in hun midden is gearriveerd, moet dat wel een ‘revisor’ (overheidscontroleur) zijn die de boel komt inspecteren. Wat te doen? Ontkennen heeft op deze schaal geen zin meer. Nee, de enige kans om het vege lijf te redden is de onbekende om te kopen en uit baatzucht te vleien. Intussen blijkt de vermeende revisor allerminst te zijn voor wie hij wordt gehouden en heeft hij van zijn kant eveneens blootlegging van de waarheid te vrezen. Weldra buitelen de misverstanden over elkaar heen.

Met een handjevol voetnoten zou Gogols Revisor moeiteloos anno nu aan de man kunnen worden gebracht. Niettemin heeft regisseur Theu Boermans het stuk stevig herschreven en grondig geactualiseerd door het te situeren in de Nederlandse dorpspolitiek waar de kleinburgerij en de plaatselijke middenstand de scepter roeren, waar vertegenwoordigers van de PvdA tot en met de PVV, met hun in Brabantse tongval gedrenkte ons-kent-ons cultuur, er hun hand niet voor omdraaien Brussels subsidiegeld in eigen zak te laten verdwijnen en waar men naar gelang zijn of haar politieke veren de vluchtelingenproblematiek zo electoraal gunstig mogelijk het hoofd tracht te bieden. De assistent van de revisor is in dit opgepimpte stuk dan ook een Syrische vluchteling. En de zogenaamde revisor zelf blijkt hier een gesjeesde theaterproducent die het publiek het belang van de Verbeelding toeschreeuwt om er zelf met het bekwaam uitspelen van misverstanden alleszins zijn voordeel mee te doen.

De voertaal is het politieke cliché en het soortelijk gewicht dat van een klucht, met dien verstande dat dat alles ook weer keihard wordt geparodieerd. Want in een echte komedie is immers niets wat het lijkt. Dus wie verwacht dat hier oplossingen worden aangedragen, komt bedrogen uit. Gogol wilde zijn publiek destijds ook niet met een politieke boodschap opzadelen. De voorstelling is een groots spektakelstuk dat niets of niemand wenst te sparen, de platte grap niet schuwt, evenmin als de vette sneer aan het adres van onze politieke bewindvoerders. Het minimale misverstand wordt vakkundig maximaal uitgebuit. Tel het aantal musicalachtige liedjes daarbij op en je komt uit op een bijna avondvullende voorstelling. Het onderhoudende spel van de acteurs voorkomt echter dat men zich gaat vervelen. Ga niet voor een avondje Gogol, maar ga voor een avondje eigentijdse komedie, geschoeid op de leest van tijdloze menselijke ondeugden.

 

Deze voorstelling werd bezocht in de Stadsschouwburg in Utrecht in het kader van de actie Uw boek is geld waard. Er volgen daar nog meer voorstellingen die geïnspireerd zijn op een boek. Bezoekers die tijdens het bezoek aan één van deze boekenvoorstellingen het gelijknamige boek aan de kassa van de schouwburg tonen, ontvangen een tegoedbon t.w.v. € 5,-. Deze bon kan worden ingeleverd bij een volgende voorstelling naar keuze in het huidige seizoen (2015-2016). 

 

Recent

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

20 maart 2017

De zee in Tilburg

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 maart 2007

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden. Niet bevroedend dat hij elke dag door een bewonderend oog werd vastgepind op de weg die hem van de kazerne naar het bureel voerde stapte soldaat Brû, die in het algemeen nergens aan dacht, maar als hij dat toch deed dan het liefst aan de slag bij Jena, stapte soldaat Brû voort met de onbevangenheid van een niet-bewuste. Met zijn niet bewust grijsblauwe ogen en zijn niet bewust elegant omwikkelde beenkappen droeg soldaat Brû heel naïef al het nodige met zich mee om in de smaak te vallen bij een jongejuffrouw die niet helemaal jong meer was en ook niet helemaal juffrouw. Het ontging hem.

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden.

Lees meer