20 april 2015

Granta – Another way of seeing, reactie op de NRC bespreking

Soms schiet een krantenartikel in een verkeerd keelgat. Dat van Toef Jaeger bijvoorbeeld in NRC- Handelsblad over Indiase literatuur. Kun je je er zo makkelijk van afmaken als Jaeger deed?  Lodewijk Brunt vindt van niet.

Zojuist verscheen een speciaal Indianummer van het onvolprezen Granta, tijdschrift voor nieuwe literatuur: Another Way of Seeing. Bijna twintig jaar na een ander Indianummer: The Golden Jubilee, naar aanleiding van de vijftigjarige onafhankelijkheid. Er is enige continuïteit te bespeuren – beide nummers zijn geredigeerd door Ian Jack, destijds in 1997 hoofdredacteur van het blad, nu gastredacteur. In beide nummers ook een bijdrage over de ‘Grote Ziel’ van de natie, Mahatma Gandhi. In het jubileumnummer over zijn bijdrage aan de onafhankelijkheid, nu over zijn studietijd in Londen. Symbolisch: de man is een onuitputtelijke bron van inspiratie, ook voor de literatuur. Hoewel? Beide bijdragen werden geschreven door buitenlandse India-correspondenten, respectievelijk Trevor Fishlock en Sam Miller. Zou er geen enkele interessante bijdrage van Indiase hand te vinden zijn geweest? Je zou denken dat er na de recente biografie van Ramachandra Guha en de controverse over Joseph Lelyvelds Great Soul materiaal voor het oprapen lag.

Er zijn ook verschillen. Is de Indiase literatuur van karakter veranderd? Eind jaren 1990 was een booming periode voor Indiase romanschrijvers, je kreeg de indruk dat er iedere maand wel een nieuw meesterwerk verscheen – zeker nadat Arundhati Roy de Booker Prize in de wacht sleepte met haar debuut: The God of Small Things. Amerikaanse en Britse uitgevers betaalden exorbitante voorschotten aan auteurs als Hari Kunzru (The Impressionist), Aravind Adiga (The White Tiger), Kiran Desai (The Inheritance of Loss), Jhumpa Lahiri (The Interpreter of Maladies), literaire prijzen daalden op hun hoofd neer als sneeuwvlokken. De soms bijna hysterische opwinding lijkt voorbij, sommige schrijvers zijn gevestigde namen geworden, van anderen hoor je nooit meer iets. Dit alles betreft overigens de Engelstalige literatuur. Van gedichten of proza die in een van de talrijke inheemse talen worden geschreven, dringt zelden of nooit iets in de buitenwereld door, toen niet, nu nog niet – met sweeping statements over ‘de’ Indiase literatuur kun je maar beter terughoudend zijn.

Van enige bescheidenheid is geen sprake bij NRC Handelsblad, dat bij monde van Toef Jaeger het verschijnen van Granta aangreep om de Indiase literatuur in z’n geheel door te lichten, in heden, verleden en toekomst, onder de titel Geen traditie, geen curry, alleen wanhoop (3 april 2015), maar liefst over twee volle pagina’s. Het verschil tussen de twee themanummers van Granta is ‘groot’, aldus Jaeger. Allicht, zou je zeggen, twintig jaar geleden ging het om de viering van de onafhankelijkheid, nu over – letterlijk – manieren van kijken. Another Way of Seeing is de titel van het themanummer, maar het is ontleend aan een bijdrage waarin Gauri Gill in haar landschapsfoto’s de schilderijen en persoon van de tribale kunstenaar Rajesh Vangad tot leven probeert te brengen. Jaeger ziet dat over het hoofd, voor haar is het nummer een middel om ‘grip te krijgen op de recente Indiase literatuur’. Haar stelling is dat meer welvaart leidt tot meer reflectie – de bloeiende Indiase economie heeft een nieuwe literatuur voortgebracht: de literaire non-fictie. Waar ze dit op baseert, afgezien van een paar slordig geciteerde opmerkingen uit de inleiding van Ian Jack, is niet helemaal duidelijk. Ze noemt één voorbeeld, de bijdrage van Aman Sethi over de zogenaamde ‘liefdeskruistocht’ (love jihad) die zou plaatsvinden in India: islamitische jongens die als een soort lover boys hindoemeisjes meelokken naar Pakistan om daar de kinderen te fokken die later als soldaten zullen terugkeren om India te vernietigen. Een aardige, maar niet bijzonder goed geschreven journalistieke reportage over een fanatieke volgeling van premier Narendra Modi die beweert dat hij het verschijnsel ‘ontdekt’ heeft. Jaeger spreekt eerbiedig over deze reportage-dialoog als nieuw literair genre, maar stukken van dit kaliber kun je vrijwel dagelijks in Nederlandse kranten vinden – alledaagse journalistiek, verdienstelijk, maar niets bijzonders. Uit haar weergave van het stuk kun je trouwens opmaken dat ze geen flauw idee heeft waar het eigenlijk over gaat.

De hedendaagse Indiase literatuur zou volgens Jaeger ook minder dan voorheen zuchten onder een ‘dieet van curry, grote families en mythologieën verpakt in historische tragedies’. Meer ‘menselijke verhalen die hun kracht ontlenen aan het drama, niet aan de locatie’. Alsjeblieft! Ze bespreekt een nieuw boek van Akhil Sharma als voorbeeld van die richting – maar waar zet ze zich tegen af? Ze typeert heel India en de Indiase literatuur in het bijzonder als ‘narcistisch’ en ontleent dat aan V.S. Naipaul. Curieus, want ze had in de bijdrage van Sam Miller een vernietigend oordeel over die uitlating van Naipaul kunnen vinden; bovendien had ze ook kunnen zien dat Naipaul India niet ‘narcistisch’ noemde, maar sprak over Gandhi’s ‘navelstaarderij’.

Was de Indiase literatuur twintig jaar geleden eigenlijk zo in zichzelf gekeerd? Zo aan ‘locatie’ gebonden? Zo weinig ‘dramatisch’? Je zou lijsten van schrijvers kunnen noemen – vooraanstaand, invloedrijk, baanbrekend – die je met een dergelijke karakterisering onherkenbaar zou verminken: Anita Desai, Sashi Deshpande, Rohinton Mistry, Anita Nair, Rushira Mukerjee, Akhil Sharma, Chughtai Ismat, Thrity Umrigar, Shauna Singh Baldwin. En werd er twintig jaar geleden geen literaire non-fictie geschreven? Een klap in het gezicht van Sankarshan Thakur (The Making of Laloo Yadav), Kalpana Sharma (Rediscovering Dharavi), Pinki Virani (Once Was Bombay; Aruna’s Story) of Husain Zaidi (Black Friday). Indiase auteurs, zegt Jaeger parmantig, hoeven niet meer te schrijven over samosas, door de toegenomen welvaart hebben ze meer Indiase lezers. Ze citeert Jack, maar opnieuw met ongehoorde slordigheid. Jack zelf baseert zich op Amitava Kumar die schreef dat Engelstalige Indiase auteurs voorheen teveel geneigd waren om te ‘vertalen’ ten behoeve van een Westers lezerspubliek – niet alleen woorden als samosa, ook verhalen en plots. Het klinkt reuze interessant, maar het is onwaarschijnlijk. De grote Indiase schrijvers, Rushdie en Desai voorop, hebben aan die neiging nooit toegegeven, maar ook in het werk van veel anderen is er geen spoor van te vinden.

Heeft Jaeger dan toch tenminste gelijk als ze zegt dat non-fictie een veel belangrijker plaats inneemt tegenover fictie dan twintig jaar geleden? Dat zou moeten blijken uit de bijdragen aan de Granta-nummers 57 en 130. In de recente aflevering staat inderdaad relatief veel non-fictie: acht van de twintig bijdragen, tegenover negen fictie en drie gedichten. Maar hoe was het twintig jaar geleden? Je zou – afgaande op de stelling van Jaeger – aanzienlijk meer fictie verwachten, de nieuwe genres waren volgens haar immers nog niet ontwikkeld. Nee, dus. In het jubileumnummer vind je slechts vier bijdragen fictie tegenover maar liefst vijftien non-fictie stukken en twee gedichten.

Op basis van haar eigen waarnemingen valt er dus een duidelijke conclusie te trekken over de Indiase literatuurgeschiedenis zoals NRC Handelsblad deze presenteert: flauwekul. Wat Jaeger blijkbaar eveneens totaal is ontgaan, betreft een ander verschijnsel. In 1997 was bijna de helft van alle bijdragen afkomstig van Engelsen en Amerikanen, het nummer van 2015 is vrijwel voor honderd procent volgeschreven door Indiase auteurs. Het is duidelijk wat zich in de afgelopen twintig jaar voltrokken heeft: de redactie van Granta heeft eindelijk ontdekt dat je een portret van India gerust aan Indiase schrijvers kunt overlaten.

 

Lodewijk Brunt is emeritus hoogleraar Stedelijke vraagstukken aan de Universiteit van Amsterdam. Hij heeft gerecenseerd in o.a. VN, HP, NRC, Parool. De laatste jaren is hij met vertaalwerk bezig, met name uit het Hindi.  Door zijn kennis van India (en het Hindi/Urdu), waar hij vele jaren onderzoek heeft verricht, is hij goed op de hoogte van het werk van Indiase auteurs.

 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

28 mei 2007

´Het eerste bezoek was een klucht. Niet zomaar banaal lachen en dijen kletsen. Nee, het was, hoe meer ik erover nadenk, de verfijnde onderbroekenlol van een oude professor die te midden van kunst en antiek plotseling tegen me zei: ´Laat uw broek maar even zakken.´´

´Het eerste bezoek was een klucht. Niet zomaar banaal lachen en dijen kletsen. Nee, het was, hoe meer ik erover nadenk, de verfijnde onderbroekenlol van een oude professor die te midden van kunst en antiek plotseling tegen me zei: ´Laat uw broek maar even zakken.´´

Wie had ooit gedacht dat deze aanlokkende openingsalinea door ons eigen Peter Brusse werd opgeschreven? Brusse, bij het grote publiek voornamelijk bekend als voormalig buitenlands correspondent voor de Volkskrant en het NOS Journaal in Londen maakt met het vlindernet zijn debuut als romanschrijver.

Lees meer