25 augustus 2009

Voorpublicatie biografie Gerard Reve

VOORPUBLICATIE GERARD REVE’S VRIENDIN IN DE OORLOGSJAREN

In de driedelige biografie Gerard Reve. Kroniek van een schuldig leven, waarvan het eerste deel 30 oktober verschijnt, legt Nop Maas een schat aan nieuwe informatie bloot over Reve’s veelbewogen leven. De door Reve in omloop gebrachte mythes worden ontrafeld; de verwevenheid van leven en werk wordt, voor zover mogelijk, vastgelegd.
Deel één bevat een schat aan nieuwe gegevens over Reve’s jeugd, de verhouding tot zijn broer Karel, zijn homoseksualiteit, zijn communistische verleden en de godsdienst en over de vaak moeizame totstandkoming van zijn werk. Ook wordt zijn ‘Engelse periode’, in de tweede helft van de jaren vijftig, voor het eerst in details geopenbaard.
Het onderwerp van de voorpublicatie uit het eerste deel, De vroege jaren (1923-1962), is tot dusver zo goed als onbekende liefdesrelatie tussen Gerard Reve en Tine Fraterman tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Zie ook www.vanoorschot.nl

Recent

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

14 september 2017

Daar waar granaten fluiten

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer