16 januari 2017

Geen slecht mens

Door Adri Altink

Meteen na onze binnenkomst barst de man naast mij uit in een waterval van woorden. Hij vindt het bar weer. Het schaadt zijn werk. Hij was loodgieter, zo verneem ik, maar sinds het bedrijf van zijn baas failliet ging, is hij voor zichzelf begonnen. Als klusjesman. Dan heb je het niet gemakkelijk met al die regels, legt hij ongevraagd uit. En dan is er nog de hebzucht van de banken. Het is allemaal de schuld van onze slappe regeerders. Zijn verhaal dijt uit, zonder dat ik er tussen kan komen, naar de wereldproblemen: ‘Ik voorspel dat we over drie jaar weer een wereldoorlog hebben.’ Het wordt tijd voor een sterke man, ook in Nederland, vindt hij: ‘Inderdaad: Wilders.’

Ik krijg steeds meer last van plaatsvervangende schaamte vanwege de plek waar ik me bevind. Mijn vrouw en ik zijn op kraamvisite bij een Syrisch gezin dat sinds een jaar in ons dorp woont. Waarom tref ik uitgerekend hier deze man met zijn tirade. Quasi-grappend zeg ik hem dat het me verbaast dat hij hier op de bank zit. ‘Je weet toch dat Wilders niks moet hebben van die vluchtelingen binnen onze landsgrenzen?’ probeer ik. ‘Ja, dat klopt. Maar dit zijn heel vriendelijke mensen.’ Hij blijkt een paar huizen verder in de straat te wonen.
Wijzend op de puberzoon van het gezin zegt hij: ‘Ik ga hem gitaar leren spelen, hè!’ Hij grijpt het instrument van achter onze zitplek en tokkelt een eind weg. De zoon, die zijn pasgeboren zusje de fles zit te geven – een boekje van Nijntje voor hem op tafel als bescheiden begin van Nederlands boekenbezit – grinnikt terug. ‘Ik heb de gitaar over en hij mag hem hebben. Maar je gaat wel leren spelen, hè. ’Na een kwartier stapt hij op, bij het weggaan nog altijd pratend.

‘Sorry’, zegt de vrouw lachend tegen ons: ‘ik had gezegd dat jullie kwamen, maar hij blijft altijd zo lang hangen.’
‘Ik schrok een beetje van hem’, reageer ik. ‘Die mond staat niet stil. En wat hij te zeggen heeft is wat meer Nederlanders over vluchtelingen denken. Krijgen jullie daar geen onbehaaglijk gevoel van?’
Ze lacht nu breeduit en wuift het weg. ‘Hij is heel aardig, hoor. Hij helpt ons vaak.’
Na een uurtje knuffelen met de baby en praten over rituelen rond een geboorte gaan we naar huis. Daar kijken we met een lichte ontroering terug op de klusjesman: iemand die luidruchtig zijn angsten probeert te bezweren. Een kleine machteloze man tegenover de boze dreigende buitenwereld. Maar geen slecht mens.

 

 

 

Recent

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

20 maart 2017

De zee in Tilburg

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 maart 2007

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden. Niet bevroedend dat hij elke dag door een bewonderend oog werd vastgepind op de weg die hem van de kazerne naar het bureel voerde stapte soldaat Brû, die in het algemeen nergens aan dacht, maar als hij dat toch deed dan het liefst aan de slag bij Jena, stapte soldaat Brû voort met de onbevangenheid van een niet-bewuste. Met zijn niet bewust grijsblauwe ogen en zijn niet bewust elegant omwikkelde beenkappen droeg soldaat Brû heel naïef al het nodige met zich mee om in de smaak te vallen bij een jongejuffrouw die niet helemaal jong meer was en ook niet helemaal juffrouw. Het ontging hem.

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden.

Lees meer