1 september 2016

Parijs is een feest – Ernest Hemingway

Herinneringen gedrenkt in vergaan geluk

Recensie door Joost van der Vleuten

Hemingway’s laatste boek, Parijs is een feest, verscheen in een nieuwe vertaling door Arie Storm, en met nieuwe hoofdstukken uit de nalatenschap, die in 2009 werden vrijgegeven door de erven van de auteur. Een prachtboek vol rake zinnen en goede verhalen over Parijs in de jaren twintig; over schrijven, skiën, eten, beminnen, paardenraces en boksen – om maar wat te noemen. Een boek vol zonlicht en zomergroen, met af en toe een blik in de afgrond waaruit Hemingway zijn herinneringen opdiepte.

In 1922 vestigde Hemingway zich met zijn vrouw Hadley Richardson in Parijs. Hij was een journalist met literaire ambities, maar ook een ambulance-vrijwilliger die gewond, gedecoreerd en getraumatiseerd was teruggekeerd uit de Italiaanse Eerste Wereldoorlog. Hemingway werkte hard, leverde tientallen artikelen aan de krant Toronto Star Weekly, stortte zich in het Parijse leven en raakte bevriend met expat-schrijvers als Scott Fitzgerald, Ezra Pound en James Joyce, die hij ontmoette in de salon van Gertrude Stein, of in de boekhandel-met-uitleenbibliotheek van Sylvia Beach. In 1926 brak hij door met The sun also rises, een sleutelroman over drie buitenlanders die vanuit Parijs afreizen naar de stierengevechten van Pamplona. Een affaire met Vogue-journaliste Pauline Pfeffer (Ms. Hemingway 2) betekende het einde van Hemingway’s huwelijk en in 1927 waren zijn Parijse jaren voorbij.

Jachtpartij en elektroshock
In de decennia die volgden groeide Hemingway uit tot literaire superstar. Hij schreef meesterwerken als For whom the bell tolls, A farewel to arms, The old man and the sea en ijzersterke verhalen als die in The Snows of Kilimanjaro and other stories. Hij leefde een celebrity-leven temidden van de rich and famous, vol vrouwen (vier huwelijken), drank, meesterwerken, bestsellers, boekverfilmingen, jachtpartijen, een burger- en een wereldoorlog, zeevis- en grootwildsafari’s, auto- en vliegtuigongelukken, en een Pullitzer- en een Nobelprijs in 1954. Hij was een levende legende, op het hoogtepunt van zijn roem, maar diep ongelukkig. Hij werd gesloopt door alcoholisme, depressies en elektroshocks die niet hielpen maar wel zijn hoofd verwarden. Papa Hemingway was de weg kwijt. Almaar meer drank bood steeds minder troost en in 1961 schoot hij zich dood met zijn jachtgeweer.

Zijn laatste jaren bleef hij maar voorttobben met een boek dat onvoltooid bleef, hoewel hij al meer dan genoeg pagina´s had. Dat boek ging over 40 jaar eerder, de jaren twintig in Parijs, toen alles nog moest beginnen. Het werd 3 jaar na zijn dood gepubliceerd als A moveable feast en tot verbijstering van de critici was het vintage Hemingway.

Hemmingway schreef proza zonder bullshit, waarin ieder woord zijn plek kent en bijvoeglijk naamwoorden verdacht zijn. Hij beschrijft Parijs, maar niet alleen dat. Het hoofdstuk ‘Mensen van de Seine’ begint:

‘Er waren vele manieren om van de rue Cardinal Lemoine naar beneden naar de rivier te gaan. De kortste was recht naar beneden door de straat, maar het was er steil en je kwam, nadat je het appartementengedeelte had gehad en het drukke verkeer aan het begin van de boulevard Sant-Germain had overgestoken, op een saai gedeelte waar een saai, winderig stuk van de rivieroever was met de Halle aux Vins rechts van je. Die […] zag er van buiten even vreugdeloos uit als een militair depot of een gevangenkamp.’

Dus neemt de schrijver een route via boekenstalletjes, waar Engelse boeken goedkoper zijn dan Franse, omdat ze zo slecht zijn gebonden. En hij vertelt over boeken die mensen achterlaten in boten, die worden opgenomen in de scheepsbibliotheek. En hij wandelt verder naar het Ile de la Cité, dat uitloopt ‘in een punt als de scherpe boeg van een schip en er was een klein park aan de waterrand met mooie kastanjebomen, sommige heel groot en zich breed vertakkend, en in de stromingen en de vergeten hoekjes van de Seine waren uitstekende plekken om te vissen.’ Waarna hij voortschrijft over de vissers en waarom hij zelf niet vist (hij moet schrijven) en over waar in het seizoen goede plaatselijke vis wordt geserveerd. En hoe triest hij is als de lente teruggeslagen lijkt te worden door voorjaarsbuien. ‘Als de koude regens aanhielden en de lente vermoordden, was het alsof er een jong iemand was doodgegaan zonder reden.’ Het gaat al met al over de Seine en zijn oevers met paradijselijke trekjes: boeken uit stalletjes, een eiland als een schip en verse vis uit de rivier. En het gaat over de oorlog (militair depot, gevangenkamp, doodgaan zonder reden). En over hoe schrijven over het ene Hemingway troostte en hielp om te schrijven over het andere.

De jacht op de ware zin
Parijs is een feest is een goed boek, doortrokken van nostalgie en melancholie: een boek over leven in nobele armoede en over schrijven. Hoe de schrijver met de zakken vol mandarijnen en gepofte kastanjes naar zijn koude kamer gaat, de kachel opstookt en aan de slag gaat. Schrijven tot de eerste oprechte zin er staat, alle voorafgaande onzin weggooien, en voort met het verhaal. Als glanzend gewreven kralen toont Hemingway allerlei aspecten van zijn leven in de stad ‘die van alle steden het meest te bieden heeft voor een schrijver om te schrijven’: de huurkazernes, de paardenraces, het eten bij brasserie Lipp, de bokswedstrijden in een buitenwijk, de winterse skivakanties in Oostenrijk, en gesprekken met zijn zoontje over ‘ineenstorten door de oorlog’’. Wie wil kan met het boek in de hand nog steeds door Parijs zwerven, naar de Closerie des Lilas (onherkenbaar veranderd) waar Hemingway schreef bij een café crème, of langs de Seinekades met hun boekenstalletjes (niks veranderd).

De literatuur als slagveld
Bij herlezing beginnen patronen op te vallen, die het boek minder Parijs jaren 20 en meer Hemingway jaren 50 maken. Minder snoer van verhalen en meer memoir. Onherroepelijk treuriger, maar beter. Een boek waarin de kiemen naspeurbaar zijn van alles wat Hemingway uiteindelijk zou slopen. Alles dat verleidelijk is, van de paardenraces tot vissen in de Seine bedreigt zijn schrijven. En Hemingway maakt in Parijs is een feest korte metten met vrijwel alle literaire grootheden waarover hij schrijft. Het oude alfa-mannetje duldde geen concurrentie. Zelfs niet van de door hem hoog geachte Gertrude Stein, ook niet van de trouwe vriend Scott Fitzgerald en zeker niet van de goeie Ford Maddox Ford, die altijd loog en bovendien uit zijn mond stonk. Uitzonderingen waren Ezra Pound (fout in de oorlog, als gek opgesloten), en de onbekende Elvin Shipman, die jong stierf en die het niet uitmaakte of zijn gedichten werden gelezen. Succes leidt tot rijkdom, en rijkdom tast je aan en zorgt dat je als schrijver geen oprechte zin meer kunt schrijven. Wie succes heeft faalt onherroepelijk. Rijken, die slepen je mee naar dure tenten waar foute mensen komen en ze verpesten je ongerepte skihellingen.

En dan zijn er vrouwen, Zelda Fitzgerald voorop: met afschuw vertelt Hemingway dat zij haar man belemmert te werken, omdat ze jaloers is op zijn schrijverschap. Hier wordt het pijnlijk. Hemingway beschrijft ook hoe zijn vrouw Hadley een koffer met ongeveer al zijn ongepubliceerde werk verliest in de trein. En hoe hij dat verschrikkelijk vindt, maar ook dat hij haar vergeeft. Wat hij schrijft over Zelda zou bij nader inzien wel eens kunnen zijn ingegeven door Hemingway’s al dan niet bewuste vermoeden dat Hadley onbewust jaloers was op zijn schrijverschap. Het lijkt de barst in hun relatie geslagen te hebben waardoor ‘die ander’ (Pauline) er in slaagt een verhouding met hem te beginnen ‘[…] en dat was het einde van de eerste periode in Parijs, en Parijs was nooit meer hetzelfde al was het altijd Parijs […].’
Hemingway werd nooit meer de oude, zoals ook blijkt uit de laatste zinnen van sommige hoofdstukken. Bij voorbeeld,‘Alles wat me te doen stond was gezond en goed in mijn hoofd te blijven tot de ochtend als ik weer zou gaan schrijven. In die tijd dachten we niet dat daar iets moeilijks aan was.’ Of ‘”We hebben altijd geluk”, zei ik en ik was dwaas genoeg om het niet af te kloppen. Er was overal in dat appartement hout waarop je kon kloppen.’

 

Parijs is een feest
Ernest Hemingway
Vertaling door: Arie Storm
Nawoord door: Gustaaf Peek
Verschenen bij: Uitgeverij De Arbeiderspers
ISBN: 9789029509985
255 pagina's

Meer van Joost van der Vleuten:

7 juli 2016

Rennen voor je bestaan

Over 'Zonder land' van Lawrence Hill
27 mei 2016

Onder vuur genomen door zijn eigen mensen

Over 'Het laatste vaarwel' van Robert Haasnoot
4 mei 2016

In het land van de gefrituurde chocoladetaart

Over 'Het diepe Zuiden' van Paul Theroux

Recent

25 mei 2017

De andere kant van het land van beloften

Over 'Amerika, of de verdwenen jongen' van Franz Kafka
24 mei 2017

Het extreemrechtse drama

Over 'Ik had me de wereld anders voorgesteld' van Anil Ramdas
23 mei 2017

De man die niet kon liefhebben

Over 'Een onberispelijke man' van Jane Gardam
22 mei 2017

Herrijzende ster van Vaandrager en de tijd dat poëzie op straat lag

Over 'Vaan nu' van Bertram Mourits e.a.
18 mei 2017

Poëzie gefascineerd door het zijn, het aanwezig zijn.

Over 'Gebogen planken' van Yves Bonnefoy

Verwant

1 september 2016

De werkelijkheid is alleen van jezelf

Over 'Worst' van Ernest Hemingway
1 september 2016

Onthechting en eenzaamheid

Over 'Ik was Amerika' van Ernest Hemingway
1 september 2016

De woordenvloed van een taalvirtuoos

Over 'Waarom ik lees ' van Ernest Hemingway