Geen geschikt moment

Het kwam vast door de februari wind, de nachtvorst en het onverbiddelijk witte daglicht waardoor ik deze dagen wat ongemakkelijk in elkaar stak. Als klopten de verbindingen niet meer, was er een defect in het handelen opgetreden. Toch toog ik afgelopen zondag naar een literaire salon aan de Lijnbaansgracht in Amsterdam. Omdat ik gereserveerd had. Omdat de schrijver Nicolien Mizee  er geïnterviewd zou worden. Haar openheid van zaken en exacte formulering der dingen (wat ik geheel ontbeer), wilde ik eens live meemaken. Omdat deze literaire salons bestaan uit twee zeer onderhoudende interviews, omlijst met muziek en er een voortreffelijke maaltijd geserveerd wordt, wilde Mijn Lief mij wel vergezellen. In het felle middaglicht zaten we in de Intercity waar een medereiziger luid sprak: ‘Wat een prachtige dag is het toch. Een dag voor een elfstedentocht!’ Ik dacht aan bevroren vingers en stugge schaatsriempjes en drukte mijn rug in de stoelleuning, mijn hoofd afgewend van het treinvenster.

Bij aankomst station Amsterdam kocht ik bij de Hema een parapluutje alvorens het daglicht in te gaan. We wandelden langs de Prins Hendrikkade richting Noordermarkt en verder. Tot we ons opeens bevonden tussen een aanzienlijke hoeveelheid dames van een zekere leeftijd, met een zekere mate van make-up, een speelse krul of pluk in het haar en opmerkelijke brilmonturen. Ik vergat even wat voor dame ikzelf was. We vonden twee lege stoelen achterin het overvolle atelier tegen een lange muur waar ik mijn rugzak, waarin een exemplaar van De kennismaking van Nicolien Mizee, onder mijn stoel schoof. Ze werd geïnterviewd door Mieke van der Weij. Het publiek was enthousiast, leek alles voor het eerst te vernemen. Over de faxen die Mizee dagelijks schreef aan iemand die er niet op zat te wachten en waarop ze nooit een antwoord kreeg. Over de humor in De kennismaking als ook in haar andere boeken. Dat is het mooie van een literaire salon: je laten vermaken, nieuwsgierig gemaakt worden naar een boek.

Na het interview stond het eten opgediend. Literatuur maakt hongerig en iedereen kwam in beweging. Een enorme rij ging voor de tafel langs waarachter de schrijver zat (die ook geen kant op kon). Sommigen die voor haar tafel tot stilstand kwamen, kochten een boek, kregen dat gesigneerd. Mijn boek zat (omdat ik wat ongemakkelijk in elkaar stak) nog in mijn rugzak. Tegen Mijn Lief die me erop attendeerde, zei ik dat ik een geschikt moment afwachtte. En bedacht wat ik zou zeggen terwijl ik het boek naar haar toe zou schuiven: ‘Ik vond het een zeer vermakelijk boek.’ Waarop ik me direct zou verontschuldigen omdat ‘vermakelijk’ niet het juiste woord was voor een boek waar ik… tja, me toch wel ongelofelijk mee vermaakt heb. Dat ik me verheug op het volgende deel, zou ik haar zeggen, dat in mei uitkomt en dat De Porseleinkast heet. Ja, dat zou ik zeggen. Maar dat geschikte moment kwam maar niet en zo bleef het boek ongemakkelijk in mijn rugzak zitten.

 


Inge Meijer is een pseudoniem. Zij schrijft over boeken als steunpilaren van het leven en over de ontdekkingen die zij doet in de marges van de literatuur.