8 september 2014

Het boek der gelijkenissen – Per Olov Enquist

De verbeeldingskracht! die reuzenspier!

Recensie door Hella Kuipers

‘De liefde kun je nooit begrijpen. Maar wie zouden we zijn als we het niet zouden proberen?’ (p119)

Moet een roman begrepen worden in de context van het andere werk van een auteur, of moet hij alleen op zijn eigen merites beoordeeld worden? Ieder boek opnieuw een debuut?
In het geval van Het boek der gelijkenissen levert dat de nodige problemen op: de hoofdpersoon, die vrijwel steeds met ‘hij’ wordt aangeduid en heel soms met ‘E’ of ‘Perola’, vertoont verdacht veel overeenkomsten met de schrijver Enquist. Regelmatig verwijst de hoofdpersoon naar zijn eigen romans, waarin hij diverse gebeurtenissen uit zijn leven – die in dit verhaal aan de orde komen – als materiaal heeft gebruikt. Wie zelf de romans van Enquist niet gelezen heeft, weet niet of het waar is dat die romans ook werkelijk over die gebeurtenissen gaan.

Om het allemaal nog ingewikkelder te maken, maakt de oude schrijver die de hoofdpersoon van dit boek is, gebruik van zijn werkboeken. Hierin maakte hij zijn leven lang aantekeningen voor de romans die hij schreef. Ook hier gaat het in werkelijkheid over de romans van Enquist, al noemt hij geen enkele van diens titels.

Het is door dit alles moeilijk om grip te krijgen op het verhaal. Pas na acceptatie van dat feit, door de onbegrijpelijkheid te zien als een bewust beoogd effect, ziet de lezer langzaam maar zeker een gedachtenbouwwerk oprijzen in het hoofd van deze hoofdpersoon, deze oude schrijver, die aanvankelijk van plan is de grafrede voor zijn moeder te herschrijven, maar daar uiteindelijk niet aan toekomt.

Het inciting incident van het boek – datgene wat het verhaal in gang zet – is het schrijfblok van zijn vader. Altijd heeft zijn moeder gezegd dat ze het heeft verbrand, dat notitieboek vol gedichten, en nu krijgt hij het toegestuurd, weliswaar zwartgeblakerd langs de randen, maar verder intact. Er zijn alleen negen blaadjes uitgescheurd. Wat heeft daarop gestaan? Gedichten tegen het geloof? Gedichten over seks? De schrijver ziet het als zijn opdracht deze te reconstrueren.
Het zet een stroom van herinneringen bij hem in gang, die vooral te maken hebben met het geloof, met de verlossing, en met liefde en seks. Zo laat hij, bijna tachtig, staand aan de oever van de rivier tussen leven en dood, zijn leven en zijn familie aan zich voorbijtrekken. Niet op een chronologische manier, maar associatief, herhalend, terugkerend.
Een paar jaar eerder is hij teruggegaan naar het eiland van zijn jeugd, waar zijn moeder altijd op een grote steen gezeten over het water uitkeek. Hij wilde controleren wat er klopte van zijn herinneringen. Maar het eiland was verkracht, de bomen omgehakt, de leegte volgebouwd, en hij vond er niet het inzicht waar hij op gehoopt had.

Hij verwoordt dat zo:
‘Waarom was hij naar hier teruggekeerd. Dit was geen afdaling in de Rivier van de Wilgenboom*, zoals hij als jongen in Kiplings Kim gelezen had. Voor inzicht moest hij bij zichzelf te raden [sic] gaan.’

Kim en de rivier uit dat boek (een rivier die is ontstaan door een afgeschoten pijl van de Boeddha, en waarin je na onderdompeling tot Inzicht komt) spelen meermalen een rol in het verhaal. Het boek van Kipling was een van de weinige boeken die zijn moeder bezat, en hij heeft het drie keer gelezen, voor zijn moeder het verstopte en later verbrandde. De oude schrijver vergelijkt zijn eerste seksuele ervaring met het afdalen in deze rivier.
Later schrijft hij: ‘Helder denken wordt steeds moeilijker. Welke rivier? Die van het inzicht of die van de dood?’ (p.123)
Niet alleen het motief van de rivier, ook de naam Kim komt vaker voor. De kat van een van zijn krankzinnige familieleden heet ook zo.

Het boek zit op een razend knappe manier vol met literaire verwijzingen. Sommige schrijvers worden rechtstreeks genoemd, zoals Stieg Larsson en Kierkegaard. Soms verstopt Enquist ze subtiel in zijn formuleringen. Zoals bijvoorbeeld ‘er kwamen andere kamers, andere deuren’ (p.41), verwijzend naar Other voices, other rooms van Truman Capote, en zo extreem efficiënt een beeld schetsend van die periode uit zijn leven. In een brief van een achternichtje staat ‘het centrum was weg’ (p.48), verwijzend – wie weet zelfs met een cynisch soort humor want de brief gaat over seks – naar The centre cannot hold uit The Second Coming van Yeats. (Het laatste hoofdstuk heet: De gelijkenis van Jezus’ tweede wederkomst.)
De oude schrijver vergelijkt het geschrift waaraan hij nu werkt – het boek dat wij als lezer lezen – met de achtste symfonie van Sibelius: ‘een partituur over een verspild leven.’ (p.119) Bovendien is deze symfonie nooit voltooid, en nooit teruggevonden. Is hij verbrand, zoals de schrijver altijd dacht van de blocnote van zijn vader, of zal ook dit manuscript nog ooit gevonden worden?

Maar terug naar het verhaal.
‘Een oude schrijver kijkt terug op zijn leven, en de rol die godsdienst en liefde hebben gespeeld in het leven van hem en zijn familie.’ Dat is de kortste versie.
‘Een oude schrijver geeft de gedachten weer zoals ze bij hem opkomen nadat hem het verloren gewaande notitieblok met zijn vaders gedichten is toegestuurd. De blocnote heeft een rol gespeeld in verschillende van zijn boeken, en moet hij die nu herzien? Moet hij de verhalen herzien die hij zichzelf over zijn jeugd en verdere leven heeft verteld? Het verhaal van dit boek gaat over alles wat hij tot nu toe verzwegen heeft. Hij noemt het aanvankelijk een herziene versie van de grafrede voor zijn moeder, en misschien wordt het dat ook. Hij noemt het ook een reconstructie van de negen blaadjes die uit het schrijfblok zijn gescheurd. De roman telt niet voor niets negen hoofdstukken, met negen gelijkenissen als titel. De oude schrijver noemt het boek een liefdesroman, omdat het de lichamelijke liefde is die hij als verlossing ziet, en als de beste manier om de zin van het leven te ontdekken.’

In feite kan geen omschrijving van de inhoud recht doen aan het effect dat dit boek op de lezer heeft. De oude schrijver is na een beroerte niet meer helemaal helder van geest, hij valt in herhalingen, spreekt zichzelf tegen, roept zichzelf toe: genoeg hierover! Hou eens op met herkauwen!
De lezer waart rond in zijn geest, een magisch en raadselachtig labyrint met af en toe de helderste uit- en inzichten. Aanvankelijk voelt het boek als een ondoordringbaar struikgewas, maar gaandeweg bloeit het open. Het is geen verhaal van A naar B, ‘de projectieschermen … gingen steeds hallucinerender in elkaar over’ (p.140) maar een boek dat die belangrijkste aller spieren: de verbeeldingskracht, aan het werk laat zien. Uiteindelijk is het misschien wel een brief aan de vrouw aan wie hij zijn maagdelijkheid verloor, de vrouw op de kwastvrije grenen vloer. Tijdens het lezen stijgt de bewondering, het is een boek dat herlezing verlangt.
‘Maar van een liefdesroman zou het nooit komen.’ (p.155)

* De Rivier van de Wilgenboom heet in Kim van Kipling ‘The River of the Arrow‘, en ook in de Duitse vertaling van het Boek der gelijkenissen staat er ‘Fluss des Pfeils.’

 

 

Het boek der gelijkenissen
Per Olov Enquist
Vertaling door: Cora Polet
een liefdesroman
Verschenen bij: Ambo/Anthos Uitgevers
ISBN: 9789041424211
491 pagina's
Prijs: € 21,95

Meer van :

25 mei 2017

De andere kant van het land van beloften

Over 'Amerika, of de verdwenen jongen' van Franz Kafka
24 mei 2017

Het extreemrechtse drama

Over 'Ik had me de wereld anders voorgesteld' van Anil Ramdas
23 mei 2017

De man die niet kon liefhebben

Over 'Een onberispelijke man' van Jane Gardam

Recent

22 mei 2017

Herrijzende ster van Vaandrager en de tijd dat poëzie op straat lag

Over 'Vaan nu' van Bertram Mourits e.a.
18 mei 2017

Poëzie gefascineerd door het zijn, het aanwezig zijn.

Over 'Gebogen planken' van Yves Bonnefoy
17 mei 2017

Geloven in ongebakken lucht

Over 'Dans! Denk!' van Désanne van Brederode
16 mei 2017

Moord op de grachtengordel

Over 'Nachtwandeling' van Robbert Welagen
15 mei 2017

Wat een schrijver lijden kan

Over 'De Weergekeerde Bloem' van Wessel te Gussinklo

Verwant