16 december 2016

Een varend eiland – J. Slauerhoff

Geen alledaags bestaan

Recensie door Rob Molin

De Hollandse beschaving, ‘roggebrood: substantieel, degelijk maar niet gracieus’. Zo typeert J. Slauerhoff (1898-1936) zijn land van herkomst in een van de vele brieven in Een varend eiland.

Een goedgekozen titel voor een keuze uit zijn correspondentie van rond 1920 toen hij geneeskunde in Amsterdam studeerde en als dichter en lezer zijn weg in de literatuur zocht. Brieven uit het verre oosten, Zuid-Amerika en West-Afrika waar hij als scheepsarts van boord ging en rondkeek. Brieven ten slotte van de lichamelijk uitgeputte Slauerhoff uit 1936, het jaar dat hij na omzwervingen en een korte vestiging als arts in Tanger, ziek lag in zijn geboorteland waarmee de banden nooit verbroken waren geweest.

Al in zijn studententijd had de reislust hem te pakken gekregen. Zee en land, schip op-schip af. Die tweespalt zou zijn verdere leven bepalen. In Oporto in Portugal schreef hij aan een vriend: ‘De nadering van land […] gaf mij fysiek onbehagen. Ik zal het dan ook op zee zoeken als ik klaar ben [met de studie].’

Later, tijdens verre reizen, zag hij uit naar gebieden ‘met verrassingen’. Zwerven over de wereldzeeën op zoek naar geluk dat hij nooit vond. Hij wilde het ook niet omarmen, getuigt een gedicht als ‘Columbus’ en de brieven in Een varend eiland. Slauerhoff wantrouwt het geluk dat moet liggen in een alledaags bestaan met sleur en steeds dezelfde mensen om zich heen. Vastgeroest raken was het grootste ongeluk. ‘[Ik] ben zo veranderlijk, schreef hij, ‘dat ik me in geen vaste vorm kan geven en insluiten […]’

Toch verlangde hij naar bestendigheid. Kort voor zijn dood verzuchtte hij niet voor het eerst dat hij ‘wel eens een reëel leven’ wenste, ‘een vaste basis’. Hij heeft serieus overwogen om zich op de Hollandse wal te vestigen, als assistent van een huid- of oogarts bij voorbeeld. Hij  heeft zelfs geprobeerd zich in een medisch specialisme te bekwamen waarvoor hem – naar eigen zeggen – de vereiste nauwkeurigheid ontbrak. Ook pogingen om in het (verre) buitenland voorgoed te ankeren liepen op niets uit.

Het is Slauerhoff ten voeten uit: besluiteloos zodra hij een definitieve keuze diende te maken. Toch was het zijn enige kans om te overleven. Hij moest zich om zijn zwakke gezondheid ontzien en zijn turbulente leven opgeven. Zijn geest echter eiste vitaliteit en een zwervend en meeslepend leven.

Een-huis-voor-altijd heeft hij van meet af aan in zijn schrijven gevonden, in de poëzie vooral. ‘Alleen in mijn gedichten kan ik wonen, Nooit vond ik ergens anders onderdak’, dichtte hij. In zijn korte leven heeft Slauerhoff veel gepubliceerd,  verhalen, romans en reisbeschrijvingen met exotische titels zoals Eldorado, Young Poe Tsjoeng en De opstand van Guadalajara.

Als avontuurlijk schrijver en ‘poète maudit’ was hij een zeldzame verschijning in het overwegend kalme en gezapige Holland van de jaren dertig. Wat hem in het literaire landschap van die dagen naast zijn excentriciteit als persoon bijzonder maakt is zijn ‘functionele’ slordigheid zowel in zijn (slecht leesbaar) handschrift als in uitdrukkingsvorm. Geen gladde verzen, geen zorgvuldig gebouwde of afgeronde verhalen. Geen mooischrijverij en zeker in zijn poëzie een evocatie van het eigen ik.

Een directheid die nog groter is in zijn brieven in Een varend eiland. In Een varend eiland profileert Slauerhoff zich feitelijk als de biograaf van zijn eigen leven. Niet zelden immers vertrouwde hij zijn diepste zielenroerselen toe aan familie, vriendinnen en literatoren in het Nederlandse literaire wereldje waar hij zijn grootste roeping had te vervullen.

Het brievenboek betrekt de lezer in een domein waarin Slauerhoff gedoemd was te leven en dat hij probeerde te herscheppen. Hij hunkerde naar landen met ‘verrassingen’ die hij ook in de schoot krijgt geworpen. Stof voor verzen, verhalen en reisbeschrijvingen dient zich onophoudelijk aan. Onder de bevolking vindt hij geen surprises, op enkele bekoorlijke vrouwen na. Europese enclaves zoals leefgemeenschappen in Nederlands-Indië vindt hij vreselijk en soms ook patiënten die hem aan boord consulteren. Varen ‘met die imbecielen [is] stomvervelend,’ pende hij in een van zijn brieven tijdens een slechte bui neer.

Op de literatuur van zijn tijd had Slauerhoff veel tegen, vooral op estheticisme, hoge toon en burgerlijk fatsoen. In Holland schreef men ‘zo slecht, zo mak’. Hoewel hij een echte ‘vent’ was heeft hij in de eerste helft van de jaren dertig niet uitsluitend in het door Du Perron en Ter Braak geleide tijdschrift Forum gepubliceerd dat de ‘persoonlijkheid’ centraal stelde. Slauerhoff was geen man van kritische principes, die nu eenmaal snel verouderen of verstarren.

Niet zozeer uit verwantschap met tijdschrift programma’s maar uit geldnood bood hij zijn werk ter voorpublicatie aan. Het steekt vooral in de laatste jaargangen van Forum schril af tegen de bijdragen van schrijvers en dichters die zich weinig direct over zichzelf uitlieten en nog te veel aan het verhullende estheticisme van Tachtig vast zaten.

Indringend zijn behalve de berichtgevingen over literatuur en reizen de brieven uit 1936, het jaar van zijn overlijden. De malaria die Slauerhoff aan een reis had overgehouden, speelt hem danig parten en ook zijn jeugdkwaal astma. Hij droomt nog over een toekomst, over een verhuizing naar de voor zijn gestel klimatologisch gunstige Canarische eilanden of Madeira. Maar hij raakt niet meer weg uit Nederland, uit een rusthuis in Hilversum, het meest verstikkende oord  voor Slauerhoff denkbaar . In de herfst van 1936 sterft hij , nog geen veertig jaar oud. Vergeten zoals veel van zijn tijdgenoten werd hij niet. Hij leeft voort in zijn werk en bleef het – meest nog in zijn brieven – voor altijd jong.

Een varend eiland is een prachtboek geworden, mede dankzij Hein Aalders die nauwkeurig Slauerhoffs brieven heeft gebloemleesd en van een stevige inleiding en uitvoerige annotaties heeft voorzien.

 

 

 

Een varend eiland
J. Slauerhoff
Nawoord door: Verzorgd door Hein Aalders
Verschenen bij: Arbeiderspers - Privedomein
ISBN: 978 90 295 0000 5
465 pagina's
Prijs: € 29,99

Meer van Rob Molin:

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
7 september 2017

Goed geschreven geschiedenis met individueel geluid

Over 'Bitterdagen' van Peter Lenssen
22 mei 2017

Herrijzende ster van Vaandrager en de tijd dat poëzie op straat lag

Over 'Vaan nu' van Bertram Mourits e.a.

Recent

20 oktober 2017

Soepel en licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong
12 oktober 2017

Een antikrimi

Over 'De rechter en zijn beul' van Friedrich Dürrenmatt

Verwant

16 december 2016

Knorrige betweter

Over 'Bleib gesund! ' van J. Slauerhoff