4 november 2015

Jongens blijven het

Vroeger was het een knappe jongen

Door Inge Meijer

Ik was in de ban van het verhaal over de oude en koppige moeder en de ongeduldige schrijver in Ik kom terug van Adriaan van Dis en las elk moment dat ik even niets te doen had. Ik stond op het perron in Brummen en sloeg voor de drie minuten die mij restte tot de trein zou arriveren, het boek open en zat direct weer midden in die ongemakkelijke verwikkelingen tussen moeder en zoon. Vaag achter me hoorde ik een vrouwenstem zeggen: ‘Hee…, hallo? Hoe is het?’ Het was een vlotte herfstochtend, helder zonlicht streek over het perron terwijl de trein kwam binnenrijden. ‘Kees’, zei de man die iets verder op het perron stond en er niet oud maar ook niet jong uitzag. De vrouw was van het type vijftig is het nieuwe veertig dat ze met heel haar wezen had omarmd. ‘Jaja, natuurlijk. Kees, haha. Ik was het even kwijt, maar nee, natuurlijk Kees. Hoe is het?’ Hoewel Kees en de vrouw en ik door verschillende ingangen de trein binnen gingen, kwamen we in dezelfde coupe te zitten.

Zo gauw ik had plaats genomen nam ik mijn boek weer ter hand. Ik was bij de scène dat Van Dis neerknielde in het toilet waar zijn moeder op de pot zat en er ogenschijnlijk niet meer zonder hulp vanaf kon komen. Niemand mocht haar helpen, iedere aanraking tussen haar en de personen die haar na stonden, was een onmogelijkheid. Door de cynische opmerkingen en botte genegenheid tussen moeder en zoon, zou je het boek bijna dichtslaan maar dan komt dus die scène die zo schrijnend stuntelig is en tegelijk zo vertederend. Hij knielt voor haar neer en, hij die nooit fysiek contact met haar zocht, raakt in een moment van overgave met zijn hand haar ontblote knie aan en vraagt of hij haar zal helpen. Zijn moeder schrikt en zegt zoiets als: ‘Ben je gek. Ik heb van niemand hulp nodig.’ En de schrijver weet weer waar zijn plaats is: ‘Hup jongen, in je mand.’

Ondertussen spraken Kees en de vrouw op een toon met elkaar waarin de verrassing om het weerzien en de verbazing over wie ze geworden waren de boventoon voerden. Je kon er gewoon uit horen dat ze elkaar sinds de middelbare school niet meer gesproken hadden. Hun gebabbel kabbelde om me heen als ritselende bladeren die zacht door de wind beroerd werden. Mijn oren spitsten zich toen ik Kees hoorde zeggen, ‘En dan hebben we Ap nog.’ Ze waren duidelijk hun referentiekader aan het aftasten vanwaaruit ze ooit de wereld tegemoet gingen. ‘Ja,’ zei de vrouw van vijftig is het nieuwe veertig, ‘die was laatst nog op tv. Heb ik op internet nog terug gekeken. Leuk hoor. Vond het vroeger zo’n knappe jongen. Ik herkende hem niet meer.’

‘Ach ja,’ zei Kees die deed of hij dat van die knappe jongen niet gehoord had en verder ging met: ‘En hij werd geïnterviewd door die jongen uit Oeken.’
‘Wim Brands’, zei de vrouw van het nieuwe veertig. ‘Ja die,’ zei Kees. ‘Hij leek me wel gelukkig’ zei de vrouw weer en ik begreep dat ze het over Ap had. ‘Haha,’ lachte ze opeens, ‘hij is er in ieder geval wel mee bezig.’ Toen wist ik dat het Ap Dijksterhuis was die onlangs geïnterviewd werd in Brands met boeken over zijn nieuwe boek, Op naar geluk. De trein reed het station van Arnhem binnen en ik moest overstappen. Terwijl ik over het perron liep dacht ik aan jongens zoals Ap, Wim en Adriaan die, hoe ver ze het ook brengen in hun leven, voor altijd ‘die jongens’ zouden blijven.

 

 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

04 juni 2007

"In Weg met het deeltijdfeminisme! is het meest urgente uit Mees’ columns over vrouwen, ambitie en werk bijeengebracht."

"In Weg met het deeltijdfeminisme! is het meest urgente uit Mees’ columns over vrouwen, ambitie en werk bijeengebracht."

Maar wat is voor Heleen Mees het meest urgente?

Zij stelt dat in Nederlands te veel hoogopgeleide vrouwen werken in deeltijd,in inferieure banen blijven steken en zelf het leeuwendeel van het huishouden doen.

Mees vergelijkt de Nederlandse vrouw met de Amerikaanse vrouw (Mees woont in New York) Deze werken 36 uur per week tegenover de Nederlandse vrouw die 24 uur per week werkt.

Lees meer