Marc Jansen – Grensland. Een geschiedenis van Oekraïne

Eeuwenlang rondgesparteld op de bodem van de geschiedenis

Recensie door Adri Altink

In de eerste maanden van 2014 pikt Poetin ineens de Krim in. Met een arrogantie alsof daarmee iets wordt rechtgezet.
Het is verleidelijk om Grensland, dat nog net vóór het referendum dat de Krimannexatie bevestigde, verscheen, te gaan lezen als een verslag van een lange aanloop naar de onontkoombaarheid van de recente gebeurtenissen. Dan blijft je oog natuurlijk vooral hangen aan passages die een voorafspiegeling lijken van 2014. Zoals de strijd die kozakken en boeren onder leiding van hetman (militaire bevelhebber onder de vorst) Chmelnytsky voerden, om samen met de Tataren onder de Poolse overheersing van hun gebied uit te komen. Op zoek naar bondgenoten komen zij bij de Russische tsaar Alexej terecht en leggen een eed van trouw aan hem af. ‘In de ogen van de kozakken was het een overeenkomst tussen gelijken, maar de Moskovieten beschouwden de ceremonie als een onderwerping aan het gezag van de tsaar.’ Zie je wel – ben je dan geneigd te denken: toen had je hetzelfde gedonder al.

Maar het zit toch iets complexer, weet je na lezing van Grensland.

‘Grensland’ is de letterlijke vertaling van de naam Oekraïne. En een grensland was het al in de Klassieke Oudheid. Homerus beschreef het als ‘de in wolken en nevelen gehulde rand van de wereld’, waar de ingang naar de onderwereld lag. En in het eerste millennium na Christus was het gebied ook vanuit noordelijk standpunt een onduidelijk leegte.

Dat vage gebied heeft dankzij emeritus-hoogleraar Marc Jansen, die momenteel ook het befaamde Een geschiedenis van Rusland van J.W. Bezemer actualiseert, zijn eerste geschiedschrijving in het Nederlands gekregen. Jansen stelt in Grensland al direct het probleem dat Oekraïne, voordat het in 1991onafhankelijk werd, eigenlijk geschichtslos was. Of in de mooie verbeelding van de schrijver Boenin, die Jansen als motto gebruikt: ‘Er is op de wereld geen mooier land dan Klein-Rusland [tot ongeveer 1900 de naam van het gebied dat zo goed als samenviel met Oekraïne; AA]. En het voornaamste is dat het geen geschiedenis meer heeft, aan het historische leven van Klein-Rusland is lang geleden en voorgoed een einde gekomen. Er is alleen het verleden, liedjes, legenden – een soort tijdloosheid’.
Om een land te kunnen zijn ontbeerde Oekraïne eeuwenlang een nationale identiteit. Er werden bijvoorbeeld halverwege de 19de eeuw pogingen gedaan om die gestalte te geven door een eigen literatuur (de toenmalige dichter Sjevtsjenko wordt als ‘vader’ van de natie beschouwd) en een nationale taal en onderwijs. Maar zo gauw daardoor teveel autonomie dreigde te ontstaan greep de overheerser, in dat geval Rusland, in om die de kop in te drukken. Het is vooral Rusland geweest dat, zo laat Jansen zien, veel gedaan heeft aan de kolonisatie van het gebied door bewoners uit omliggende landen aan te trekken. Daardoor was de populatie lange tijd te heterogeen om één natie te kunnen vormen.
Maar ook geografisch was Oekraïne zelden een eenheid. Dan weer maakte het deel uit van het Ottomaanse Rijk, dan weer van het Habsburgse, dan weer van Polen en dan weer van Rusland. En steeds lagen de grenzen anders, met als schrijnend voorbeeld het begin van de twintigste eeuw toen de Oekraïeners deels onder Russisch en deels onder Oostenrijks gezag vielen. Het gevolg was dat in de Eerste Wereldoorlog 3,5 miljoen soldaten uit Oekraïne gedwongen waren ten strijde te trekken tegen 250.000 volksgenoten, de ene groep als onderdanen van Rusland, de andere namens Oostenrijk.

Zo mogelijk nog absurder was de situatie in de Tweede Wereldoorlog. Toen meldden zich 80.000 Oekraïeners aan om met de Duitsers tegen de bolsjewieken te vechten (velen verwelkomden de Duitsers aanvankelijk als bevrijders van het Russische juk), maar er waren er ook een paar miljoen opgenomen in het Rode Leger. Daarnaast gingen ook nog eens 30 à 40.000 partizanen zowel de nazi’s als de Russen te lijf.

De beide oorlogen en het interbellum laten een aanhoudende stroom zien van nationalistische bewegingen en krachtige vernietigingen daarvan, pogroms, verschuivingen van landsgrenzen, terreur en een niet aflatend moorden. Berucht daaronder is de Holodomor, de bewust door Stalin gecreëerde hongersnood waardoor in ‘de graanschuur van Europa’, die de Oekraïne was, miljoenen stierven van gebrek aan voedsel en gedreven werden tot beestachtige daden. Oekraïne werd daarmee volgens Timothy Snyder in zijn verpletterende boek Bloedlanden het bloedigste land van Midden-Europa. Er vielen 3,5 miljoen slachtoffers (niet alleen Joden) door de massamoorden van de nazi’s, 3 miljoen sneuvelden op het slagveld en nog eens 3,5 miljoen als gevolg van de terreur, de deportaties en de uithongering door Stalin.

Oekraïne komt uit de Tweede Wereldoorlog te voorschijn als een Sovjetrepubliek, die door ‘de uitroeiing van de Joden, de deportatie van de Polen en de uittocht van de Duitsers’, zoals Jansen schrijft, ‘etnisch homogener (was) dan ooit. Maar dit ging wel gepaard met een aanzienlijke toestroom van Russen en druk op Oekraïners om zich meer aan de Russische omgeving aan te passen’. Als teken van de vriendschap met Rusland kreeg Oekraïne in 1954 de Krim ten geschenke – de donatie die in het conflict dat we in 2014 dagelijks krijgen voorgeschoteld, door Rusland als een historische vergissing wordt beschouwd. Wat in die naoorlogse jaren volgt is een nieuwe russificatie, waarin de terminologie verandert: Rusland heeft het niet meer over ‘inlijving’, maar over ‘hereniging’. Alsof slechts de geschiedenis recht wordt gedaan. Het lijkt in het vocabulaire van Poetin eveneens vetgedrukt te staan.

Met de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1991 roept Oekraïne haar onafhankelijkheid uit. In een referendum onderschrijft ruim 90% van de stemgerechtigden (de opkomst bedroeg 85%) die keus. Zelfs op de Krim zei meer dan 50% ja. Maar, waarschuwt Jansen, ‘de onafhankelijkheid was een van bovenaf tot uitvoering gebracht project met slechts een minimale inbreng van onderop. Zo werden dezelfde politici en managers die het Sovjetsocialisme in stand hadden gehouden nu de grondleggers van de nieuwe Oekraïense staat’.

De verdeeldheid bleef. De jaren na 1991 waren er van deceptie, economische achteruitgang en vooral van corruptie en verrijking van de elite. Oekraïne was in economische zin een land met mogelijkheden en het was strategisch van belang vanwege de ligging op de grens van Europa en Rusland. Het is daarom verleidelijk om een scheiding te zien tussen West-Oekraïne, dat aansluiting bij Europa wil en het oosten dat naar de schoot van Rusland terugverlangt. Jansen zet uiteen dat die opdeling wat al te simplistisch is. Duidelijk is wel dat een overtuigende eenheid ontbreekt. Voor een deel is dat te wijten aan de al genoemde geschichtslosigkeit. En voor zover die geschiedenis er wel is, wordt ze selectief opgedist. In het Oekraïense onderwijs worden nog altijd essentiële zwarte bladzijden doodgezwegen. ‘We hebben eeuwenlang op de bodem van de geschiedenis rondgesparteld’, citeert Jansen de schrijfster Zaboezjko. Maar, zo voegt hij er aan toe: een aanzienlijk deel van het volk heeft het paternalisme afgelegd en laat niet langer met zich sollen.

Grensland ligt in de winkel midden in wéér een roerige en lastig te duiden episode van de Oekraïense geschiedenis. Het komt dan ook aan een dramatische vraag niet toe en dat realiseert de auteur zich: ‘Op het moment dat dit boek verschijnt is Oekraïne in een crisis beland die de territoriale integriteit zoniet het pure voortbestaan van het land bedreigt’. Voorzichtig meldt hij dat het raadzaam leek niet met publicatie te wachten. Ook al motiveert Jansen dat besluit dus niet, we mogen er blij mee zijn. Hij heeft een helder verhaal geschreven dat het inzicht vergroot in de achtergronden van het huidige conflict en het DNA van een nog zo kort als zelfstandige natie bestaande entiteit. Dat doet hij op voorbeeldige wijze. Het verdient alleen al bewondering hoe hij de lezer in alle chaotische verwikkelingen met vaak duistere motieven mee weet te nemen door nergens de grote lijn uit het oog te verliezen. Hij schrijft beeldend, laat literaire getuigen als Babel en Paustovski aan het woord, verheldert kernachtig begrippen, vermeldt betekenisvolle details en gebruikt smeuige citaten (‘Gratis kaas vind je alleen in een muizenval’). Bovendien is Jansen niet te beroerd om iets heel beknopt nog eens uit te leggen als het bij de lezer weggezakt mocht zijn (de Geünieerden, wie waren dat ook al weer?). Zoals een goede docent het opnamevermogen van zijn luisteraars naar zo’n complex verhaal weet in te schatten.

 

Omslag Grensland. Een geschiedenis van Oekraïne - Marc Jansen
Grensland. Een geschiedenis van Oekraïne
Marc Jansen
een geschiedenis van Oekraïne
Verschenen bij: Uitgeverij G.A. Van Oorschot B.V.
ISBN: 9789028261037
302 pagina's
Prijs: € 14,90

Meer van Adri Altink:

Recent

18 december 2017

Onvergetelijke hommage aan de Shakespeare van de lage landen

Over 'Ik, Vondel' van Hans Croiset
14 december 2017

Vergane Hollywoodglorie in de Maghreb

Over 'De oppermachtigen' van Hedi Kaddour
13 december 2017

Literatuur uit de provincie

Over 'Ergens op het eind' van Erik Nieuwenhuis
12 december 2017

Troosteloos zal het in Twente wezen

Over 'De heilige Rita' van Tommy Wieringa
11 december 2017

Niet alles hoeft begrepen om te zien hoe prachtig het is

Over 'Finisterre' van Eugenio Montale

Verwant