7 februari 2013

Gevangenisliederen – Liao Yiwu

‘Baardaaps ziekte ernstig’

Recensie door Adri Altink

‘Baardaaps ziekte ernstig’

Liao Yiwu is bezig illegaal naar het buitenland te vertrekken met achterlating van zijn zwangere vrouw. Hij weet dat hij al een tijd wordt gevolgd door Veiligheidsagenten. De staat houdt hem al lang scherp in de gaten vanwege zijn gedicht Bloedbad. Dat gaat over het neerslaan van de studentenopstand op het Tienanmenplein in Bejing op 4 juni 1989. Liao heeft bovendien met een stel kunstenaars net een film voltooid rond zijn nieuwe gedicht Requiem, eveneens een verwijzing naar de bloedige onderdrukking van de opstanden. Dan wordt hij gearresteerd. Het is 16 maart 1990. Vrienden telegraferen zijn vrouw A Xia in code: ‘Baardaaps ziekte ernstig’. Kort daarna wordt ook zij gearresteerd, maar ze komt op borgtocht vrij. Liao blijft vijf jaar vast zitten.

Liao Yiwu heeft op de foto die zijn, nu in het Nederlands vertaalde Gevangenisliederen siert, niets van een baardaap. Hij kijkt de lezer gladgeschoren en met een kaal hoofd aan. Zijn haren gingen er onmiddellijk af toen hij werd vastgezet in het Huis van Bewaring ‘de Dennenberg’ in Chongqing. Na zijn gevangenschap besloot hij het nooit meer te laten groeien.
Hoe lieflijk ‘de Dennenberg’ ook mag klinken, de werkelijkheid was een hel. Het grootste deel van het boek beschrijft zijn verblijf tussen de kwelgeesten en criminelen waartussen hij leefde, eerst in dat Huis van Bewaring en aansluitend in diverse andere gevangenissen.

De dichter en muzikant Liao Yiwu (ook bekend als Lao Wei), werd geboren in 1958. In eigen land is zijn werk verboden, maar in Europa krijgt het groeiende aandacht sinds hij in 2012 de Vredesprijs van de Duitse Boekhandel won. In 2011 was het hem eindelijk gelukt te vluchten naar Duitsland.

Liao schrijft zijn herinneringen onverbloemd op. Herinneringen inderdaad, want schrijven tijdens zijn gevangenschap was nauwelijks mogelijk. Wat hij op papier zette, werd zodra het ontdekt werd, in beslag genomen. Bovendien werd het manuscript dat hij na zijn gevangenschap vrijwel af had bij een inval in zijn huis in oktober 1995 in beslag genomen. Het boek dat nu vertaald is de versie waaraan hij toen opnieuw moest beginnen.

Het eerste gedeelte bestrijkt de jaren voor Liao’s arrestatie en bevat de aanloop naar de verfilming van het gedicht Requiem. De volledige tekst van dat gedicht en van Bloedbad zijn in dat gedeelte opgenomen.
In de rest van het boek krijgt de lezer een exposé van het leven in gevangenschap waarin sadisme, wreedheden en vernederingen zich aaneenrijgen op een manier die voor de lezer bijna voelbaar worden. In het Huis van Bewaring vormen de gevangenen een ‘slavensamenleving’ volgens een strenge hiërarchie met aan de top de superieuren en onderaan het minste boeventuig. Hoe lager je status is, hoe meer je te verduren hebt van de ‘hogere klassen’. Lijfstraffen bijvoorbeeld worden door de hogeren in de pikorde op de lageren uitgevoerd. Daarvoor geldt een ‘menu’ dat onder andere de volgende straffen kent:

4. Keelpastilles: de bestrafte wordt met de zijkant van een hand op de adamsappel geslagen […]; de bestrafte kan dagen niet slikken, heeft één of twee weken een hese stem en pijn tijdens het spreken.

5. Gespietste varkenssnuit: de boven- en onderlip van de bestrafte worden met veel kracht afgeklemd tussen twee bamboestokjes, waardoor ze opzwellen, blauwzwart verkleuren en al snel op een varkenssnuit lijken.

Het ‘menu’, zoals Liao Yiwu het zich herinnert telt liefst 45 van dat soort straffen – maar de schrijver wijst er op dat hij er waarschijnlijk een aantal is vergeten. Het hele boek door beschrijft Liao tal van toepassingen ervan. Ook in vechtpartijen tussen gevangenen passeert het hele scala op een zo realistische manier dat je er als lezer bijna onpasselijk van wordt.
In de gevangenis waarin Liao Yiwu na acht maanden terecht komt is het van hetzelfde laken een pak, al zit hij hier niet meer temidden van dieventuig maar tussen zware criminelen en contravolutionairen. Als de gevangen willen slapen liggen ze met hun mond in de stinkende adem van de buurman of tussen diens rottende tenen.

Onze cellen leken op de wildedierenkooien in de dierentuin. Twee, drie orang-oetans of tijgers hadden net zoveel ruimte om te eten en zich te laten bekijken als wij, zeventien aangeklede beesten.

En dan zijn er de verhoren, die zich zo vaak herhalen dat je op den duur niet meer weet wat je eerder hebt gezegd en alles wat je ooit zou kunnen hebben gesuggereerd als bewijs tegen je wordt gebruikt. Na zo’n verhoor moet Liao eens door een stortregen terug naar zijn cel. In zijn eentje.

Ik rende meteen de trap af. Op de parkeerplaats bleef ik staan. Ik bleef wel een kwartier lang naar boven kijken. Sinds ik in de gevangenis zat, had ik de hemel niet meer gezien; hij was zo groot, zo machtig. Donkere wolken die voortdurend veranderden, als een kudde vluchtende paarden, met vliegende manen, van de ijzeren hoeven schoten bliksemschichten, mijn ziel zat sinds lang op de rug van een paard, hij had allang de nachtelijke hemel bereikt!
[…] Ik kwam veilig terug in de cel en dankte God dat Hij me in de wind en regen twintig minuten voor mezelf had gegeven. Ik was een week lang verkouden, dat was de prijs die ik voor dit ogenblik van vrijheid moest betalen.

De verhoren blijven jaren achtereen plaatsvinden. Of de ondervraagde de beschuldigingen tegenspreekt of bekent lijkt niet veel uit te maken. Voortdurend wordt Liao overgeplaatst naar andere inrichtingen zonder dat hij de werkelijke reden daarvoor te horen krijgt.

Naast de treiterijen, de vechtpartijen en de straffen is er de dwangarbeid. Er moet een steeds grotere productie aan medicijnverpakkingen worden geleverd. Pas als Liao tegen het einde van zijn opsluiting eerst terecht komt in de provinciale gevangenis met de schuilnaam ‘Postvak 2106’ en daarna in de afgelegen ‘Gevangenis 3’ krijgt hij minder geestdodend werk. Overigens wordt hem ook dan niet gezegd waaraan hij dat te danken heeft.

Liao Yiwu vertelt zijn belevenissen niet larmoyant. Evenmin schetst hij zwart/wit portretten van moordenaars en verkrachters versus tegenstanders van het regime. Tussen alle ellende door luistert hij naar levensverhalen van medegevangenen. Met enkelen raakt hij bevriend.
Gaandeweg krijgt het boek mede door de gesprekken die hij met die vrienden heeft, steeds meer diepgang. Ze gaan over de zin van verzet, over het belang van geschiedenis en het misbruik ervan, over geweldloosheid, over literatuur en over de waardigheid van de mens. Ook hierover doet hij geen stellige uitspraken. Meerdere keren betwijfelt hij of hij daadwerkelijk iets heeft bereikt met zijn lijdensweg. De offers zijn groot. Zo keert zijn vrouw A Xia zich van hem af. Zijn dochtertje, geboren tijdens zijn gevangenschap, ziet hij, ook na zijn vrijlating in 1994 maar een paar keer. Wat hij heeft moeten doorstaan is nauwelijks in woorden te vatten: ‘Ik heb nog nooit een regel van een Chinese schrijver gelezen die me dieper raakte dan de werkelijkheid zelf.’ En tegen het slot van het boek zegt hij over de schrijvende politieke gevangene: ‘Zijn leven is gebaseerd op een schrikbeeld dat dieper is geworteld dan de angst voor het opgesloten-zijn of angst voor lichamelijk verval – hij is bang om vergeten te worden. Hij hoopt dat de mensen buiten zich hem zullen herinneren en dat ze waardering kunnen opbrengen voor het feit dat hij vanwege zijn geweten, vanwege de waarheid in de klauwen van de werkelijkheid terecht is gekomen. Maar vergeten is een sterk instinct, en zowel in het Oosten als in het Westen is daar voldoende aanleiding toe.’ Zijn conclusie is somber:

‘Hebzucht werd een menselijke deugd, evenals bedrijfsfusies, ontslag van werknemers, dakloosheid, het verlies van banen, corruptie, prostitutie en ordinaire roof. De verbreiding van de weliswaar vreedzame, maar moorddadige handelscrisis ontwricht keer op keer het kapitaal van hele samenlevingen. De slachting van de vierde juni valt daarbij in het niet. […] Met andere woorden: de nadruk op productie verleidt gemeenschappen om de mode te volgen. De geschiedenis, het lijden en de oorzaken daarvan worden consumptieartikelen die men naar believen naar zijn hand kan zetten. […] Wat moeten we in onze wegwerpcultuur met zoiets ouderwets als politieke gevangenen? Ze rehabiliteren? En wat dan?’

Toch kan Liao Yiwu niet anders dan schrijven: ‘Bij het schrijven bestaat er geen waarom.’

Gevangenisliederen is aangrijpend, rauw en menselijk.
Het stelt grote vragen.
Het knaagt aan je.


Gevangenisliederen
China achter tralies

Auteur: Liao Yiwu
Vertaald door: Meile Snijders en Annousjka Oostindiër
Verschenen bij: Uitgeverij Atlas Contact (2012)
Aantal pagina’s: 480
Prijs: € 49,95

 

 

 

Gevangenisliederen
Liao Yiwu
ISBN: 9789025439460

Meer van Adri Altink:

11 oktober 2017

De stijl tekent de man

Over 'Mijn grote appartement' van Christian Oster
27 september 2017

De mens moet geen god willen zijn

Over 'Aan een onbekende god' van John Steinbeck
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník

Recent

18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong
12 oktober 2017

Een antikrimi

Over 'De rechter en zijn beul' van Friedrich Dürrenmatt

Verwant

7 februari 2013

Dappere revanche

Over 'Heilbrons hel' van Liao Yiwu
7 februari 2013

Ik steek de Styx over en ik neem mee

Over 'De laatkomer' van Liao Yiwu