12 oktober 2016

Geen daden maar woorden festival

Door Charlotte Out

Het weekend van 24 en 25 september was een weekend vol (inter)nationaal literair talent, dichters, spoken word-artiesten, boekverfilmingen en singer-songwriters. Het was het weekend van het Geen Daden Maar Woorden Festival. Charlotte Out bezocht voor Literair Nederland een van de weekenddagen en bracht verslag uit.


Poetry Circle 010
‘’Mogen we nog op het schip?’’ wordt er geroepen, terwijl we over het metalen bruggetje naar het schip denderen. Aan boord van het Nieuwe Luxor Spido Schip staan mensen  hoopvol naar de kade te kijken, wachtend om aan boord te gaan. Ik wurm mij door de menigte heen en kijk naar het schip. Nadat we het schip horen zoemen, zuchten en voelen trillen, klinkt de melodie van een dwarsfluit. Achter ons is  Gary Mendes verschenen, de leider van spoken word gezelschap Poetry Circle 010. Met zijn enthousiasme en zijn melancholische dwarsfluit wint hij direct onze aandacht. ‘’Wie van jullie is er wel eens op een schip geweest?’’ vraagt hij. Meer dan helft van de mensen steekt hun hand op. ‘’Maar ik wil wedden dat jullie nog nooit op een poëzieschip zijn geweest,’’ zegt Mendes mysterieus. Hij loopt het schip binnen en verdwijnt. Een jonge, mooie vrouw in een witte jurk verschijnt. ‘’Vlucht, vlucht!’’ roept Chery van Dale, terwijl ze ons doordringend aankijkt. De ironie ontgaat mij niet als we juist naar binnen lopen, benieuwd naar wat ons te wachten staat.

Langs de muren van het schip staan stoelen, waar we plaatsnemen. Vier jonge dichters kijken ons aan – Gary Mendes, Chery van Dale, Neusa Gomez en Bjorn Ivan Cameron. Samen zingend, elkaar aanvullend ,vertellen ze een verhaal. Het is een intiem en persoonlijk verhaal over hen zelf en hun voorvaderen.

Neusa Gomez kruipt in de huid van een slavin en vertelt dat haar meester haar dagelijks verkracht. Als ze zich verzet, geselt hij haar zoontje. Haar zoontje kan niet nog een geseling aan, dan zal het zijn dood worden. Chery van Dale, met haar blanke huid,  kijkt naar Gomez. Haar grootmoeder heeft dezelfde verschrikkingen meegemaakt. Bjorn Ivan Cameron vertelt over zijn opvoeding in de jungle, waar ze ‘’de taal van de Aarde spraken’’. Toen hij in de westerse wereld werd geplaatst voelde hij zich vervreemd. Hij vond  geen woorden voor wat hij meemaakte in zijn nieuwe leven, alles was hem onbekend. De dichters draaien zich naar het publiek. ‘’Dit is niet mijn taal,’’ spreken ze tegelijk. De woorden donderen door de zaal. Ze vertellen over hun verlangen naar hun moederland. Maar het verlangen naar huis lijkt even sterk als het besef dat het niet mogelijk is. Zelfs voor Van Dale in de huid van de slavin. Ze trouwt met een man die haar pooier wordt. ‘’Ik ben dankbaar, toch,’’ zegt ze monotoon, terwijl ze vanachter ‘’haar’’ raam en met lege blik in haar ogen naar ons kijkt.

De woorden, de blikken, de stemmen – het snijdt door de zaal en ontroert. ‘’Wat is gebeurd mag niet worden vergeten’, zegt Gomez krachtig. ‘’We vragen jullie om te luisteren.’’ Het is even stil. Dan begint het publiek te applaudisseren. De dichters glimlachen stralend en buigen. Direct worden ze omhelst en liefdevol begroet door intimi. Mendes schudt mij de hand. Ik moet er even van bijkomen.

Toekomst Literatuur, gepresenteerd door WORM.

In  Verhalenhuis Belvédère is het contrast met de voorstelling van Poetry Circle 010 groot. Het is een stijlvol, maar tuttig café, gevuld met vooral vijftig-plussers. Toekomstliteratuur? Ach nee, het programma is uitgelopen. Voor ons staat een vrouw aan de hand van een Powerpoint presentatie Nederlandse literatuur te vergelijken. Het doet mij sterk denken aan de lessen Nederlands op de middelbare school. Ik luister, maar voel me onrustig worden. Na een kwartier is de presentatie klaar. Na een kort applaus gaat het direct door naar het volgende onderdeel: Toekomst Literatuur.

Abdelkader Benali vertelt over de populaire Amerikaanse roman Tacqacore, geschreven door een westerling die zich tot de islam  bekeerde. Benali vertaalde deze roman en schreef de inleiding. Hij leest voor. Een verhaal over een groepje punkmoslims uit New York die zich in hun bestaan zo veel mogelijk volgens de Koran leven. Hij trekt de vergelijking met een punkbeweging : deze jongeren zijn rebellen door zich in de wereld van de zonde te storten in een leven volgens strikte religieuze regels.

De tweede schrijver is een jonge man met krullen en een vlinderdas: ‘’De reïncarnatie van Boris Vian’’. Hij leest een passage voor uit zijn boek. ‘’Ik begin op pagina 24. U heeft niets gemist.’’ Het publiek moet lachen. Het boek is een komisch verhaal dat bol staat van details, waardoor de jonge man af en toe over zijn eigen woorden struikelt. Hij vertelt over een egoïstische, onsympathieke dokter met een passie voor modelvliegtuigjes. Als hij ziet dat een zuster een stoel op een ziekenhuisbed heeft gezet om makkelijker de vloer te kunnen schoonmaken, vraagt hij: ‘’Wat mankeert die stoel?’ Als de zuster gekscherend meent dat de stoel ziek is, vraagt hij haar de temperatuur op te nemen van deze nieuwe patiënt. Mijn metgezel krijgt zo de slappe lach dat hij even naar buiten moet gaan. De jongeman kijkt grijnzend het publiek in. De rest van het verhaal borduurt voort op de zieke stoel, die steeds meer de rol van patiënt in al zijn facetten krijgt – een andere patiënt heeft zelfs last van het krakende geluid dat zijn nieuwe kamergenoot ’s nachts voortdurend maakt.

Kluizenaar

De derde spreker Raoul Goudvis, steekt meteen van wal. Met zijn droge humor en herkenbare situaties windt hij het publiek om zijn vinger. Hij vertelt over een kluizenaar die na tien jaar sociale isolatie een nieuw bestaan wil opbouwen zonder moderne apparatuur. Hij wil anderen inspireren hetzelfde te doen. Het verhaal begint als hij zijn eigen moderne apparatuur in de fik steekt en er naakt bij gaat dansen. Vervolgens begroet hij de buurvrouw, die hem de oren van het hoofd praat. ‘’We dachten dat je dood was, je was niet op Facebook, niet op Twitter…’’ ratelt ze, en ze complimenteert hem met zijn gespierde lichaam. Aan het eind loopt hij de wijde wereld in om zijn boodschap te verkondigen.

De laatste spreker is, onder de verhalenvertellers, de kers op de taart. Joost Vandencasteele beschrijft in sprongen van twee jaar het leven van Bella, die in een distopische toekomst leeft. Als vierjarig meisje ziet ze haattweets op borden op straat, zodat burgers niet meer zo snel zullen schrikken van haatdragende teksten. Als zesjarige slikt Bella uit verveling een pil die wordt gebruikt door ouders om hun lastige kinderen aan te pakken: een pil waardoor ze in een angstaanjagende trip terechtkomt en ze haar gebit verbrijzeld door op het asfalt te kauwen op straat. Bella is niet onder de indruk. De pillen voor pubers, die zijn pas eng! De Vlaming deelt zijn zwartste, meest absurde situaties in het leven van Bella, eindigend met een korte passage over twee kleuterklassen die elkaar dagelijks uitmoorden. ‘’Na een paar uur oorlog mogen ze kiezen – een dutje doen, of oorlog. Het is meestal om het even,’’ vertelt Joost. ‘’Maar het zijn altijd dezelfden die door gaan!’’ voegt hij er vrolijk aan toe. Een beetje ongemakkelijk is het wel – mag je hier om lachen? Het publiek lacht zo nu en dan, maar is vooral stil. Aan het einde krijgt Vandencasteele een groot applaus.

Een verrassende en veelzijdige avond. Enerzijds het serieuze spoken word toneelstuk op het schip door Poetry Circle 010, waarbij het publiek werd ondergedompeld in de verlangens en pijn van de voorvaderen van de multiculturele groep dichters. Anderzijds de hilarische, veelal bizarre verhalen in Verhalenhuis Belvédère. Hoewel de interactie met het publiek bij Toekomst Literatuurhier gemist werd, heb ik geweldig genoten. Geen Daden Maar Woorden? Ik zeg: ‘een woordfestival met daadkracht.’

 

Foto Marco de Swart

 

Recent

27 maart 2017

Pulp of kunst

Literair Nederland - 10 jaar geleden

02 april 2007

In Ik woonde in een grot wordt het leven een bedoeïenen gemeenschap in het Midden-Oosten op een zeer eigen wijze wordt belicht.

In Ik woonde in een grot wordt het leven een bedoeïenen gemeenschap in het Midden-Oosten op een zeer eigen wijze wordt belicht.

Een westerse vrouw, met Nederlandse wortels, wordt opgenomen in een subgemeenschap in het Islamitische Jordanië. Een verhaal dat een deel van het Midden-Oosten belicht op een manier die zeer welkom is in Nederland op dit moment. Niets van het nu heersende beeld van onderdrukte vrouwen in het Midden-Oosten. Maar een avontuurlijk levensverhaal over een vrouw die, door zichzelf te zijn en te blijven, met haar eigen karakter wordt opgenomen in de gemeenschap en daar een belangrijke rol speelt in de gezondheidsvoorziening.

Lees meer