10 juni 2017

Het gat waar ze insprong

Door Inge Meijer

Iedereen heeft zijn eigenaardigheden. Iets om rekening mee te houden. Zo heb ik nog geen van de boeken van Elena Ferrante gelezen alleen maar omdat er zo veel over te doen was en is. Ik sta te popelen, maar eerst moet niemand meer weten wie ze is en kan ik mijn gang gaan. Een eigenaardigheid waar je niet perse gelukkiger van wordt. Of je nu uit Europa of Azië komt, we willen het allemaal ‘selluf doen’, op eigen kracht, eigen initiatief. Het geloof dat je kunt vliegen gaat bij kinderen vaak gepaard met de overtuiging dat je het kunt.

Toen iedereen naar de kleedkamers ging, wist niemand of alle kinderen er waren. Er was niemand die riep: ‘He, ik mis er een.’ Die om zich heen keek en dacht; Er was toch … Hoe heette ze ook weer. ‘Salam’ schoten de kinderen te hulp, en je riep: Jongens waar is Salam?’ En natuurlijk werd er direct in het water gekeken, want dat doe je. Als je met een kind bij water bent en je bent het kwijt; dan kijk je als eerste naar de diepte van het water, en wanhoopt, altijd die wanhoop; ze zal toch niet? En dan je hoofd schudden; waarom het ergste denken, daar moet je eens mee ophouden. ‘Jongens, vooruit naar de kleedkamers’ en sluit de deuren.

Het eigenaardige is dat je niet wist of ze je kon verstaan. Maar goed, ze was al maanden in Nederland, en kinderen leren snel. Je hebt het haar in ieder geval gezegd, dat ze niet bij het diepe mocht. Dat moeten ze weten, dat je het wel gezegd hebt. Gezegd dat het diepe bad voor haar verboden is. En je hoopte dat ze het verstaan had, tegen beter weten in.
Er waren mazen in het net geweest, ze hadden ze niet gezien, maar ze waren er. Ze hadden niet gezien dat ze met elkaar een uitnodigende opening in dat net van veiligheid hadden gecreëerd door te denken dat de ander…, en in dat gat sprong ze.

De film ‘I’m Not Your Negro’ naar het (onvoltooide) boek van schrijver James Baldwin, vertoont beelden van de vijftien jarige Dorothy Counts, die in 1957 als enige zwarte naar een blanke school in Noord Carolina gaat. Ze wordt op die beelden vernederd en uitgelachen door witte leerlingen en hun ouders. Het zien daarvan vervult je met woede over zoveel domheid. Baldwin wist: ‘Some one of us should have been there with her!’

Tien minuten op de bodem van het zwembad. Je zag nog de luchtbubbels door het water opstijgen naar het licht. Bubbels zo vrolijk en bruisend als de blijheid die je voelde toen je hoorde dat je zou leren zwemmen. Er was iets dat je zou moeten weten. De badmeester had het gezegd, maar al die korte klanken, die ee en aa’s en ghghghgg’s en sissers werden geen woord dat je kende. En dan, tien minuten. ‘Waar was de wereld in die tien minuten?, vroeg haar moeder zich af.

 

 

 

Recent

25 september 2017

Een waardig gedragen ongeluk

24 september 2017

What's in a design

22 september 2017

Modiano's spel met de lezer

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

Literair Nederland - 10 jaar geleden

01 oktober 2007

Aan tien schrijvers werd een door hen zelf geschreven stuk tekst voorgelegd en gevraagd waarom ze het op die manier hebben geschreven, waarom ze die woorden gebruikt hebben. Het is zeer interessant om te lezen hoe over elk woord nagedacht wordt.

De teksten zijn van: Rene Appel – de thriller, John Leenaarts – de journaaltekst, Richard Wouters – de verkiezingsfolder, Freek Staps – het krantenbericht, Arthur Japin – de roman, Robin Kemme – de reclametekst, Ron Punselie – de webtekst, Bart-Jan Langewaard – de brief, Wouter Klootwijk – de column, Frank van der Lecq – de toespraaak..

Opvallend is dat het verschillende uitgangspunt zo van invloed is op de tekst. De schrijvers van boeken mogen hun eigen teksten maken, Het merendeel van de andere schrijvers moeten rekening houden met het doel van hun schrijven.

Lees meer