30 november 2009

Flavius Josephus, Joods geschiedschrijver

door Machiel Jansen

In Rome tussen de ruïnes op het Forum Romanum staat de triomfboog van Titus. Het monument is daar neergezet in 82 na Chr. door zijn zoon, keizer Domitianus. Titus zelf was net overleden en goddelijk verklaard. Wie onder de boog doorloopt ziet aan de binnenkant twee grote reliëfsculpturen. Op één daarvan is een optocht van soldaten, getooid met lauwerkransen te zien. Ze dragen verschillende voorwerpen waaronder duidelijk zichtbaar een menora, de Joodse zevenarmige kandelaar. Het zijn Romeinse soldaten die in Rome in triomftocht de schatten van hun overwinningsplunder uit de Joodse oorlog tonen. In 70 na Chr. had Titus de opstand in Galilea bedwongen en Jeruzalem met zijn tempel volledig verwoest. Voor de Romeinen, en met name voor Titus was het een grootse overwinning. Voor de Joden was het een traumatisch en bepalend moment in hun geschiedenis. De klaagmuur, het enige restant van die grondige vernietiging, herinnert Joden vandaag nog aan de tempel die er eens stond.

Een detail van dit reliëf is afgebeeld op de omslag van het boek Flavius Josephus, Joods geschiedschrijver in het Romeinse Rijk van Tessel Jonquière. Josephus schreef niet alleen over wat de Joodse Oorlog is gaan heten, hij nam er zelf ook aan deel. Wie het verhaal wil weten achter deze belangrijke afbeelding op de triomfboog van Titus kan niet om Josephus heen. Zijn bekendste boek Over de Joodse Oorlog is eigenlijk de enige bron over de Joodse opstand. Josephus was ooggetuige van de verwoesting van de tempel en ook van de triomftocht zoals we die nu nog kunnen zien op de boog van Titus.

Maar Josephus is meer dan een ooggetuige die verslag doet. Hij neemt deel aan de oorlog en wel aan beide kanten. Hij vecht als Joodse generaal tegen de Romeinen en later probeert hij voor de Romeinen de Joodse opstandelingen te overtuigen de strijd op te geven. Dat ‘verraad’ is hem tot ver na zijn dood kwalijk genomen. Het moment waarop hij overloopt heeft Josephus zelf uitgebreid beschreven in zijn Over de Joodse Oorlog. Als generaal vechtend tegen de Romeinen moet hij op een gegeven moment vluchten. Hij verschuilt zich in een grot bij de plaats Jotapata, waar zich al veertig man bevinden. Ontkomen zullen ze niet want de Romeinse generaal Vespasianus vindt hen en blokkeert de uitgang. Hij roept Josephus op zich over te geven, hem zal niets overkomen. Josephus vertrouwt het niet, aarzelt en wil zich uiteindelijk toch overgeven. De overigen in de grot willen hem niet laten gaan, zij willen massaal zelfmoord plegen om aan de wraak van de Romeinen te ontkomen. Josephus besluit te blijven en houdt een vurig pleidooi tegen zelfmoord. Hij stelt voor dat ieder een ander doodt in plaats van zichzelf, in een door het lot bepaalde volgorde. Dit voorstel wordt uitgevoerd en uiteindelijk blijven twee mannen over, waaronder Josephus. Hij overtuigt de ander dat het toch beter is zich over te geven dan zelfmoord te plegen. In plaats van met hun medevluchters te sterven geven ze zich nu over aan de Romeinen. Het is niet verwonderlijk dat het Joodse volk woedend is over deze actie van hun eerst zo geliefde generaal. Vanaf dat moment is hij een verrader.

Josephus geeft zich over aan Vespasianus en voorspelt hem dat hij binnen een jaar keizer zal worden. Die voorspelling komt uit en vanaf dat moment is Josephus een vrij man. Hij mag zich Flavius noemen naar de keizerlijke Flavische familie, wordt Romeins staatsburger en verblijft zelfs enige tijd in een voormalig woning van de keizer. Een enorme eer zou je denken maar Jonquière nuanceert het op nuchtere wijze. Zo eervol als het klinkt hoeft het allemaal niet geweest te zijn. Ze vertelt wat we weten over Joden in Rome, hoe Josephus daar geleefd kan hebben en onder welke omstandigheden hij zijn werken schreef. Hij moet in hoge kringen vertoefd hebben, en ook met belangrijke Joden in contact hebben gestaan.

In Rome schrijft Josephus zijn werken, waaronder zijn bekendste boek De Bello Judaicum, Over de Joodse Oorlog. Jonquière laat zien hoe Josephus zich in dit boek probeert te rechtvaardigen voor zijn ‘verraad’. Hij doet dat door een beroep te doen op religieuze argumenten en voorvallen. Zijn beslissing om tegen de Romeinen te vechten komt voort uit een droom, zijn overgave vindt plaats na een interpretatie van dromen en een gebed. Hij laat Vespasianus zien dat hij profetische kwaliteiten heeft door hem een voorspelling te doen. Met andere woorden God staat aan zijn kant. Hij kon niet anders. Later, als hij vanaf de muren van Jeruzalem de opstandelingen probeert te overtuigen zich over te geven is het weer God die aan zijn zijde staat. God vecht met de Romeinen, jullie kunnen niet winnen. Spaar de stad en spaar de tempel. Geef je over.

Zo komt de schuld van de verwoesting van stad en tempel bij de Joden en niet bij de Romeinen te liggen. Voor Christenen was dat standpunt een reden om Josephus te omarmen, het toonde het failliet van het Joodse geloof. In Rome zouden ze zelfs een standpunt voor Josephus hebben opgericht.

In haar boek melkt Jonquière het drama niet uit. Integendeel, ze is niet op zoek naar sappige details, houdt zich verre van speculaties en ook grapjes kom je niet tegen. In plaats daarvan presenteert ze de feiten op een heldere, gestructureerde manier. Elk hoofdstuk belicht een ander deel van Josephus: de strijder, de propagandist, de polemist etc. Jonquière begint elk hoofdstuk met een schuingedrukte samenvatting van een deel van Josephus leven. Daarna volgen onder een aantal kopjes verschillende onderwerpen die het verhaal verduidelijken of van context voorzien. Die systematische aanpak werkt goed. Jonquière laat de feiten zelf spreken en dat is meestal ruim voldoende.

Zo geeft het werk van Josephus een unieke kijk in een wereld die we voornamelijk kennen uit de bijbel. Hij schrijft bijvoorbeeld uitvoerig over koning Herodes, en op zo’n manier dat in 2008 het graf van Herodes gevonden kon worden door de goed lezende archeoloog Ehud Netzer. Ook Jezus wordt twee keer genoemd in “Over De Joodse Oorlog”. De beroemdste en belangrijkste passage is al eeuwenlang onderwerp van twijfel en hoogstwaarschijnlijk een toevoeging van een Christelijk kopiist. Jonquière citeert de betreffende passage en presenteert nuchter de argumenten, zonder overigens een standpunt in te nemen.

De achterflap vermeldt dat Jonquière gepromoveerd is op Josephus, en dat merk je. Haar academische achtergrond verraadt zich door de systematische indeling van het boek en de keuze van een aantal thema’s. Zo wordt goed uitgelegd op welke gronden we de geloofwaardigheid van Josephus beweringen kunnen toetsen. Hier vergelijkt Jonquière Josephus speels met een oorlogsjournalist en brengt ze zijn werk in verband met de discussie die Joris Luyendijk onlangs voerde over de objectiviteit van oorlogsverslaggeving. Op die manier wordt op een moderne en inzichtelijke manier duidelijk gemaakt hoe je een oude bron moet lezen.

Een ander voorbeeld van haar academische achtergrond is de uitleg in iets meer dan drie bladzijden van de term apologetische historiografie. Veel auteurs zouden zo’n term vermijden, Jonquière legt hem uit. Ze doet dat overigens voorbeeldig en daarmee laat ze zien hoe Josephus in zijn andere grote werk ‘De Oude Geschiedenis van de Joden’, respect en begrip voor de Joodse cultuur en geschiedenis wil afdwingen bij Romeinen en Grieken. Met voorbeelden toont ze aan hoe Josephus bij het navertellen van Bijbelse verhalen er vaak een positieve draai aan geeft. Het was duidelijk zijn bedoeling een goede indruk van de Joodse geschiedenis en cultuur te geven. In zijn laatste werk Contra Apionem, verweert hij zich tegen uitspraken en ideeën die ik we nu antisemitisch zouden noemen.

Een onderwerp dat kort wordt besproken is het gebruik van verschillende bronnen door Josephus. Er is aandacht voor de problemen rond interpretatie en tekst analyse. Droge kost? Niet echt. De academische inslag gaat nergens ten koste van de leesbaarheid. Nergens is Jonquière te lang van stof. Elk onderdeel wordt bondig en helder uitgelegd. Zo vormen de 154 bladzijden een ideale bron voor studenten en scholieren en voor iedereen die zich op de boeken van Josephus wil storten. Die zijn overigens in de jaren negentig weer opnieuw vertaald en uitgegeven.

Er is een aantal onderwerpen dat ik mis. Eén daarvan is het beleg en de verovering van Masada. Het is een van de meest spectaculaire gebeurtenissen in Over De Joodse Oorlog maar Jonquière zwijgt erover. Josephus was weliswaar geen ooggetuige van de verovering van Masada en de massale zelfmoord die daar plaatsvond, maar een korte beschrijving had toch niet misstaan.

Twee vrouwen die het overleefden zouden Josephus er later over hebben verteld. Masada was een fort gelegen op een onmogelijke punt, een berg met steile klippen van 90 tot wel 400 meter hoog. Joodse opstandelingen hadden zich daar verschanst en de Romeinen slaagden er niet in het hooggelegen fort te bereiken. Uiteindelijk besloten ze niet het fort maar de hoogte aan te vallen. Ze bouwden een enorme wal, een reusachtige helling van stenen en zand en konden vervolgens makkelijk het fort aanvallen. (Vandaag de dag is die wal in het berglandschap nog duidelijk te zien.) De opstandelingen wachtten de Romeinse wraak niet af en pleegden massaal zelfmoord. De beschrijving van die wanhoopsdaad vertoont parallellen met de gebeurtenissen in de grot in Jotapata. Het is daarom ook vreemd dat Jonquière er niet op in gaat.

Een ander onderwerp waar ik graag over gelezen had is de waardering van Josephus door de eeuwen heen. De achterflap maakt melding van een veroordeling van Josephus in 1935 en 1941 door Poolse en Franse Joden, maar in de tekst is daar helaas niets over te vinden. Josephus is de meest gelezen klassieke schrijver in de geschiedenis. In Protestantse landen was zijn werk een ware bestseller. Jonquière eindigt haar verhaal echter met het overlijden van Josephus. Dat is jammer.

Het boek heeft geen index, maar dat is gezien de geringe omvang en de systematische indeling niet echt een bezwaar. Jonquière schreef een helder, feitelijke introductie over één van de belangrijkste klassieke historici. Ideaal voor wie snel kennis wil nemen van een belangrijke periode in onze zogenaamde Joods-Christelijke traditie. Een traditie die overigens behoorlijk Griekse en Romeinse invloeden heeft gekend, maar daar komt een geïnteresseerde lezer snel achter.

Flavius Josephus, Joods geschiedschrijver
ISBN: 9789025367107

Meer van :

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník

Recent

7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist
2 augustus 2017

Jannie Regnerus gebruikt geen woord te veel

Over 'Nachtschrijver' van Jannie Regnerus
31 juli 2017

Het gitzwarte leven

Over 'Noordwaarts' van Naomi Rebekka Boekwijt
28 juli 2017

Het lot van een niet-joodse jood

Over 'Buster Kafka' van Martin Schouten

Verwant