10 april 2017

Kernachtig

Door Adri Altink

In het tijdschrift Onze Taal van deze maand staat een gesprek met de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb. Hij vertelt dat het op muziek zetten van gedichten in de Arabische cultuur veel normaler is dan bij ons. Poëzie behoort in die landen meer tot de traditie. Grappig in het interview, is zijn verwijzing naar de verschillen in beeldspraak. Wat wij ‘de grijze golf’ noemen, zijn in Marokko ‘mensen van wie het haar vlam heeft gevat.’ Wat is er nu duffer dan die onbestemde kleur grijs en die op gevaar duidende golf, denk ik dan? Dan is die Marokkaanse versie toch heel wat kleurrijker en energieker!

Een bijzonder prikkelende bijvangst van mijn werk met nieuwkomers in Nederland, is dat mijn belangstelling voor taal alsmaar nieuwe voeding krijgt. Kort geleden vroeg ik aan een jongen uit Eritrea met wie ik veel contact heb, om een bericht – geschreven door mij – om te zetten in Tigrinya, de moedertaal van veel van zijn landgenoten. Mijn tekst besloeg ongeveer vijfentwintig regels. In zijn vertaling werden die bijna gehalveerd. Verwonderd vroeg ik hem of hij alles wel had overgenomen. Spontaan bood hij me aan me zijn vertaling woord voor woord toe te lichten – ik moet wel eens geduld hebben met hen, maar zij hebben dat ook met mij. Hij liet me zien hoe ongelooflijk veel kernachtiger Tigrinya is dan het Nederlands.

Met uitzondering van het Grieks heb ik me nooit verdiept in talen met een andere schriftuur, zoals Japans, Chinees, Hebreeuws of Arabisch. Maar vanaf het eerste moment dat ik persoonlijk een Afghanistaanse Farsi zag schrijven en een Syriër Arabisch, trof me de ongelooflijke sierlijkheid van het schrift. En de zorg waarmee de letters worden neergeschreven. Toen ik dat eens opmerkte tegen een inburgeringsdocente die Arabisch studeert, adviseerde zij me Het Arabische alfabet van Nicolas Awde en Putros Samano eens te lezen. Het boekje (in 2006 uitgekomen bij Van Gennep) is maar 142 pagina’s dik, met bovendien veel wit op de bladzijden, maar het bleek zeer onderhoudende kost.

Ik leer er onder andere uit dat het Arabisch een ongelooflijk doordachte en systematisch samenhangende taal is. Meer dan het Nederlands. Bij ons zijn bijvoorbeeld schrijven, schrift, schrijver en het hiervoor gebruikte schriftuur verwant aan elkaar. Maar de relatie met boek, verslaggever of klerk is ver te zoeken. Zo niet in het Arabisch. Daar kun je aan woorden voor dicteren, boek, kantoor, brief en zelfs abonnee zien dat het gaat om produceren, consumeren of gebruiken van schrijfwerk. Schrijven is in het Arabisch (in transcriptie) kataba. De medeklinkers k, t en b keren terug in elk woord dat ook maar iets met schrijven te maken heeft. Kitaab is een boek, maktab is een kantoor, mukaatib is een verslaggever, maktuub is een brief.

Ik moet overigens niet te zeer romantiseren. Er zijn ook gevallen waarin je het bos wordt ingestuurd. Katiiba bijvoorbeeld bevat de medeklinkers k, t en b, maar het betekent eskadron. Daarin wordt in de regel niet de pen als wapen gehanteerd. Maar wat is het een bijzonder leuk boekje!

 

 

Recent

18 april 2017

De natuur zijn

Literair Nederland - 10 jaar geleden

30 april 2007

Nederland gaat al jaren gebukt onder een stroom van literatuur over inktzwart geloof. Destijds waren het schrijvers als Maarten ’t Hart en Maarten Biesheuvel, die afrekenden met hun gereformeerde verleden. Van meer recente datum is het succes van Jan Siebelink. Peter Delpeut (1956) is cineast en schrijver, hij observeert als geen ander. Nu heeft hij een historische roman geschreven, die zich afspeelt aan het einde van de 19e eeuw in een moerasdelta ergens in het oosten van Nederland. Het geloof heeft in deze streek een greep op de samenleving en aanvankelijk deint Pastoor Peters braaf mee op de rimpelloze waterstroom van deze benauwde gemeenschap. Wie denkt dat Delpeut zich schaart onder de reli-krakers komt echter bedrogen uit. Hij schrijft vele malen mooier dan de dulle Siebelink. De prachtige natuurbeschrijvingen of andere observaties van Delpeut weerspiegelingen op virtuoze manier de zieleroerselen van de hoofdpersoon. Dat is een stijlfiguur, die vakmanschap vereist en Delpeut beheerst zijn metier, terwijl we hier nota bene met een romandebuut te maken hebben. (..)’Hij keek rond in zijn kerk. Door de gebrandschilderde ramen glipte nog juist het laatste licht van de dag binnen. Van buiten leek de kerk een lomp gebouw. De huizen van het dorp waren er eenvoudig te dicht bovenop gebouwd. De verhoudingen waren zoek.’(..)

Nederland gaat al jaren gebukt onder een stroom van literatuur over inktzwart geloof. Destijds waren het schrijvers als Maarten ’t Hart en Maarten Biesheuvel, die afrekenden met hun gereformeerde verleden. Van meer recente datum is het succes van Jan Siebelink. Peter Delpeut (1956) is cineast en schrijver, hij observeert als geen ander. Nu heeft hij een historische roman geschreven, die zich afspeelt aan het einde van de 19e eeuw in een moerasdelta ergens in het oosten van Nederland.

Lees meer