6 oktober 2015

Het eerbetoon – A.B. Yehoshua

Voor een verloren vriendschap

Recensie door Lodewijk Brunt

Als Jaïr Mozes zijn hotelkamer rondkijkt, wordt hij getroffen door een reproductie aan de muur: een grijsaard krijgt de borst van een jonge vrouw. Mozes laat via de receptie een kunsthistoricus komen die hem de achtergrond en de betekenis van het werk uitlegt. Het gaat om een afbeelding van de Caritas Romana, een thema dat door talrijke schilders is vastgelegd – deze reproductie is van Matthias Meijvogel, het oorspronkelijke werk hangt in het Nationale Museum van Budapest. De afbeelding op het schilderij vormt het centrale thema in Chesed Sfaradi, het laatste boek van de Israëlisch schrijver A.B. Yehoshua, zojuist in het Nederlands verschenen als Het eerbetoon. De man op het doek is Cimon, de vrouw die hem zoogt is zijn dochter Pero. Ze bezoekt hem in de gevangenis, waar hij dreigt van honger om te komen. Door haar moedermelk redt ze hem het leven – de autoriteiten zijn zó onder de indruk van haar opofferingsgezindheid en vaderliefde dat ze Cimon vrijlaten.

Mozes verblijft een paar dagen in Santiago de Compostella waar een retrospectief van zijn werk is georganiseerd. Hij is een succesvol filmregisseur, de Spaanse gastheren hebben voor de gelegenheid een aantal van zijn films nagesynchroniseerd. Aan het eind van het eerbetoon volgt een plechtige prijsuitreiking. Mozes heeft ook Ruth meegevraagd, een actrice die in veel van zijn films optreedt. De keuze van de films blijkt niet willekeurig, de Spanjaarden vertonen vooral de films die Mozes aan het begin van zijn loopbaan heeft gemaakt, met een piepjonge, beeldschone Ruth; de films zijn geschreven door scenarist Sjaoel Trigano, een oud-leerling van Mozes, met wie een hechte band bestond. Trigano en Ruth vormden een liefdespaar en de scenarioschrijver was de drijvende kracht achter het experimentele werk dat ze maakten: art house-films die in de smaak vielen bij progressieve recensenten, maar waar nauwelijks publiek voor was. Het zal blijken dat Trigano de drijvende kracht achter het retrospectief is geweest.

In Het eerbetoon worden Ruth en Mozes soms hard geconfronteerd met hun verleden – ze hebben de films al jaren niet meer gezien en herinneren zich nog ternauwernood de omstandigheden waaronder ze werden gemaakt. Ook doordat er destijds een heftig conflict ontbrandde met Trigano – ze zijn inmiddels niet meer on speaking terms en hebben elkaar uit het oog verloren. De Caritas Romana zet Mozes aan het denken: de ruzie ontstond over een scène waarin actrice Ruth haar net geboren kind ter adoptie had afgestaan en als onderstreping van die beslissing een bedelaar de borst gaf. Maar op het beslissende moment weigerde Ruth, ze liep weg van de set. Trigano was woedend, maar Mozes koos haar kant: je mag een actrice niet verplichten iets te doen waar ze onoverkomelijke bezwaren tegen heeft. ‘Verraad’, volgens de scenarioschrijver. De breuk was onherstelbaar.

Het gegeven lijkt veelbelovend genoeg, maar Yehoshuas uitwerking is traag en taai. De lezer wordt uitdrukkelijk betrokken bij het herinneringsproces dat zich tijdens de retrospectief in de hoofden van Mozes en Ruth afspeelt. Zo’n beetje de helft van de lijvige roman wordt in beslag genomen door het navertellen van (fictieve) films; een beklemmende ervaring die je het zicht ontneemt op de rode draad, als die er al zou zijn. Mozes zegt herhaaldelijk dat hij zich weinig tot niets meer herinnert van zijn oude (‘onrijpe’) films, maar hij beschrijft het werk vervolgens tot in de kleinste details. En dan, tussen al die andere scènes door, springt plotseling de Caritas Romana weer in beeld  – o, ja, daar ging het over. Is het verhaal geïnspireerd door de loopbaan van de Israëlische filmer Uri Zohar? Er zijn enkele aanknopingspunten: Zohar is van dezelfde generatie als Yehoshua, maakte aan het begin van zijn loopbaan films met dezelfde thematiek als Mozes (man-vrouwverhouding; mannelijkheid; rol van het leger) en kreeg in 2012 een retrospectief – niet in Spanje maar in Parijs. Maar er zijn ook andere verwijzingen, bij voorbeeld naar het eigen leven van de schrijver: Ruth komt uit hetzelfde gebied in Marokko als Yehoshuas echtgenote. Doet het ertoe? Vermoedelijk niet.

De omstreden scène komt scherper aan de orde op het eind van de roman, als Ruth en Mozes naar Israël zijn teruggekeerd. Mozes is vastbesloten om, aangezet door het terugzien van zijn oude films, met zijn verleden af te rekenen. Hij zoekt zelfs Trigano op en probeert de relatie te herstellen. Maar niet alles valt op zijn plaats, want het blijkt dat er geen enkel verband bestond tussen de Caritas Romana en de gesneuvelde scène – Trigano verklaart plechtig dat hij nog nooit van Cimon en Pero heeft gehoord en dus ook het schilderij van Meijvogel niet kent. Uit de context krijg je de indruk dat Trigano een verwend, bezitterig ventje was ten tijde van de ruzie (en misschien nog steeds is): hij kreeg zijn zin niet en hij was woedend dat Mozes zich met ‘zijn’ vrouw bemoeide; Ruth was van hem, hij had haar kunnen dwingen de scène toch te spelen, zoals hij haar eerder ook gedwongen had gratis en voor niks in zijn films te spelen en haar academische loopbaan voor hem op te geven. Zulk vrouwonvriendelijk gedrag lijkt Mozes niet te deren, ondanks zijn schijnbare genegenheid voor Ruth; hij heeft Trigano opeens weer nodig en is blijkbaar bereid voor hem door het stof te kruipen.

Het eerbetoon zit vol van zulke ongerijmdheden, maar dat kan ook aan de slordige vertaling liggen: ‘heilig’ in plaats van ‘veilig’, ‘auteur’ in plaats van ‘acteur’; merkwaardige zinswendingen: iemand ‘uit een vloek’, of  ‘had de macht om haar weigering ongedaan te maken’, ‘vereenzelvigde zich met de weigering en scherpte deze aan’. Als Mozes en Trigano elkaar na zoveel jaar weer ontmoeten, verandert de auteur opeens van stijl: van de derde persoon gaat hij over op de tweede persoon. Symbolisch? Vooral: verwarrend, bij sommige dialogen weet je niet meer wie wat zegt. Het toppunt: hoe valt te rijmen dat de omstreden scène – het zogen van de bedelaar – door Mozes eerst gekwalificeerd wordt als ‘ziekelijk’ (terwijl hij als regisseur daar toch volmondig mee moet hebben ingestemd), terwijl hij zich zoveel jaar later in ruil voor een hernieuwde vriendschap met de scenarioschrijver laat dwingen opnieuw zo’n tafereel op te voeren – met Mozes zèlf in de rol van Cimon en een fotograaf om het allemaal vast te leggen – als ultieme vernedering? Ruth is dan al van het toneel verdwenen, het conflict is blijkbaar iets tussen twee hanige mannetjes geweest. Misschien is het daarom passend dat we na de 450 bladzijden van Het eerbetoon nog steeds niet weten of Ruth ook een achternaam had.

 

 

Naar aanleiding van deze recensie ontving de redactie een reactie van vertaalster Hilde Pach. Met haar instemming publiceren wij deze reactie.

Reactie van vertaalster Hilde Pach:

Beste redactie,

De mening van de recensent over het boek zal ik niet betwisten. Wel vind ik het jammer dat hij bijna het hele verhaal in zijn eigen woorden navertelt en zo de lezer de mogelijkheid ontneemt om bepaalde zaken zelf te ontdekken. Zijn opmerking dat de ‘ongerijmdheden’ wellicht veroorzaakt worden door de slordige vertaling kan ik als vertaler niet onweersproken laten. Ik heb het boek zojuist doorzocht op alle keren dat het woord ‘heilig’ gebruikt wordt, en er is geen enkel ‘heilig’ dat ‘veilig’ zou moeten zijn. Ik kan me wel voorstellen dat de recensent dat denkt, bijvoorbeeld als iemand zegt dat de stad ‘s nachts ook heilig is, maar de auteur heeft overal heus bewust voor ‘heilig’ gekozen. Hij heeft wel gelijk dat er één keer ‘auteur’ staat in plaats van ‘acteur’. Dat zal ik veranderen voor een eventuele volgende druk. De zinsneden die hij noemt, zijn niet slordig vertaald; Yehoshua heeft soms een wat eigenzinnig taalgebruik, dat ik in de vertaling niet helemaal verloren wil laten gaan. ‘Een vloek uiten’ klinkt mij trouwens heel normaal in de oren. Dat de auteur in deel 8 van de derde persoon naar de tweede overgaat, heeft een heel voor de hand liggende reden, die een beetje recensent zou moeten kunnen begrijpen. Probeer deze dialoog tussen twee mannen maar eens in de derde persoon te zetten en kijk wat er dan gebeurt. Juist dán zou je niet meer weten wie wat zegt. Jammer dat de recensent zich niet iets meer in de roman heeft willen verdiepen, maar dat is zijn goed recht. Niettemin bedankt voor de aandacht die u aan het boek geschonken heeft.

Met de hartelijke groeten van Hilde Pach

 

Het eerbetoon
A.B. Yehoshua
Vertaling door: Hilde Pach
Verschenen bij: uitgeverij Wereldbibliotheek
ISBN: 9789028426283
512 pagina's
Prijs: € 39,99

1 reactie

  • Ella Eshet schreef:

    Hilde Pach is een uitstekende vertaalster. Het is niet voor niets dat alle grote Israelische schrijvers zoals Amos Oz en A.B. Yehoshua met haar samenwerken. Ik heb Het eerbetoon gelezen en vond haar vertaling wederom zeer goed.





 

Meer van Lodewijk Brunt:

26 juni 2017

Logboek van een ziener

Over 'Andalusisch logboek' van Stefan Brijs
12 juni 2017

‘Onkreukbaar, rechtschapen, moedig en integer’

Over 'De goede advocaat' van Britta Böhler
1 mei 2017

Een leven lang lezen en schrijven

Over 'Hoe verliefd is de lezer?' van Doeschka Meijsing

Recent

25 juli 2017

Een Limburgse Rémi

Over 'De dagen' van Frans Budé
21 juli 2017

Vast in het ijs

Over 'Dwars door het ijs' van Cormac James
19 juli 2017

Kijk, lees en geniet!

Over 'Wonderwezens' van Ingrid Biesheuvel, John Rabou
17 juli 2017

Terug naar vroeger

Over 'Hier kom ik weg' van Annette Maas
14 juli 2017

Het barre landschap van de menselijke geest

Over 'Beest' van Paul Kingsnorth

Verwant

6 oktober 2015

Zicht op de ingewanden van de stad

Over 'Berlin Alexanderplatz ' van A.B. Yehoshua
6 oktober 2015

Almachtig, maar niet alwetend

Over 'Vader van God' van A.B. Yehoshua
6 oktober 2015

oever drinkt oever

Over 'Oever drinkt oever' van A.B. Yehoshua