Het Liegend Konijn – Alle malen zal ik wenen

Recensie door Ingrid van der Graaf

Oorlog inspireert dichters intens

Recensie door Ingrid van der Graaf

Het Liegend Konijn, waarvan elke editie tot nu toe, in wisselende kleur uitgave en standaard ontwerp verscheen, draagt voor het eerst in de twaalf jaar dat het onder het bezielende redacteurschap van Jozef Deleu verschijnt, een thema. Dit jaar is het honderd jaar geleden dat op 28 juli 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Voor Deleu aanleiding om het themanummer ‘Oorlog’ samen te stellen met de titel, Alle malen zal ik wenen, een citaat uit Leo Vromans (1915-2014) meest geciteerde gedicht Vrede.

Zal dit nummer dan uitsluitend ‘niet eerder gepubliceerd werk’, van dichters bevatten die ‘het’ nog hebben meegemaakt (of op zijn minst in naoorlogse jaren zijn geboren) en waarvan nu de nagebleven gedichten boven water zijn gekomen?  Want wat zouden hedendaagse dichters over dit thema te melden hebben? Oorlog is, voor wie op Nederlandstalig grondgebied leeft, een ‘ver van mijn bed show’. Vluchten, om het vege lijf te redden is er niet meer bij. We leven, zoals Arno Van Vlierberghe stelt (met Lieke Marsman jongste dichters in deze editie) het leven van nu, waarin ‘niet doodgaan’ als hoogste doel wordt gesteld. Maar ook deze editie bevat uitsluitend nieuw werk van Nederlandstalige dichters, gemaakt op verzoek van Deleu .

Het was enkele jaren na de Tweede Wereldoorlog dat de filosoof en kunstcriticus Theodor Adorno (1903-1969) stelde dat het barbaars was om na Auschwitz nog een gedicht te schrijven. Niet dat hij hiermee beweerde dat er nooit meer poëzie bedreven kon worden. Hij doelde vooral op het feit dat naoorlogse dichters geen lichtzinnige maar vooral geen onschuldige poëzie meer kunnen schrijven.

Dat was ook wat er te voelen was in het pakket dat door de post bezorgt werd, de zwaarte van een onvergankelijk thema dat schuld en boete in zich draagt. Het paste niet door de brievenbus en de postbode overhandigde het, als was het een flinke homp (desem)brood. Honderdentwaalf dichters schreven samen 383 gedichten, geïnspireerd op de Groote oorlog.  De opdracht is met een  zeer groot inlevingsvermogen uitgevoerd en toont een grijs palet aan aangrijpend leed, berekenende overlevingskunst en een  ondergaan van het lot. Laten we maar gelijk met de deur in huis vallen met de drieluik Geen ding, van Eva Gerlach (1948). Waarin het leven tot op het bot is terug gebracht, ontdaan van emoties en de mens verworden tot een ‘ding’. Waarin het enige dierbare een wapen is, gekoesterd als een geliefde.

‘Geen ding / 1//Toen iedereen dood was begon ik voor mezelf / met mijn AK 47 mijn broertje van staal, //niemand komt me hier wassen en kammen en ik hoef voor niemand / meer hout te halen, alles komt van de soldaten // die van me houden omdat ik geluk breng en goed / kan mikken met de granaten // Daar voor ons ligt de stad waar niemand meer woont / en ik kijk van hoog, stel mijn broertjes oog af op de daken, // (…) // Mijn broer is zo groot als ik maar ik hou hem goed vast / op mijn schouder waar hij kan slapen (…)

2 // Iemand vraagt om water, ik heb geen water./ Iemand heeft het koud ook al heeft ze het warm. / Ze lag naast me dood te gaan maar ze leeft nog, ik wilde/ maar dat ze dood was. (…) ze wil het gordijn dicht / maar er is geen gordijn. Ze doet haar ogen dicht voor / de zon die niet schijnt, ze telt alle vogels / die er niet zijn, ze doet hun geluid na, ik hoor het / ik hoor hun lippen trillen in de nacht.

3 // In de kelder hield ik mijn zusje op schoot. Ze was / pas vier. Ik legde mijn handen over haar oren / zodat ze de harde klappen niet zou horen / (…) Toen we buiten kwamen en alles kapot was en overal armen en benen / huilde ze niet ze zei niets ze verstopte zich / (…) toen kwamen de mannen toen werd het / zo dat de dingen ons niet meer kenden. Geen ding. / (…)’

Divers zijn de invalshoeken. Zelfmoordaanslagen als deel van een oorlog die nogal eenzijdig gestreden wordt. Bernard Wesseling (1978) dichtte daarover: ‘Dus dit is zijn optrekje, hier helemaal boven. Gezellig is anders. / En kijk, pamfletten boven zijn bed. Goed , bands, maar toch. (…) Wat stopt hij nou in zijn jas? En waarom gaat hij nu zitten? / Hand omhoog als je denkt aan een afscheidsbrief!’ En dan zijn er de games, waarbij men van het doden niet genoeg kan krijgen en Astrid Lampe inspireerde tot de volgend strofe: ‘(…) Nog wordt hier zwartnacht / de muur van papier / en speelt de gameverslaafde / mijnenvegertje’.

En soms is de geschiedenis zichzelf al genoeg zoals voor Frans Budé, die schreef over het verwonde hoofd van Guillaume Apollinaire (1880-1918). De scherven uit het been van Ernes Hemingway, de afgehakte arm van Blaise Cendrars, de laatste seconden van Alain-Fournier en de dood van Wilfred Owen op 4 november in 1918.

Saillant detail is dat de Groote oorlog, na honderd jaar nog steeds zijn sporen nalaat en slachtoffers maakt. Dit jaar werd in Ieper een depot met duizenden granaten ontdekt en op 19 maart ontplofte, bij de aanbouw van een fabriek, een granaat waarbij twee mensen om het leven kwamen. Dit bracht de dodelijk getroffen slachtoffers van na 1918 op driehonderdvijftig. Oorlog houdt zich schuil in alle kieren en uithoeken van deze aardkloot en na het lezen van vele van deze gedichten komt het besef, dat de hele mensheid doortrokken is van oorlogsleed. Of zoals Ellen Deckwitz dit veelbetekenend verwoordde in haar gedicht 1948, Siboga / ‘(…) de doden groeien met je mee. En we noemen / het pas afgesloten als we er niet meer bij kunnen.’ Prachtig! Een editie tegen het vergeten van dat, wat niet vergeten mag worden.
Verder bijdragen van onder meer Mischa Andriessen, Benno Barnard, Chretien Breukers, Paul Demets, Anna Enquist, Lies van Gasse, Piet Gerbrandy, Annemieke Gerrist, Jo Govaerts, Luuk Gruwez, Stefan Hertmans, Ingmar Heytze, Philip Hoorne, Sasja Jansen, Hilde Keteleer, Wiel Kuster, Liesbeth Lagemaat, Jan Lauwereyns, Myrte Leffring, Erik Lindner, Sylvie Marie, K. Michel, Martijn van Ouden, Ester Naomi Perquin, Hagar Peeters, Delphine Lecompte, Xavier Roelens, Victor Schiferli, F. Starik, Peter Theunynck, David Troch, Reinoud Verbeke, Leo Vroman, Henk van de Waal en Ad Zuiderent.


Het Liegend Konijn

Redactie: Jozef Deleu
jaargang 12, nr. 1, april 2014
Van Halewijck / Leuven
Van Gennep /Amsterdam.
Losse nummers: € 25,-
Abonnement 2 nummers, € 45,-

 

Het Liegend Konijn
Verschenen bij: Van Halewyck

Meer van Ingrid van der Graaf:

Een Tirade waardig...

Over 'Tirade 468 en 467' van Redactie o.a. Daan van Doesborgh, Roos van Rijswijk, Anja Sicking.

What's in a design

Over 'Kluger Hans' van Redactie o.a. Jonas Vanderschueren, Anton Steen, Dorien De Vylder,

Recent

15 december 2017

Drakenbloed en hoestende koeien

Over 'Tijl' van Daniel Kehlmann
14 december 2017

Vergane Hollywoodglorie in de Maghreb

Over 'De oppermachtigen' van Hedi Kaddour
13 december 2017

Literatuur uit de provincie

Over 'Ergens op het eind' van Erik Nieuwenhuis
12 december 2017

Troosteloos zal het in Twente wezen

Over 'De heilige Rita' van Tommy Wieringa
11 december 2017

Niet alles hoeft begrepen om te zien hoe prachtig het is

Over 'Finisterre' van Eugenio Montale