20 juli 2017

Nog niet afgestompt

Door Els van Swol

Monique Champagne, de hoofdpersoon in het boek Vissen redden van Annelies Verbeke, staat te koken in de keuken en zingt ondertussen uit volle borst met de muziek van de radio of een cd mee. Nummers uit de Tweede Wereldoorlog die over liefde gaan. ‘Ze dreef haar stem tot het uiterste, waardoor haar keel soms dichtkneep en slechts een pijnlijk hoesten voortbracht.’ Het zegt veel over Monique, wier relatie is gestrand en die haar eigen verdriet ontkent, en over de tijd van de Tweede Wereldoorlog. Het leven ging toen zo goed en zo kwaad als het ging door. Je kocht zelfs, las ik eens in een boek van Henk Hofland, Sinterklaascadeautjes bij de Bijenkorf. Je klampte je aan het leven van alledag vast als aan reddingsboei, vol hoop op een toekomst van vrede.

Het komt nu wellicht vreemd over., maar ook ik heb lang meer op gehad met mensen die na de Tweede Wereldoorlog het roer rigoureus omgooiden. Die braken met dat misschien wat gezapige beeld waarin alles gewoon doorging alsof er niets aan de hand was. Compleet met zoete liedjes en cadeautjes. Ik had meer op met componisten die de tonaliteit de rug hadden toegekeerd en atonale twaalftoonsmuziek schreven. Muziek van de zogenaamde verloren generatie, van componisten die na de Tweede Wereldoorlog doorgingen met componeren in een gematigd-modern vooroorlogs idioom, zei me niet zoveel.
Tot ik op de autoradio eens een stuk hoorde dat ik niet herkende en dat me in zijn greep hield. Het bleek een van de strijkkwartetten van Lex van Delden te zijn. Een van de componisten van die verloren generatie, die ook nog eens in onze straat woonde en met wiens zoontje ik regelmatig op straat speelde, zodat hij over ons heen moest stappen om zijn huis in te kunnen komen.

Hij heette anders (Alexander Zwaap), had eigenlijk arts willen worden, zat in het verzet en werd uiteindelijk componist en muziekrecensent. Was vader van nog een zoon, de inmiddels overleden acteur en naamgenoot, die ik in mijn werkzame leven leerde kennen als behoeder van het nalatenschap van zijn vader.
Misschien is het uiteindelijk zelfs zo, dat in die doorgaande lijn – waarbij de Tweede Wereldoorlog niet als een breuk wordt gezien -, eerder tot uitdrukking komt dat de oorlog niet zomaar uit de lucht is komen vallen. Het gematigd-modernisme van Van Delden drukt dit duidelijk uit. Van nationalisme naar nieuw nationalisme. Ik ervaar het soms als beangstigend dat wij nu, net als rond de Tweede Wereldoorlog, ook gewoon doorgaan met liedjes zingen, cadeautjes kopen, met het leven van alledag, maar misschien zit dat als overlevingsstrategie gewoon in onze genen.

Gelukkig zijn we als het goed is nog niet zo afgestompt, dat we af en toe ten diepste worden geraakt door een stuk muziek, bijvoorbeeld door een van de drie strijkkwartetten van Lex van Delden.

 

 

 

Recent

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

14 september 2017

Daar waar granaten fluiten

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer