13 november 2014

Het hout – Jeroen Brouwers

Dank u voor deze tuchtiging

Recensie door Vic Veldheer

Jeroen Brouwers is een van de grootste schrijvers van het Nederlandse taalgebied. Hij heeft een indrukwekkend en omvangrijk oeuvre opgebouwd van romans, verhalen, brieven (het prachtige Kroniek van een karakter), essays, feuilletons en polemieken.

Hij schrijft niet alleen schitterend proza, maar strijdt in zijn geschriften ook tegen misstanden en maatschappelijk onrecht. Met zijn net verschenen elfde roman, over seksueel misbruik en hypocrisie in de katholieke kerk, voegt hij weer een parel toe aan zijn oeuvre.

Het verhaal speelt zich af 8 jaar na de dood van Hitler, in 1953, het jaar van de Watersnoodramp, op een pensionaat voor jongens van 12-16 jaar. Dit ‘Sint Jozef ter Engelen’ in Blijderhagen, diep in Limburg op de Duitse grens is een filiaal van de Duitse Ordensgemeinshaft der Armen-Brüder des heiligen Franziskus.
In prachtig proza schrijft Brouwers een felle, agressieve aanklacht tegen de macht van de katholieke kerk. (‘Bommen op het hele instituut roomse kerk.’) Het regime op het jongenspensionaat noemt hij fascistisch, het machtsmisbruik lijkt op de terreur van de Gestapo. En wanneer de Duitse hoofdvestiging vindt dat er ingegrepen moet worden in de gang van zaken omdat het er slap aan toe gaat, wordt er een nieuw Duits schoolhoofd benoemd, die in alle opzichten door kan gaan voor een kampcommandant. Hij misbruikt de jongens niet alleen, maar martelt ze en ranselt ze af met ‘Het hout en de strijkstok’. Mansuetus (de ‘zachtmoedige’) is de naam van deze verpersoonlijking van het kwaad, die ook ‘ever’(zwijn) wordt genoemd vanwege zijn gegrom en gesnuif.

Ter illustratie:
‘Zo’n strijkstok is van pernambukhout. Zo’n stok is licht elastisch, je kan ermee zwiepen. Als je ermee door de lucht slaat veroorzaakt het een zoefgeluid. Dit is mij door Mansuetus, naamdag 19 februari, voorgedaan. Zoef. Klap. Schreeuw. De jongen voorover, de hand van Mansuetus als een bankschroef rond de nek van de gestrafte of rond diens tegen de schouderbladen gedraaide arm om hem tegen het bureaublad onder bedwang te houden, zijn andere hand omhoog om het hout met opperste kracht op het zitvlak te laten neerkomen. (…)

Het gebeurt zo: De jongen schreeuwt en blijft schreeuwen naarmate de medebroeder, volgeling van onze stichter, de zachtmoedige Franciscus, blijft slaan, hard, nog harder, de voorflap van zijn scapulier over de schouder gegooid om er niet door te worden gehinderd bij zijn inspanning en bewegingen. Hij schreeuwt er tegenin. Meer geluid dan de ruimte in het dode licht lijkt te kunnen bevatten. Gehoorzaamheid en tucht! Jij hebt geen wil! Ik heb een wil! Jij doet mijn wil! Bij ieder woord een steeds fellere klap met het venijnige hout. Hoe de jongen ook kronkelt, de opvoeder blijft met bestudeerde precisie op dezelfde plek van het achterwerk slaan, twintig keer, meer dan twintig keer.’

Wanneer de afranseling klaar is moet het slachtoffer Mansuetus een hand geven en zeggen: ‘Dank u voor deze tuchtiging die mij rechtvaardig werd toegediend ter eigen lering en inzicht’.

In het boek staan meer van dergelijke gedetailleerde beschrijvingen, niet alleen van de mishandelingen maar ook van de seksuele handelingen die de broeders bij de jongens plegen. Zo moeten de jongens die met een onschuldig kwaaltje bij ‘dokter’ Johannes Vianney komen –hoewel geen enkele medische kennis en bevoegdheid-, geheel ontkleed op de onderzoektafel gaan liggen, waarna ze uitvoerig lichamelijk worden onderzocht; vervolgens moeten ze tien minuten blijven liggen met de thermometer in hun aars, terwijl de ‘dokter’ op zijn bureaustoel gaat zitten en zichzelf bevredigt.
Door die directe beschrijvingen van de terreur die de broeders uitoefenen toont Brouwers niet alleen de afzichtelijkheid ervan maar laat hij ook de gelijkenis met de naziterreur zien. De broeders kunnen ongestoord hun gang gaan, er is niemand die in verzet komt.

Er is één twijfelaar en dat is de hoofdpersoon in het verhaal, de 26 jarige Eldert Haman, broeder Bonaventura. Zijn broedernaam betekent ‘mooie toekomst’, maar is ook de naam van een Franciscaner kerkleraar die gezien wordt als één van de stichters van de orde. Eldert geeft als leek Duitse les op het internaat en wordt op slinkse wijze ingelijfd in de broedergemeenschap. Nadat hij enkele maanden les heeft gegeven terwijl hij inwoont op het internaat, krijgt hij van het schoolhoofd te horen dat zijn salaris niet langer betaald zal worden; hij heeft immers al kost en inwoning. Vlak daarna wordt het gebouw waar hij verblijft verbouwd en moet Eldert verhuizen naar een broedercel. Tot slot verdwijnt zijn fiets en moet hij zijn sleutel inleveren, daarmee is zijn vrijheid verleden tijd. De passage waarin dit beschreven wordt, is een bijzonder treffende karakterbeschrijving van Eldert; hij is een enorme slappeling, dat vindt hij zelf ook, die het allemaal over zich heen laat komen. Dit leidt er uiteindelijk toe dat hij ondanks zijn weerzin voor de gemeenschap tot de orde toetreedt. Ondanks alle pogingen van de orde om hem verder in te lijven, blijft hij een buitenstaander. Mansuetus dwingt Bonaventura aanwezig te zijn bij een afranseling omdat hij ‘allzu unmännlich’ weekhartig zou zijn. Dit verandert de houding van Bonaventura naar zijn pupillen echter niet daarom neemt Mansuetus de lessen Duits over en degradeert Bonaventura tot nachtsurveillant en klusjesman.

Eigenlijk vraagt Bonaventura zich doorlopend af waarom hij is ingetreden, maar consequenties daaraan verbinden doet hij niet. Hij denkt door te blijven dat hij de jongens kan beschermen tegen het misbruik, maar dat blijkt ijdele hoop. Hij houdt zich steeds minder aan de regels van de orde en wordt een marginale figuur.
Zijn wankelmoedigheid en besluiteloosheid maken dat hij zich geestelijk steeds verder terugtrekt uit de broedergemeenschap. De zaak escaleert wanneer hij –na een maand helse kiespijn- toestemming krijgt om naar de tandarts in het dorp te gaan. Daar ontmoet hij de jonge weduwe Patricia (‘de nobele’) Delahaye en omdat hij geregeld naar de tandarts moet, ziet hij haar vaker.

Zij vindt hem leuk en probeert hem zover te krijgen dat hij uit zal treden. Zijn wankelmoedigheid begint hem nu echt op te breken en nadat hij een heftige vrijpartij met haar heeft gehad weet hij dat hij geen broeder meer wil zijn. Toch sluipt hij haar huis uit, terug naar het klooster. Daar wacht hem de zwaarste straf wegens ongeoorloofde afwezigheid: eenzame opsluiting in het moederklooster in Duitsland. Bij terugkomst valt hij middenin de voorbereidingen voor het bezoek van de bisschop aan het pensionaat. Bonaventura helpt broeder Hyacintus en samen laten zij het Christusbeeld uit de touwen vallen. Bonaventura gebruikt vervolgens de wijwateremmer en bijbehorende handdoeken om zich te verfrissen en het Christusbeeld schoon te maken. Broeder Hyacintus verraadt hem. In de periode tussen zijn terugkeer uit Duitsland en het bezoek van de bisschop loopt de spanning op. Bonaventura trekt zich niet veel meer aan van de regels en krijgt uiteindelijk zijn volgende straf te horen; verbanning naar een ver missieoord in Afrika.

De slotscène vormt een indrukwekkend en aangrijpend hoogtepunt van dit bijzondere boek.

Het hout is, ondanks de beklemmende sfeer, een genot om te lezen.

Het is schitterend geschreven, heeft een heldere toon die niets aan de verbeelding overlaat, de geilheid van de broeders en de variatie daarin past helemaal in de door en door verziekte cultuur van zo’n katholieke mannengemeenschap. De namen van de broeders zijn mooi symbolisch gekozen en weerspiegelen de tegenstellingen die er op vele vlakken heersen: tussen werkelijkheid en intentie, tussen binnen- en buitenwereld, tussen contemplatie en zelf niet nadenken. Zo wordt medegedeeld dat je niet hoeft te bidden voor de overleden Stalin (!) maar wel voor slachtoffers van de Watersnoodramp.

De roman is zeer zorgvuldig gecomponeerd met knappe sprongen in de tijd, die het verhaal spannend houden, ook al is vanaf het begin duidelijk waar het over zal gaan.

 

 

Het hout
Jeroen Brouwers
Verschenen bij: Atlas Contact, Uitgeverij
ISBN: 9789025447175
220 pagina's
Prijs: € 12,50

Meer van Vic Veldheer:

17 mei 2017

Geloven in ongebakken lucht

Over 'Dans! Denk!' van Désanne van Brederode
8 maart 2017

Een ondoorgrondelijk verhaal 

Over 'De schooldagen van Jezus' van J.M. Coetzee
7 februari 2017

Portret van een huwelijk

Over 'Ferdinand en Johanna' van Elly Kamp

Recent

25 mei 2017

De andere kant van het land van beloften

Over 'Amerika, of de verdwenen jongen' van Franz Kafka
24 mei 2017

Het extreemrechtse drama

Over 'Ik had me de wereld anders voorgesteld' van Anil Ramdas
23 mei 2017

De man die niet kon liefhebben

Over 'Een onberispelijke man' van Jane Gardam
22 mei 2017

Herrijzende ster van Vaandrager en de tijd dat poëzie op straat lag

Over 'Vaan nu' van Bertram Mourits e.a.
18 mei 2017

Poëzie gefascineerd door het zijn, het aanwezig zijn.

Over 'Gebogen planken' van Yves Bonnefoy

Verwant

13 november 2014

Literaire tomaten

Over 'Restletsels' van Jeroen Brouwers
13 november 2014

Stedelingen op het platteland

Over 'Naar buiten ' van Jeroen Brouwers